AARDRIJKSKUNDE SAMENVATTING 3.1 t/m 3.5:
3.1 REGIONALE BEELDVORMING:
STEREOTYPE BEELDEN:
Het beeld dat mensen vaak van een onbekend gebieden hebben, is vaak gebaseerd op vooroordelen.
Dat noem je een stereotype. Zo’n beeld geeft een algemene karakterisering van een gebied of van
een groep mensen. Bij stereobeelden is vaak alles op één hoop gegooid.
PERCEPTIE:
Stereobeelden berusten deels op juiste en deels op onjuiste informatie. Deze beelden zijn vaak
moeilijk te veranderen. Dit komt vooral door stand door perceptie. Perceptie is de manier waarop
je op basis van juiste of onjuiste informatie de werkelijkheid in kleur. Cultuurelementen spelen een
belangrijke rol.
GEOGRAFISCHE BEElDEN:
Aardrijkskunde is de wetenschap die zich bezighoudt met de aarde als woonplaats van de mens en
met de mensen als bewoners op de aarde. Aardrijkskunde verruimt de verkeerde regionale beelden
door het aanleveren van geografische beelden. Dit zijn objectieve en controleerbare beelden van
de ligging van een gebied en van zijn ruimtelijke kenmerken en relaties. Zowel stereotype beelden
als geografische beelden zijn van invloed op het ruimtelijke gedrag van buitenlandse bedrijven,
consumenten, politici en burgers. Het is duidelijk dat de beslissingen die gebaseerd zijn op
geografische juiste beelden vaak tot betere resultaten leiden dan beslissingen die uitgaan van
stereotype beelden onjuiste informatie.
3.2 LANDSCHAPPEN:
WEST: ACTIEVE CONTINENTRAND
Zuid -Amerika bestaat uit meerdere tektonische platen. Het vaste land omvat de Zuid -
Amerikaanse plaat en het zuidelijke deel van de Caribische plaat. De oceanische korst van de
Nazcaplaat en de Antarctische plaat duiken weg onder de continentale korst van Zuid-Amerika.
Dit verschijnsel noem je subductie. Dit gaat gepaard met aardbevingen, actief vulkanisme en
gebergtevorming. Het Andesgebergte is het resultaat van de tektonische onrust. Daardoor komt in
dit deel van Zuid - Amerika het stollingsgesteente andesiet - typerend voor explosieve vulkanen -
volop voor. De Andes is een hooggebergte dat in het noordwesten uit meerdere bergketens bestaat.
Hiertussen ligt een hoogvlakte of hoogland, de zogenaamde Altiplano. In sommige Andeslanden is
deze hoogvlakte zeer uitgestrekt. Bij de vorming van het Andesgebergte ontstond aan de oostkant
van het gebergte een voorlandbekken. De wegduikende plaat creëert immers zelf een laagte en trekt
het aangrenzende land mee. In deze laagte verzamelt zich het sediment dat door verwering en erosie
van het groeiende Andesgebergte aan de westkant af komt. Het gewicht van het opgehoopte
sediment drukt de onderliggende aardkorst verder de mantel in. Zo blijft het voorlandbekken diep
3.1 REGIONALE BEELDVORMING:
STEREOTYPE BEELDEN:
Het beeld dat mensen vaak van een onbekend gebieden hebben, is vaak gebaseerd op vooroordelen.
Dat noem je een stereotype. Zo’n beeld geeft een algemene karakterisering van een gebied of van
een groep mensen. Bij stereobeelden is vaak alles op één hoop gegooid.
PERCEPTIE:
Stereobeelden berusten deels op juiste en deels op onjuiste informatie. Deze beelden zijn vaak
moeilijk te veranderen. Dit komt vooral door stand door perceptie. Perceptie is de manier waarop
je op basis van juiste of onjuiste informatie de werkelijkheid in kleur. Cultuurelementen spelen een
belangrijke rol.
GEOGRAFISCHE BEElDEN:
Aardrijkskunde is de wetenschap die zich bezighoudt met de aarde als woonplaats van de mens en
met de mensen als bewoners op de aarde. Aardrijkskunde verruimt de verkeerde regionale beelden
door het aanleveren van geografische beelden. Dit zijn objectieve en controleerbare beelden van
de ligging van een gebied en van zijn ruimtelijke kenmerken en relaties. Zowel stereotype beelden
als geografische beelden zijn van invloed op het ruimtelijke gedrag van buitenlandse bedrijven,
consumenten, politici en burgers. Het is duidelijk dat de beslissingen die gebaseerd zijn op
geografische juiste beelden vaak tot betere resultaten leiden dan beslissingen die uitgaan van
stereotype beelden onjuiste informatie.
3.2 LANDSCHAPPEN:
WEST: ACTIEVE CONTINENTRAND
Zuid -Amerika bestaat uit meerdere tektonische platen. Het vaste land omvat de Zuid -
Amerikaanse plaat en het zuidelijke deel van de Caribische plaat. De oceanische korst van de
Nazcaplaat en de Antarctische plaat duiken weg onder de continentale korst van Zuid-Amerika.
Dit verschijnsel noem je subductie. Dit gaat gepaard met aardbevingen, actief vulkanisme en
gebergtevorming. Het Andesgebergte is het resultaat van de tektonische onrust. Daardoor komt in
dit deel van Zuid - Amerika het stollingsgesteente andesiet - typerend voor explosieve vulkanen -
volop voor. De Andes is een hooggebergte dat in het noordwesten uit meerdere bergketens bestaat.
Hiertussen ligt een hoogvlakte of hoogland, de zogenaamde Altiplano. In sommige Andeslanden is
deze hoogvlakte zeer uitgestrekt. Bij de vorming van het Andesgebergte ontstond aan de oostkant
van het gebergte een voorlandbekken. De wegduikende plaat creëert immers zelf een laagte en trekt
het aangrenzende land mee. In deze laagte verzamelt zich het sediment dat door verwering en erosie
van het groeiende Andesgebergte aan de westkant af komt. Het gewicht van het opgehoopte
sediment drukt de onderliggende aardkorst verder de mantel in. Zo blijft het voorlandbekken diep