H3
H3.1 16e eeuw tijd van ontdekkers en hervormers 1500-1600
De renaissance
Periode in de vroeg moderne tijd waarbij er een wedergeboorte (renaissance) van de
oudheid was
Tijd van Grieken en Romeinen
KA-19 Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het
begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling
Mensen gaan breder denken, waarbij niet alleen meer wat in de bijbel staat of wat de
kerk zegt leidend is. De mens is een zelfstandig wezen, meer dan alleen een
instrument van God. De mens hoeft niet alleen meer aan het leven na de dood te
denken (memento mori), maar mag ook genieten van het leven (carpe diem)
De ideale mens is een wetenschapper en een kunstenaar (bijvoorbeeld Leonardo da
Vinci). Biologische en aardrijkskundige kennis groeit (als gevolg van de
ontdekkingsreizen). Door de boekdrukkunst konden nieuwe ideeën zich sneller
verspreiden.
Tijdens de renaissance (15e/16e eeuw) veranderde het beeld van de mens
Voorheen ( in de middeleeuwen) stond godsdienst in het leven centraal
Tijdens de renaissance komt ook het leven in het hier en nu centraal te staan
Het individu wordt belangrijker (kunstenaars ondertekenen hun werk)
Het veranderend wereldbeeld van de renaissance
Ontdekkingsreizen begonnen plaats te vinden
De oude wetenschappelijke belangstelling
Het wetenschappelijk denken van de Grieken en Romeinen
In de renaissance grijpt men terug op de wetenschap
Van de Grieken en Romeinen + nieuwe dingen
Via studeren nieuwe wetenschap
Humanisten oriënteren op de literatuur en geschiedenis van de oudheid
KA-20 De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid
Vanuit Noord-Italië ontstaat een nieuwe belangstelling voor de klassieke oudheid.
Oude teksten kwamen weer beschikbaar, onder andere doordat bij de kruistochten
vertaalde teksten in het Arabisch gevonden werden. De klassieke vormentaal wordt
intensief bestudeerd en komt terug in nieuwe kunstwerken. De symbolische
weergave van de middeleeuwen maakt daarbij plaats voor een realistische weergave
van bijvoorbeeld het menselijk lichaam. Humanisten bestudeerden de klassieke
literatuur. Humanistisch onderwijs moest de mens in staat stellen om zijn ware
bestemming te ontdekken en door navolging van de klassieke voorbeelden een
ideale mensheid te verwezenlijken. Kenmerkend was het besef tot een nieuw tijdperk
te behoren en de noodzaak om zich af te keren van het verleden van de voorgaande
,eeuwen. Hiertegenover werd de oudheid als absolute toonaangevende norm voor
alle levenssferen gesteld.
De nieuwe oriëntatie= het opnieuw bekijken/bestuderen
Op het erfgoed= restanten uit het verleden
Van de klassieke oudheid= tijd Grieken en romeinen
Vb. tempels + zuilen
Grieks + Romeinse geschriften
Kunst/ beeldhouwkunst
H3.2
KA-18 Het begin van de Europese overzeese expansie
Portugezen en Spanjaarden ontdekken steeds grotere delen van de wereld. Eerst in
Afrika, later in Azië en Amerika. De Portugezen stichten handelsposten in Azië, de
Spanjaarden stichten koloniën in Amerika en er ontstaat de eerste wereldhandel.
Er zijn meerdere redenen waarom de Europeanen aan ontdekkingsreizen begonnen:
economisch (winst maken), politiek (macht uitbreiden, expansie) en
religieus/maatschappelijk (bekering naar het geloof en beschaving verspreiden over
de wereld).
De overzeese expansie had gevolgen op vele gebieden. Europese landen werden
machtiger en rijker. Europeanen, en met hen Europese talen en het christendom,
verspreidde zich over een groot deel van de wereld. Het wereldbeeld van de
Europeanen veranderde.
Politiek:
Vorsten geven steun aan ontdekkingsreizigers
Levert meer land op meer macht
Economie:
Rijk worden zilver, goud, zijden en specerijen
Niet via het land (instorting Mongoolse rijk) zee
Cultuur:
Verspreiding geloof (christendom)
Oorzaak ontdekkingsreizen
- Mongoolse rijk viel weg
- Hoge handelsbelastingen (tol) door de ottomanen
- Technische mogelijkheden overzee verbeterd
- Christendom verspreiden
Gevolgen
- Veranderend wereldbeeld
- Religieuze/ cultuur gevolgen
- Wereldeconomie ( alle wereld delen staan in contact met elkaar)
- Demografisch gevolg
,H3.3
KA-21 De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in
West-Europa tot gevolg had
De katholieke kerk had steeds meer macht naar zich toegetrokken en was steeds
verder afgeraakt van de oorspronkelijke bijbelteksten. Luther en Calvijn hadden hier
kritiek op. Zij wilden de kerk hervormen, maar door de conflicten ontstond er een
afsplitsing van de rooms- katholieke kerk: de protestantse kerk. De katholieke kerk
ging deze mensen (die ze ketters noemde) vervolgen.
