De media-explosie. Trends en issues in massacommunicatie.
Hoofdstuk 1: De media-explosie – een eerste verkenning.
§1.1: media zijn overal.
Digitale websites, audiovisuele media, en printmedia vullen elkaar aan en reageren op
elkaar. Nieuwsgaring in de ene bron roept elders een reactie op, waarbij het ene medium het
andere medium aanvult of corrigeert. Dat heet tegenwoordig crossmediale communicatie.
In onze moderne informatiemaatschappij is communicatie noodzakelijk om alle
ontwikkelingen te kunnen volgen. Dat geldt in het bijzonder voor masssacommunicatie:
zonder massamedia als pers, radio en televisie zou er geen informatiewereld of
netwerkmaatschappij zijn.
§1.2: zeven kenmerken van de media-explosie.
De communicatiewereld is in het informatietijdperk van de eenentwintigste eeuw in een
stroomversnelling terechtgekomen. Door de media-explosie wordt alles zichtbaar. Maar de
media-explosie is geen massief gebeuren. We worden niet allemaal tegelijkertijd op dezelfde
manier overvallen door een „overvloed‟ aan mediabeelden en mediateksten. Metaforen als
„overvloed‟ of „schokgolf‟ suggereren een natuurverschijnsel waaraan je je als
mediagebruiker slechts passief en willoos kunt overgeven. De belden wekken ten onrechte
de indruk dat wij als kijkers of lezers niet zelf actiefkunnen omgaan met de toename van
mediaboodschappen.
De media-explosie is gen natuurramp, maar mensenwerk. De hoeveelheid
mediaorganisaties, kanalen, mediaproducten en mediaprofessionals is explosief gegroeid,
evenals de omvang van mediacontacten en de verschillen in communicatievormen.
Zeven belangrijkste kenmerken van de media-explosie
1. Enorme groei van communicatiemiddelen en communicatieaanbod
2. Dat brengt een toename van de verscheidenheid aan mediaproducten met zich mee.
(diversificatie, differentiatie)
3. Digitalisering van de media
4. Als gevolg van de digitalisering ontstaat er convergentie ineenvloeien van
informatiedragers, informatiekanalen en communicatiemedia.
5. Uitbreiding van de zintuiglijke ervaring
6. Het verdwijnen van de scheidingslijn tussen interpersoonlijke communicatie en
klassieke massacommunicatie
7. De groei van het aantal professionele communicatiebanen en communicatieberoepen
Hoofdstuk 2: van actie naar interactie.
§2.1: verschillende visies, verschillende definities.
Basiselementen voor een definitie van communicatie:
- Taal- en symboolgebruik: verbale en visuele codering van de boodschap
- Intentie van de zender
- Reactie van de ontvanger
- Koppeling tussen zender en ontvanger (middelen, kanalen, media)
, - Gemeenschappelijke relatie tussen zender en ontvanger
- Transport van communicatieve gegevens
- Rol van maatschappelijke organisaties
Communicatie is elkaar wederzijds informeren en beïnvloeden.
§2.2: actief, effectief, interactief.
In het denken over communicatie zien we een steeds grote professionele aandacht voor
ontvangers, doelgroepen en publieksgroepen.
Intentionaliteitscriterium de activiteit van de zender is zaligmakend
Effectiviteitscriterium bepaald effect wat je wil bereiken
Interactiviteitscriterium dialoog tussen zenders en ontvangers staat voorop
Hoofdstuk 4: massacommunicatie: de klassieke benadering.
§4.1: massacommunicatie en interpersoonlijke communicatie.
Massacommunicatie wordt traditioneel onderscheiden van communicatievormen waaraan
een klein aantal personen deelneemt. Deze interpersoonlijke communicatie voltrekt zich
tussen mensen die zich in elkaars nabijheid bevinden. Tussen deze personen is voortdurend
interactie.
§4.3: Massacommunicatie – een klassieke en moderne definitie.
, Duitse psycholoog Maletzke (klassiek).
Massacommunicatie:
- Waarbij boodschappen openbaar zijn
- Die plaatsvindt door technische verspreidingsmiddelen
- Die indirect is
- Die verloopt in eenrichtingsverkeer
- Waarbij boodschappen aan een verspreid publiek worden overgebracht
Moderne definitie van massacommunicatie: massacommunicatie is openbare communicatie.
Hoofdstuk 5: massa en publiek.
§5.1: massacultuur en massacommunicatie.
