neurofysiologie
,Hoorcolleges humane anatomie
Problemen E-learnings :
Practicum vragen :
Telefoonnummer : 0650063080
Organisatieniveaus
Atoom -> molecuul -> organel -> cel -> weefsel -> orgaan -> orgaansysteem -> organisme ->
samenleving
Organensystemen
1. Huid (integumentum)
Hieronder vallen huid, haar, (zweet)klieren en nagels. Hun functie is vooral bescherming, regulatie en
temperatuur en voor dieren ook gaswisseling.
2. Skelet
Het bestaat uit bot, kraakbeen en beenmerg. De functies zijn:
- bescherming en steun
- aanhechting voor de pezen, spieren en ligamenten
- bloedcel vorming
- voorraad van calcium- en fosfaat en de huishouding hiervan
Axiaal skelet
,Appendiculair skelet
3. Gewrichten
- Continue (onbeweeglijke) beenverbindingen
o Junctura fibrosa (bindweefselverbinding) -> Vb. verbinding tussen botstukken
o Junctura cartilaginea (kraakbeenverbinding) -> Vb. tussen wervelschijven, in
botstukken, tussen groeischijven, tussen de bekkenhelften (symphysis)
- Discontinue (beweeglijke) beenverbindingen
o Junctura synovialis (synoviale gewrichten) -> Vb.
4. Spieren
Functies:
- Beweging
- Lichaamshouding
- Warmteproductie
Spieren zitten vaak vast op twee plekken:
- Origo (oorsprongplaats, proximale aanhechting) en insertie (aanhechtingsplaats, distale
aanhechting). Origo is bij het onbeweegelijke beenstuk en insertie bij het beweegelijke
beenstuk.
Agonist = initieert een beweging (prime mover)
Synergist = ondersteunt een beweging
Antagonist = gaat een beweging tegen -> zonder dit gaat een gewricht luxeren en vast zitten
Bewegingsapparaat
Alle delen van het menselijk lichaam die betrokken zijn bij de uitvoering van bewegingen. Dit zijn
armen en benen, schouder- en heupgordel en rug en nek. Pak je dit in bredere zin kan je hier ook nog
skelet, spieren en gewrichten bij pakken.
Bewegingen:
1. Rotatie -> draaiende beweging om een as of in een vlak
o Gewrichten tussen lange pijnbeenderen
Sagittaal vlak om transversale as = armen en benen naar voor of achter. Dit zijn flexie of extensie
bewegingen
, Frontale vlak om sagittale as = abductie (van het lichaam af) en adductie (naar het lichaam toe) ->
armen of benen naar de zijkant bewegen
Transversale vlak om longitudinale as = exorotatie (naar buiten draaien) en endorotatie (naar binnen
draaien) -> armen of benen draaien. Voor de onderarm heb je pro- en suprinatie
Soorten gewrichten:
- Bolgewricht -> kunnen draaien om alle assen.
o Vb. schouder- en heupgewricht
- Eigewricht -> bewegingen om 2 assen
o Polsgewricht
- Zadelgewricht -> bewegingen om 2 assen
o Duimgewricht
- Schaniergewricht -> beweging om 1 as (vaak buigen en strekken)
o Knie
o Spronggewricht in de enkel
- Rolgewricht -> beweging om 1 as
o Onderarm gewrichten
2. Translatie -> schuivende bewegingen in een vlak
o Intervertebrale gewrichten
o Beweging van het schouderblad ten opzichte van de borstkas
Dit is vaak bij vlakke gewrichten.
5. Zenuwstelsel
Organen:
- Hersenen
- Ruggenmerg
- Perifere zenuwen
- Zintuigorganen
Functie:
- Aansturing orgaansystemen
- Informatie overdracht
6. Cardiovasculair systeem
Organen:
- Hart
- Bloedvaten (slagaders, haarvaten en aders)
- Bloed
Functie:
- Transport van cellen, gassen, afvalstoffen en voeding
Systemische circulatie (arteriën en venen)