Erasmus vertaalde de bijbel naar het Duits, waardoor die ook leesbaar werd voor het
volk.
Veel Duitse vorsten steunden Luther, omdat hij stelde dat het volk zijn vorst moet
gehoorzamen in geloofszaken. Calvijn vond dat de calvinistische kerkgemeente
zichzelf moest besturen. Als een vorst zich niet aan Gods regels houdt mochten zijn
onderdanen hem afzetten. In Nederland kreeg vooral Calvijn veel aanhangers
Kritiek op de kerk door Luther 4 aspecten
- De aflaathandel ( kwijtschelding van zonden omdat je bepaalde goede werken
had verricht)
- Heiligenverering (heiligen werden gezien als bemiddelaar tussen gelovige en
god, echter stond daar niks van in de bijbel)
- Aantal sacramenten (rituelen)
- Organisatie van de kerk (rangorde)
Luther wilde geen scheuring in de kerk, maar een hervorming.
Zijn kritiek is een belangrijk moment in de reformatie. (hervorming)
De 16e -eeuwse pogingen het christelijke geloof van alle misstanden te
voorzuiveren
De volgelingen van Luther en Calvijn richtte hun eigen kerk op, de protestanten.
De katholieken reageerden hierop:
- Tijdens de kerkvergadering aflaat verboden
- Heiligen wel vereeren, niet als goden worden aangeboden
- Ketter harder aanpakken
Contrareformatie de reactie van de katholieke kerk op de reformatie, die aan de
ene kant hervorming binnen de katholieke kerk inhield, en aan de andere kant harder
ging optreden tegen protestanten.
Katholicisme Lutheranisme Calvinisme
Hemel: Hemel: Hemel:
Regels opvolgt v/d kerk Oprecht geloof Voorbestemd hemel of hel
Goede gingen doet Berouw over zonden Hard werken
Sober leven
Hoofd van de kerk: Hoofd van de kerk: Hoofd van de kerk:
Paus Vorst Geen
Geestelijken niet trouwen Geestelijke wel trouwen Geestelijke wel trouwen
Basis geloof: Basis geloof: Basis geloof:
Bijbel Bijbel Bijbel
Uitspraken
7 sacramenten 3 sacramenten 2 sacramenten
, Heiligen zijn voorbeeld Heiligenverering is afgoderij Heiligenverering is afgoderij
H4
H4.1
KA-22 Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een
Nederlandse staat
Filips II voerde een centralisatiepolitiek waarmee ook de Nederlanders te maken
kregen. Daarnaast vervolgde hij de protestanten fel. De Nederlanders kwamen in
opstand. Dat resulteerde in het niet meer erkennen van Filips II als hun koning en het
uitroepen van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Dit kenmerkend aspect is
eigenlijk een dubbeling van de leidende vraag: “Waardoor brak er een opstand uit in
de Nederlanden, 1515-1572?”, die hoort bij historische context “Republiek der Zeven
Verenigde Nederlanden 1515- 1648”. Daarom wordt deze hier niet verder behandeld.
Conflict over de uitvoerging van Filips II (katholiek)
- Centralisatie politiek alles word vanuit een punt geregeerd
(dat ging ten kosten van de privileges van de lagere adel en zelfstandige steden)
- Strenge vervolging protestanten (kettervervolging)
Aanleiding beeldenstorm 1566 in de katholieke kerk
Gevolg:
1568 Filips stuurt leger (hertog van Alva) om de opstandelingen neer te slaan
begin opstand
Noord Nederland niet trouw aan Filips, zuid Nederland wel trouw
Unie V Atrecht is Katholiek en sluit aan bij Spanje
Unie v Utrecht tekent ‘’Plakkaat van Verltinghe’’ de overige gewesten (noord)
De 7 gewesten worden zelfstandig republiek
17e eeuw tijd van regenten en vorsten 1600-1700
KA-24 De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch
en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek
De Republiek werd niet geregeerd door een koning. In plaats daarvan voerde de
Staten-Generaal het bestuur uit. Het was een unie (vereniging) van de zeven
gewesten. Deze streefden elk vooral naar hun eigen belang keken (particularisme).
De bestuursfuncties in de gewesten waren in handen van een paar families van
kooplieden (oligarchie). Daardoor kon zij effectief geregeerd worden.
In de Staten-Generaal waren twee belangrijke functies, die vaak met elkaar in conflict
kwamen: ten eerste de raadpensionaris van Holland. Omdat Holland meer dan de
helft van de belastingen leverde was het zeer machtig en kon de raadspensionaris
veel zaken bepalen. De raadspensionaris bereidde de besluiten voor en had daarom
politieke macht. Ten tweede de stadhouder. Deze voerde het leger aan en had
daardoor militaire macht.
Op maatschappelijk gebied was de Republiek bijzonder, omdat er tolerantie bestond
ten opzicht van verschillende religies. Er bestond ook een grotere vrijheid van