5 kernconcepten
- Biologische eenheid
- Instandhouding
- Gedrag en interactie
- Voortplanting
- Groei en ontwikkeling
Van elk kernconcept komen 6 vragen
Biologisch eenheid:
- Vergelijken van organismen
- Relatie tussen plant en dier
-
-
-
Ordening
Organismen
Eencelligen Meercelligen
1: rijk van de bacteriën 3: Rijk van de funghi
2: rijk van de eencelligen 4: Rijk van de dieren
5: Rijk van de planten
Spijsverteringsstelsel
Ademhalingsstelsel
Bloedvatenstelsel
Lymfevatenstelsel
Zenuwstelsel
Hormoonstelsel
Bewegingsstelsel
Voortplantingsstelsel
Uitscheidingsstelsel
Plantencel
Cytoplasma bevat bladgroenkorrels
Celkern heeft erfelijk materiaal
Een plantencel is te herkennen aan bladgroenkorrels + lege ruimte in
het midden (vacuole)
Vacuole = met vocht (water) gevulde blaas.
,Dierlijke cel
Cytoplasma zonder bladgroenkorrels.
Celkern heeft erfelijk materiaal
Cel=cyto dus cytoplasma en celplasma = hetzelfde
Celmembraan = dun vliesje, omsluit het celplasma =
permeabel (vocht doorlatend)
Soorten organismen zijn te onderscheiden:
- Groepen organismen met dezelfde kenmerken
- Kunnen vruchtbare nakomelingen krijgen
Classificeren
- Bacterie en eencellige chromosomen zweven door cel heen. Heeft geen aparte celkern
Meercellige:
- Schimmels
o meestal meercellig. Gist is een eencellige
o geen bladgroen, voeden zich met organisch materiaal
o reducenten (afvalopruimer)
o paddenstoelen, vruchtlichamen van een schimmel spoordrager
o zwamvlok of mycelium zit onder de grond. Komt een vruchtlichaam uit (paddenstoel)
- Plantenrijk
o Groene planten hebben bladgroen
o Fotosynthese. Foto = licht, synthese = samenvoegen
o Producenten
Fotosynthese = start van assimilatie
- Sporenplanten
o Korstmossen
o Mossen
o Varens
o Paardenstaarten
o Algen/wieren wier is meercellig, alg is eencellig
- Vaatplanten
o Naaktzadigen
o Bedektzadige
o Bloem
o Zaadplanten
Korstmos zijn 2 bij elkaar. Symbiose (samenwerking) van alg en schimmel. Indicator hoe het met de
lucht is. Veel korstmossen betekend schone lucht.
Indeling dierenrijk
- Gewervelden
o Zoogdieren
o Vogels
o Vissen
o Reptielen
o Amfibieën
, - Ongewervelden
o Holtedieren kwal, zeeanemoon
o Sponzen
o Wormen ring en rondwormen
o Weekdieren schelpdieren, slakken, koppotigen inktvis, octopus
o Stekelhuidigen zeester, zee-egel
o Geleedpotigen schaaldieren, kreeften, krabben, spinachtigen, insecten
Reptiel legt eieren op het land (zand) schildpad en krokodil
Geen tot weinig broedzorg
Eieren worden door warmte (zon) uitgebroed
Amfibie legt eieren in het water kikkers en salamanders
Geen broedzorg
Warmte van water broed eieren uit
Leeft vaak op het land
Indeling dierenrijk leeuw
Afdeling: gewervelden
Klasse: zoogdieren
Orde: roofdieren
Familie: katachtigen
Geslacht: panters, lynx etc.
Soort: leeuw panthera leo
Warmbloedig
Vaste lichaamstemperatuur
- Zoogdieren
- Vogels
Koudbloedig
Temperatuur van de omgeving
- Reptielen
- Amfibieën
- Vissen
Ecosysteem
Begrippen:
- Populatie
- Biotische en abiotische factoren
- Biotoop
- Ecosysteem
Populatie = alle dieren die tot dezelfde soort horen in een bepaald gebied.
Biotische (levend) factor = bijv. voedsel, partnerkeuze
Abiotische (niet levend) factor = temperatuur, stroming van water, zuurstof
Biotoop = huis/plek waar het dier woont
Ecosysteem = het geheel, bijv. sloot, bos, jungle, oceaan
, Tussen soorten zijn diverse relaties zichtbaar. Eten en gegeten worden. Bijv. de een eet de ander. Om
te leven, te functioneren, te bewegen, te groeien, te ontwikkelen, om op temperatuur te blijven.
Energie nodig van de zon
Met glucose kan de plant verder bouwen:
- Koolhydraten
- Vetten
- Eiwitten mineralen voor nodig
- Kunstmest
Fotosynthese (assimilatie) = het maken van glucose voor fotosynthese is licht voor nodig.
Planten zijn producenten, ze maken voedingsstoffen
Dissimilatie = vrijmaken van energie. Vindt plaats in cellen van organismen, energie komt vrij.
Hier zijn glucose en zuurstof voor nodig.
Afvalstoffen bij verbranding zijn koolstofdioxide en water.
Grote moleculen worden afgebroken tot kleine.
Assimilatie kost energie
Dissimilatie lever energie op
Fotosynthese + verbranding:
- Alleen overdag licht
- Alleen in groene delen
- Water + koolstofdioxide + licht vormt glucose + zuurstof
- Energie wordt vastgelegd
- 24 uur per dag verbranding
- Energie wordt vrijgemaakt voor warmte en beweging
Je moet warm blijven, dan krijg je energie.