Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Events 2, hele boek

Rating
4.0
(1)
Sold
6
Pages
12
Uploaded on
20-11-2014
Written in
2013/2014

Een samenvatting met de belangrijkste punten van het hele boek, weergegeven per hoofdstuk.

Institution
Course

Content preview

EVENTS 2
KEVIN VAN DER STRAETEN

H1 Doelstelling & Doelgroep
Evenement = een door een individu/groep/organisatie georganiseerde gebeurtenis die gericht is op een
specifieke doelgroep om een vooraf bepaald doel te realiseren.

Doelstelling
Algemene lijn & inspiratie, overtuiging collega’s & management, basis goede briefing
Soorten
1.) Stimuleren van verkoop (direct of indirect)
2.) Motiveren team (teambuilding), attitude of bedrijfscultuur bijsturen
3.) Medewerkers belonen/bedanken/belonen
4.) Informatie delen/kennis overdagen
5.) In- of externe relaties opbouwen of versterken
6.) Imago verbeteren (charity events)/naamsbekendheid vergroten
7.) Impopulaire beslissingen verteerbaar maken (bv herstructurering)

één doelstelling (eventueel subdoelstellingen die hierop aansluiten)

- Specifiek
Hoe wil je dat ze het event beleven? Wat moet het concreet opleveren? Enz.
- Meetbaar
Achteraf meten wat je hebt bereikt, meten=weten
- Acceptabel
Passen je doelstellingen bij de cultuur van het bedrijf?
- Realistisch
- Tijdsgebonden

Return On Investment (ROI) = berekening die weergeeft hoe de investering van je evenement zich verhoudt tot
het rendement ervan. -> percentage totale kosten van je evenement
(gecreëerde waarde – gemaakte kosten) / (gemaakte kosten / 100)
(Piramide bladzijde 15)
ROI Pyramide
0 Target Group= de juiste doelgroep aanwezig
1 Satisfaction = omgeving creëren waarin mensen zich prettig voelen
2 Learnings = dan kunnen ze iets leren
3 Desired Behaviour= je krijgt pas een ‘return op je investment’ als mensen werkelijk iets anders gaan
DOEN -> meten
4 Impact = we hebben zoveel free publicity gehaald
5 ROI = (berekenen prijs aankoop x aantal aankopen) – kosten = winst
Evenementen worden tegenwoordig gebruikt als communicatiemiddel

Waarde wordt gecreëerd als je een gedragswijziging bij je deelnemers kunt realiseren.
Bepalende elementen of je zult sagen in creëren gewenste gedragswijziging
1.) Sense of urgency
Doelgroep met urgentie van verandering erkennen
2.) Relevante argumenten
Kloof tussen ‘nee’ en ‘ja’ overbruggen

, 3.) Evenement is enige marketingkanaal dat op alle zintuigen kan inspelen om te overtuigen
4.) Activatie
Bestelformulier meegeven, ter plekke om feedback vragen
Creeren waarde -> uitnodigingstraject, evenement en erna

Doelgroep
Doelgroep zakelijk evenement
 Business-to-business (b2b): evenementen gericht op klanten, toeleveranciers, zakenrelaties
 Business-to-consumer (b2c): doelgroep bestaat uit consumenten (privépersonen)
 Business-to-personnel (b2p): intern evenement voor medewerkers van je bedrijf organiseert

Stakeholders -> overheden, buurtbewoners, media, actiegroepen, concurrenten
Doelgroep specifiek maken -> subdoelgroepen

Profiel -> bv Andere verwachtingen & smaak/voorkeur & onderlinge relaties
- Sociodemografische kenmerken (leeftijd, opleidingsniveau)
- Communicatieve kenmerken (interesses, gedrag en mediagebruik)
Plaats niet in hokjes -> zoek naar gemeenschappelijke kenmerken

Inschatten aantal gasten
1.) Bereken grootte van totale potentiele doelgroep
2.) Schat het aantal inschrijvingen in (eventueel ervaring uit eerdere evenementen)
3.) – no-showpercentages (mensen die niet komen opdagen)
Intern event -> 10% extern event -> 40-50%



H2 Team, draaiboeken en projectmanagement
Uitbesteding
Voordelen
1.) Ruime ervaring (& kennis)
2.) Objectieve kijk
3.) Uitgebreid netwerk (betere prijzen!)
4.) Interne resources blijven beschikbaar
Nadelen
1.) Ze kennen je bedrijf (nog) niet
2.) Kosten (wel positief dat je het totale prijskaartje duidelijk in beeld krijgt)

Spelregels pitch
- Laat niet meer dan drie bureaus deelnemen
- Maak duidelijke afspraken over een mogelijk financieel tegemoetkoming
- Gebruik niet de concepten van een geweigerd bureau
- Breng alle bureaus op de hoogte als de uitslag bekend is

Draaiboek -> wie is waarvoor op welk moment op welke plaats verantwoordelijk?
+ adressen/telefoonnummers betrokken partijen & nuttige diensten + plattegrond,
evacuatieplan, benodigd materiaal
1.) Initiatieffase (projectvoorstel)
2.) Voorbereidingsfase (projectplan)
3.) Uitwerkingsfase (productieprogramma)
4.) Uitvoeringsfase (evenement zelf)
5.) Afwikkelingsfase (evaluatiefase)

, Kritische succesfactoren = elementen die absoluut aan bod moeten komen om het project te realiseren.
Servicecapaciteit = capaciteit van verschillende processen bepaalt hoeveel bezoekers er in een bepaalde
periode kunnen worden geholpen
Bottleneck = het punt in je proces dat maximale doorstroming per tijdseenheid in je totale proces bepaalt. ->
toestroom bezoekers en verdeling ervan blijft onzeker

Keten = alle processen die worden ontworpen voor de bezoeker/publiek samen
-> van thuis tot thuis met evenement als hoogtepunt
Schillen (processen)
- Kern : evenementenprocessen (installaties, tenten, sanitair etc)
- Schil 1: beïnvloedingsprocessen van vervoerswijze keuze (treinticket combi etc.)
- Schil 2: Sturingsprocessen openbare voorzieningen (capaciteit van OV, toegangswegen etc.
- Schil 3: Toegangsprocessen naar evenemententerrein (parkeren, entree, kaartverkoop etc.)



H3 Budget
Functionele kostenindeling = het groeperen van de kosten in hoofdgroepen. Geef de kosten per activiteit aan.
Voor iedere hoofdgroep maak je een tussentotaal.
+ = goede kijk op evenwicht tussen verschillende activiteitengroepen
- = onderlinge verbanden worden over het hoofd gezien, met onvoorziene kosten als gevolg

Vaste en variabele kosten
Vast -> onafhankelijk aantal bezoekers
Vaste kosten kan variabel worden -> locatie
+ = handig aflezen bij hoeveel gasten het budget in evenwicht is
- = minder makkelijk om budgetten van verschillende deelactiviteiten op te volgen

Doorrekening volgens programmaonderdelen
Overzichten van kosten per programmaonderdeel
+ = per onderdeel goed overzicht beschikbare budget
- = verdeelsleutel voor overkoepelende kosten is vaak kunstmatig

Combinatie van kostenindeling

Post onvoorziene kosten => 10% van totale budget
Cashflow = verwachting van inkomende en uitgaande betalingen

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 20, 2014
Number of pages
12
Written in
2013/2014
Type
SUMMARY

Subjects

$5.37
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
aardbei55
4.0
(1)

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
9 year ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
aardbei55 Fontys Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
6
Member since
11 year
Number of followers
4
Documents
2
Last sold
4 months ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions