Scheikunde
Atomen zijn de bouwstenen van moleculen.
Mengsel bestaat uit 2 of meer stoffen en heeft een smelt-en kooktraject (de temperatuur loopt
langzaam op), een zuivere stof uit maar 1 stof met zijn eigen unieke combinatie stofeigenschappen
en heeft een smeltpunt en een kookpunt.
Verschillende soorten mengsels zijn:
Oplossing: vloeistoffen of vaste stof en vloeistof die tot aan de bouwstenen zijn gemengd,
helder, doorzichtig en kan kleurloos of gekleurd zijn
Suspensie: vloeistof waarin de vaste stof niet is opgelost, troebel en ondoorzichtig, wit of
gekleurd
Emulsie: twee vloeistoffen die niet goed mengen, troebel, als het ontmengt (dor verschil in
dichtheid) ontstaat een tweelagensysteem. Met een emulgator voorkom je dit. Een
emulgatormolecuul heeft een hydrofiele (houdt van water) kop en een hydrofobe (angst
voor water) staart.
Scheiden = sorteren van moleculen waarbij je uiteindelijk zuivere stoffen in handen krijgt
Filtreren vloeistof = filtraat en de vaste stof = residu. Berust op verschil in deeltjesgrootte
Indampen oplosmiddel verdampt en vaste stof blijft over, berust op verschil in kookpunt
Bezinken berust op verschil in dichtheid, centrifugeren versnelt het bezinken
Destillatie vloeistoffen scheiden in opstelling, je houdt over het residu, en destillaat.
Verschil in kookpunten moet groot zijn.
Extraheren berust op verschil in oplosbaarheid, je voegt een extractiemiddel
Adsorptie adsorptievermogen aan actieve koolstof
Papierchromatografie p en oplosbaarheid. Loopvloeistof,
Rf-waarde = A:B
Element
Verbinding
Kenmerken van chemische reacties:
bepaalde minimale reactietemperatuur nodig
Behoud van massa: massa beginstoffen en reactieproducten is gelijk
Massaverhouding van atomen wordt behouden
Altijd een energie-effect : endotherm en exotherm (in energiediagram weergeven)
Naast chemische reacties, komt ook bij faseovergangen en het oplossen van sommige stoffen in
water een energie-effect voor.
Activeringsenergie, geactiveerde toestand, beginstoffen en reactieproducten
Reactie-energie = verschil tussen energie aan het begin en eind van de reactie
Reactiesnelheid = tijd tussen het mengen van de stoffen en het einde van de reactie, beïnvloed door:
Katalysator (hulpstof die activeringsenergie verlaagt en nooit opraakt, bij een biologische
reactie = enzym)
Soort stof (bij sommige stoffen minder energie nodig om geactiveerde toestand te behalen)
Atomen zijn de bouwstenen van moleculen.
Mengsel bestaat uit 2 of meer stoffen en heeft een smelt-en kooktraject (de temperatuur loopt
langzaam op), een zuivere stof uit maar 1 stof met zijn eigen unieke combinatie stofeigenschappen
en heeft een smeltpunt en een kookpunt.
Verschillende soorten mengsels zijn:
Oplossing: vloeistoffen of vaste stof en vloeistof die tot aan de bouwstenen zijn gemengd,
helder, doorzichtig en kan kleurloos of gekleurd zijn
Suspensie: vloeistof waarin de vaste stof niet is opgelost, troebel en ondoorzichtig, wit of
gekleurd
Emulsie: twee vloeistoffen die niet goed mengen, troebel, als het ontmengt (dor verschil in
dichtheid) ontstaat een tweelagensysteem. Met een emulgator voorkom je dit. Een
emulgatormolecuul heeft een hydrofiele (houdt van water) kop en een hydrofobe (angst
voor water) staart.
Scheiden = sorteren van moleculen waarbij je uiteindelijk zuivere stoffen in handen krijgt
Filtreren vloeistof = filtraat en de vaste stof = residu. Berust op verschil in deeltjesgrootte
Indampen oplosmiddel verdampt en vaste stof blijft over, berust op verschil in kookpunt
Bezinken berust op verschil in dichtheid, centrifugeren versnelt het bezinken
Destillatie vloeistoffen scheiden in opstelling, je houdt over het residu, en destillaat.
Verschil in kookpunten moet groot zijn.
Extraheren berust op verschil in oplosbaarheid, je voegt een extractiemiddel
Adsorptie adsorptievermogen aan actieve koolstof
Papierchromatografie p en oplosbaarheid. Loopvloeistof,
Rf-waarde = A:B
Element
Verbinding
Kenmerken van chemische reacties:
bepaalde minimale reactietemperatuur nodig
Behoud van massa: massa beginstoffen en reactieproducten is gelijk
Massaverhouding van atomen wordt behouden
Altijd een energie-effect : endotherm en exotherm (in energiediagram weergeven)
Naast chemische reacties, komt ook bij faseovergangen en het oplossen van sommige stoffen in
water een energie-effect voor.
Activeringsenergie, geactiveerde toestand, beginstoffen en reactieproducten
Reactie-energie = verschil tussen energie aan het begin en eind van de reactie
Reactiesnelheid = tijd tussen het mengen van de stoffen en het einde van de reactie, beïnvloed door:
Katalysator (hulpstof die activeringsenergie verlaagt en nooit opraakt, bij een biologische
reactie = enzym)
Soort stof (bij sommige stoffen minder energie nodig om geactiveerde toestand te behalen)