Onderdeel 1: inleiding............................................................................................................................2
Onderdeel kern 1: analyse......................................................................................................................2
Onderdeel kern 2:uiteenzetting van relevante argumenten..................................................................3
Betoog uitwerking................................................................................................................................13
,Onderdeel 1: inleiding
Ethische vraag: Roept een discussie op. VB: Is het juist om….. of is het geoorloofd om… of mag je de
kans opnemen…. (VB:Is het ethisch verantwoord om een meerderjarig persoon met een LVB die geen
inzicht lijkt te hebben in gevolgen van handelen zelf te laten beslissen in de hulpverlening?)
Morele dilemma: een botsing tussen twee morele waarden. Zoals vrijheid en autonomie. Je moet de
waarden duidelijk benoemen
Formuleren van twee tegengestelde, passende pedagogische handelingen vanuit het morele
dilemma, HANDELINGSOPTIES : Tip, gebruik enerzijds en anderzijds.
Onderdeel kern 1: analyse
Beschrijven normatief mensbeeld: Opvatting over hoe een mens behoort te zijn, hoe hij zich behoort
te gedragen. Hoe je in het algemeen denkt over de mens. Dus spreek je uit over hoe je kijkt en wat je
verwacht. (VB: een vader hoort niet meer met zijn 12 jarige in bad)
Beschrijven dominant mensbeeld: Een beeld van de mens dat erg aanwezig is ten opzichte van
andere mensen. (VB: Mensen moeten gelijk behandeld worden). Wat vindt de samenleving en welke
meningen overheersen?
VB dominant mensbeeld NIET LETTERLIJK OVERNEMEN DIT KOMT UIT EEN BETOOG
Het dominante mensbeeld in Nederland is individualistisch. Hierin staat het individu centraal en de
overheid moet hierin mensen de mogelijkheid geven zichzelf te ontplooien. Herin staat vrijheid en
gelijkheid centraal. Gelijkheid is iets wat steeds belangrijker wordt gevonden en mijn normatieve
mensbeeld sluit hier ook op aan. Ieder mens verdient het om gelijk te worden behandeld.
Je beschrijft per betrokkenen een verklaring van het gedrag vanuit zijn/haar belangen en morele
overtuigingen.
Een belang is iets wat belangrijk is voor de betrokkene.
Soorten belangen:
- eigen belang: Kijken wat goed is voor zichzelf. Houdt geen rekening met belang van een ander.
( hard werken dus rust pakken of solliciteren)
- belang van een ander: Belang van de ander
- welbegrepen eigenbelang: Houdt rekening met een ander.
- algemeen belang: Belang voor de samenleving als geheel
Je benoemt per betrokkende zijn/haar rechtspositie en bijbehorende bevoegdheden
Bevoegdheden: een bevoegdheid is het recht om een bepaalde handeling uit te voeren. Vader en
moeder hebben gezag over kinderen. Pleeggezin heeft een verzorgende taak maar zijn niet wettelijk
vertegenwoordigd. Pedagoog is bevoegd om bij te dragen aan de opvoeding en samen met de
ouders het gezag uit te voeren.
, Rechtspositie:
- deugdethiek
- Plichtsethiek
- Gevolgenethiek
Je benoemt machtsverschillen tussen de betrokkenen en benoemt welke factoren deze
machtspositie bepalen.
Onderdeel kern 2:uiteenzetting van relevante
argumenten
Ieder argument is ofwel gevolge ethisch of ofwel deugde ethisch of plicht ethisch.
Per argument wordt aangeven of dit argument gevolge etisch, deugde etisch beginsel etisch
Onderdeel: conclusie
Je hebt je argumenten zorgvuldig gewogen
Je maakt duidelijk een keuze tussen pedagogische handelingen.