Kenmerken:
- Overzicht van alle productiemiddelen (bezittingen/activa) met aanschafbedragen om een
onderneming te starten.
- Debetzijde van openingsbalans
- Hieruit is vermogensbehoefte af te leiden.
- Bestaat uit: Vaste en Vlottende activa.
Vaste activa: Langer dan jaar aanwezig.
Vlottende activa: Korter dan jaar aanwezig.
,Financieringsplan:
- Creditzijde van de openingsbalans
- Vermogensvoorziening (manier waarop debetzijde van balans is gefinancierd?)
- Bestaat uit Eigen vermogen en Vreemd vermogen
Eigen vermogen: kenmerk is dat het permanent vermogen is dus geen
terugbetalingsverplichting.
Voorbeelden: Eigen spaargeld/opgebouwde reserves.
Vreemd vermogen: Tijdelijk aanwezig, moet terugbetaald worden.
Lang vreemd vermogen (LVV) langer dan jaar aanwezig:
-Hypothecaire geldlening
- Banklening lang
Kort vreemd vermogen (KVV) Korter dan jaar aanwezig:
- Crediteuren
- Rekening courant
- Banklening kort
Voorzieningen:
- Post voor toekomstige kosten, bijvoorbeeld voor groot onderhoud
- vrijval na langer dan een jaar lang vreemd vermogen, korter? Dan valt het onder kort
vreemd vermogen
, Openingsbalans:
- Onderdeel van jaarrekening (verplicht onderdeel)
- Bezittingen, schulden en eigen vermogen
- Balansdatum (momentopname, ‘foto’)
- Altijd in evenwicht (debet = credit)
- Hoofdlijnen (rubrieken en balansposten)
Overzicht van bezittingen, eigen vermogen en vreemd vermogen van een startende
onderneming.
Opgesteld m.b.v. investeringsbegroting en financieringsplan.
Aantal vermogensbegrippen:
Vermogensbehoefte = bedrag dat nodig is om activa te kunnen aanschaffen? (‘wat’)
Vermogensvoorziening = Omvang en samenstelling van noodzakelijke financieringsmiddelen
(‘hoe’)
Eigen vermogen = door (mede) eigenaren beschikbaar gesteld geld en/of vermogen uit
ingebrachte goederen
Vreemd vermogen = door schuldeisers beschikbaars gesteld geld.
Kenmerken van balans.
-Aggregatiebeginsel: gelijke posten worden op de balans samengevoegd.
-> Bijvoorbeeld: Debiteuren A,B en C komen als 1 post op ‘Debiteuren’ op de balans.
- Dualiteit beginsel: elke financiële transactie levert een debet- en een creditboeking op de
balans op.
-> Bijvoorbeeld: Betaling door debiteur: Bank (debet), Debiteuren (credit)
-Rubricering: Vaste en vlottende activa, EV, LVV en KVV
Goudenbalansregel: Vaste activa plus vast deel vlottende activa (vuistregel: voorraden)
financieren met eigen vermogen en langlopend vreemd vermogen.