Massa betekent oorspronkelijk een ongeordende hoeveelheid stof‟. Wanneer het begrip
massa betrekking heeft op mensen, tekent het meestal dat veel mensen op dezelfde plaats
en tijd bijeen zijn: een „grote hoeveelheid mensen‟.
§5.2: twee massabegrippen.
Na WOll werd het massabegrip anders ingevuld. Massa sloeg voor veel Amerikaanse
wetenschappers niet op de dweperige vereenzelviging met een politieke dictator, maar had
veel meer te maken met het sociale leven in de moderne industriestaat.
§5.3: van massa naar publieksgroep.
Er is een groot onderscheid tussen nu en vroeger wat betreft massacommunicatie en
massamedia:
1. In wetenschappelijk onderzoek is men veel voorzichtiger geworden met het doen van
stellige normatieve uitspraken. Er werd voeger te vaak verondersteld dat bepaalde
waarden en normen goed of slecht zouden zijn. Wat „de massa‟ leuk vond, zou per
definitie slecht zijn. De negatieve beeldvorming over massacultuur zet je hier op het
verkeerde spoor. Het huidige denken over de moderne massamaatschappij is in het
algemeen veel minder negatief dan vroeger.
2. De massa van vroeger is het publiek van nu geworden In onze eigen tijd is
massacommunicatie gericht op grote aantallen geïsoleerd van elkaar levende leden
van een algemeen publiek. De huidige massa is geïndividualiseerd.
3. Het tot stand komen van de „massamaatschappij‟ wordt tegenwoordig door historici
en sociologen veel neutraler omschreven als het moderniseringsproces. Massamedia
zijn veel meer in de moderne maatschappijstructuur ingebeld.
§5.4: publieksgroepen.
Met behulp van marktsegmentatie kun je kenmerken van een concrete publieksgroep
beschrijven: leeftijd, sekse, opleiding, inkomen en woonplaats. Je kunt verder de mate van
betrokkenheid, interesse en beleving in kaart brengen. Deze gegevens kun je waar mogelijk
koppelen aan de gegevens over het mediagedrag van je publieksgroep.
Een organisatie kiest een doelgroep en een publieksgroep kiest een organisatie.
Onderzoek naar mediagedrag begint bij het afbakenen van de publieksgroep.
§5.5: de publieke opinie.
Hoofdstuk 1: De media-explosie – een eerste verkenning.
§1.1: media zijn overal.
Digitale websites, audiovisuele media, en printmedia vullen elkaar aan en reageren op
elkaar. Nieuwsgaring in de ene bron roept elders een reactie op, waarbij het ene medium het
andere medium aanvult of corrigeert. Dat heet tegenwoordig crossmediale communicatie.
In onze moderne informatiemaatschappij is communicatie noodzakelijk om alle
ontwikkelingen te kunnen volgen. Dat geldt in het bijzonder voor masssacommunicatie:
zonder massamedia als pers, radio en televisie zou er geen informatiewereld of
netwerkmaatschappij zijn.
§1.2: zeven kenmerken van de media-explosie.
De communicatiewereld is in het informatietijdperk van de eenentwintigste eeuw in een
stroomversnelling terechtgekomen. Door de media-explosie wordt alles zichtbaar. Maar de
media-explosie is geen massief gebeuren. We worden niet allemaal tegelijkertijd op dezelfde
manier overvallen door een „overvloed‟ aan mediabeelden en mediateksten. Metaforen als
„overvloed‟ of „schokgolf‟ suggereren een natuurverschijnsel waaraan je je als
mediagebruiker slechts passief en willoos kunt overgeven. De belden wekken ten onrechte
de indruk dat wij als kijkers of lezers niet zelf actiefkunnen omgaan met de toename van
mediaboodschappen.
De media-explosie is gen natuurramp, maar mensenwerk. De hoeveelheid
mediaorganisaties, kanalen, mediaproducten en mediaprofessionals is explosief gegroeid,
evenals de omvang van mediacontacten en de verschillen in communicatievormen.
Zeven belangrijkste kenmerken van de media-explosie
1. Enorme groei van communicatiemiddelen en communicatieaanbod
2. Dat brengt een toename van de verscheidenheid aan mediaproducten met zich mee.
(diversificatie, differentiatie)
3. Digitalisering van de media
4. Als gevolg van de digitalisering ontstaat er convergentie ineenvloeien van
informatiedragers, informatiekanalen en communicatiemedia.
