Havo 4
Thema 7 Ecologie en milieu
Basisstof 1 Organismen
Ecologie: de studie van organismen en de relatie tot hun omgeving
Milieu: de leefomgeving van een organisme
Biotische factoren: invloeden op een organisme afkomstig van een ander organisme (bijv. predatoren,
voedselaanbod, ziekteverwekkers, soortgenoten)
Abiotische factoren invloeden op een organisme afkomstig van de levenloze natuur (bijv. temperatuur,
wind, regen, licht, O2-gehalte, CO2-gehalte)
- Ook wel biotoop genoemd (= het geheel aan abiotische factoren in een omgeving)
Organisatieniveaus (van klein naar groot):
- Individu: een enkel organisme
- Populatie: een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied voorkomen en met
elkaar kunnen voortplanten
- Leefgemeenschap: alle populaties van verschillende soorten die samen in een bepaald gebied
samenleven
- Ecosysteem: geheel van biotische en abiotische factoren in een bepaald gebied
- Biosfeer: alle gebieden op aarde die bewoond worden door organismen
Optimumkromme: een kromme waarbij het verband tussen een factor en een activiteit is uitgezet, bijv.
temperatuur op de x-as en aantal individuen op de y-as
- Hoogste punt is het optimum, dus in dit voorbeeld de optimale temperatuur voor dit organisme
Basisstof 2 Populaties
Populatie: een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied (bijv. een vijver) die zich
onderling kunnen voortplanten
Relaties tussen organismen:
- Coöperatie: samenwerking
- Concurrentie: strijd door schaarste van ruimte, voedsel, etc.
Een grotere mate van concurrentie zorgt voor een hogere selectiedruk
Thema 7 Ecologie en milieu
Basisstof 1 Organismen
Ecologie: de studie van organismen en de relatie tot hun omgeving
Milieu: de leefomgeving van een organisme
Biotische factoren: invloeden op een organisme afkomstig van een ander organisme (bijv. predatoren,
voedselaanbod, ziekteverwekkers, soortgenoten)
Abiotische factoren invloeden op een organisme afkomstig van de levenloze natuur (bijv. temperatuur,
wind, regen, licht, O2-gehalte, CO2-gehalte)
- Ook wel biotoop genoemd (= het geheel aan abiotische factoren in een omgeving)
Organisatieniveaus (van klein naar groot):
- Individu: een enkel organisme
- Populatie: een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied voorkomen en met
elkaar kunnen voortplanten
- Leefgemeenschap: alle populaties van verschillende soorten die samen in een bepaald gebied
samenleven
- Ecosysteem: geheel van biotische en abiotische factoren in een bepaald gebied
- Biosfeer: alle gebieden op aarde die bewoond worden door organismen
Optimumkromme: een kromme waarbij het verband tussen een factor en een activiteit is uitgezet, bijv.
temperatuur op de x-as en aantal individuen op de y-as
- Hoogste punt is het optimum, dus in dit voorbeeld de optimale temperatuur voor dit organisme
Basisstof 2 Populaties
Populatie: een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied (bijv. een vijver) die zich
onderling kunnen voortplanten
Relaties tussen organismen:
- Coöperatie: samenwerking
- Concurrentie: strijd door schaarste van ruimte, voedsel, etc.
Een grotere mate van concurrentie zorgt voor een hogere selectiedruk