5. Uitbreiding van de zintuiglijke ervaring
6. Het verdwijnen van de scheidingslijn tussen interpersoonlijke communicatie en
klassieke massacommunicatie
7. De groei van het aantal professionele communicatiebanen en communicatieberoepen
Hoofdstuk 2: van actie naar interactie.
§2.1: verschillende visies, verschillende definities.
Basiselementen voor een definitie van communicatie:
- Taal- en symboolgebruik: verbale en visuele codering van de boodschap
- Intentie van de zender
- Reactie van de ontvanger
- Koppeling tussen zender en ontvanger (middelen, kanalen, media)
, - Gemeenschappelijke relatie tussen zender en ontvanger
- Transport van communicatieve gegevens
- Rol van maatschappelijke organisaties
Communicatie is elkaar wederzijds informeren en beïnvloeden.
§2.2: actief, effectief, interactief.
In het denken over communicatie zien we een steeds grote professionele aandacht voor
ontvangers, doelgroepen en publieksgroepen.
Intentionaliteitscriterium de activiteit van de zender is zaligmakend
Effectiviteitscriterium bepaald effect wat je wil bereiken
Interactiviteitscriterium dialoog tussen zenders en ontvangers staat voorop
Hoofdstuk 4: massacommunicatie: de klassieke benadering.
§4.1: massacommunicatie en interpersoonlijke communicatie.
Massacommunicatie wordt traditioneel onderscheiden van communicatievormen waaraan
een klein aantal personen deelneemt. Deze interpersoonlijke communicatie voltrekt zich
tussen mensen die zich in elkaars nabijheid bevinden. Tussen deze personen is voortdurend
interactie.
§4.3: Massacommunicatie – een klassieke en moderne definitie.
, Duitse psycholoog Maletzke (klassiek).
Massacommunicatie:
- Waarbij boodschappen openbaar zijn
- Die plaatsvindt door technische verspreidingsmiddelen
- Die indirect is
- Die verloopt in eenrichtingsverkeer
- Waarbij boodschappen aan een verspreid publiek worden overgebracht
Moderne definitie van massacommunicatie: massacommunicatie is openbare communicatie.
Hoofdstuk 5: massa en publiek.
§5.1: massacultuur en massacommunicatie.
Massa betekent oorspronkelijk een ongeordende hoeveelheid stof‟. Wanneer het begrip
massa betrekking heeft op mensen, tekent het meestal dat veel mensen op dezelfde plaats
en tijd bijeen zijn: een „grote hoeveelheid mensen‟.
§5.2: twee massabegrippen.
Na WOll werd het massabegrip anders ingevuld. Massa sloeg voor veel Amerikaanse
wetenschappers niet op de dweperige vereenzelviging met een politieke dictator, maar had
veel meer te maken met het sociale leven in de moderne industriestaat.
§5.3: van massa naar publieksgroep.
Er is een groot onderscheid tussen nu en vroeger wat betreft massacommunicatie en
massamedia:
1. In wetenschappelijk onderzoek is men veel voorzichtiger geworden met het doen van
stellige normatieve uitspraken. Er werd voeger te vaak verondersteld dat bepaalde
waarden en normen goed of slecht zouden zijn. Wat „de massa‟ leuk vond, zou per
definitie slecht zijn. De negatieve beeldvorming over massacultuur zet je hier op het
verkeerde spoor. Het huidige denken over de moderne massamaatschappij is in het
algemeen veel minder negatief dan vroeger.
2. De massa van vroeger is het publiek van nu geworden In onze eigen tijd is
massacommunicatie gericht op grote aantallen geïsoleerd van elkaar levende leden
van een algemeen publiek. De huidige massa is geïndividualiseerd.
3. Het tot stand komen van de „massamaatschappij‟ wordt tegenwoordig door historici
en sociologen veel neutraler omschreven als het moderniseringsproces. Massamedia
zijn veel meer in de moderne maatschappijstructuur ingebeld.
§5.4: publieksgroepen.
Met behulp van marktsegmentatie kun je kenmerken van een concrete publieksgroep
beschrijven: leeftijd, sekse, opleiding, inkomen en woonplaats. Je kunt verder de mate van
betrokkenheid, interesse en beleving in kaart brengen. Deze gegevens kun je waar mogelijk
koppelen aan de gegevens over het mediagedrag van je publieksgroep.
Een organisatie kiest een doelgroep en een publieksgroep kiest een organisatie.
Onderzoek naar mediagedrag begint bij het afbakenen van de publieksgroep.
§5.5: de publieke opinie.