Cultuur volgens de drie sociologische stromingen
Structureel functionalisme Cultuur is aangeleerd gedrag, is gericht op sociale cohesie en
harmonie in de gemeenschap.
(Malionwski, Émile Durkheim, Sociale ongelijkheid wordt gezien als een onvermijdelijk gegeven.
Mauss, Gans) Ritueel op manifest niveau is het individu inzicht verschaffen in zijn
probleem. Op latent niveau dient SW’er het welbegrepen eigen
belang van de samenleving en moet zogen voor rust en harmonie.
Conflictsociologie Cultuur is een dwingende set van normen en waarden die
opgelegd worden door sociale instituten en die leiden tot grotere
(Karl Marx, Max Weber, ongelijkheid tussen verschillende sociale groepen.
Hegel) Maatschappelijke structuur leidt tot conflicten en
maatschappelijke ongelijkheid. Kijken naar de economische
verhoudingen binnen de samenleving. Klassenstrijd staat centraal.
Symbolisch interactionisme Cultuur is een systeem van ‘opvattingen’ uitgedrukt in symbolische
vormen, door middel waarvan mensen communiceren, sociale
(Blumer, Geertz, Goffman) verhoudingen bestendigen en een houding in leven ontwikkelen.
Mensen stemmen hun gedrag af op de betekenis van de situatie en
creëren ze symbolen, religies en rituelen. Dit leidt tot reacties.
1. Mensen reageren op dingen op basis van betekenis;
2. Mensen geven betekenis aan de dingen om hen heen in
interactie met medemensen;
3. De uitkomst van deze interacties bepaalt hoe mensen
omgaan met de sociale realiteit sociale actie.
Diagnoses volgens de drie sociologische stromingen
Structureel functionalisme Diagnose wordt gezien als overgangsritueel, ofwel rite de passage.
Fases overgangsritueel:
(Gennep) 1. Afscheiding symbolisch gedrag waarbij het individu
afgescheiden wordt van een vaste maatschappelijke status
2. Liminaliteit (transitie) status tussen vroegere en
toekomstige identiteiten
3. Re-integratie met nieuwe sociale rol een herintrede
maken in de maatschappij
Conflictsociologie Tegenstander van het diagnosticeren.
Psychiatrische inrichtingen proberen door diagnoses burgers in te
(Abraham de Swaan) delen in normale en abnormale burgers. De staat kan macht over
een lichaam uitvoeren. Er bestaat een politiek correct lichaam,
Biomacht, medicalisering.
Symbolisch interactionisme Nadruk ligt op de actieve patiënt, die vindt dat hij recht heeft op
diagnose en/of bijbehorende behandeling. Actieve patiënt en
(Bernard Stiegler) Psychomacht: medische wereld speelt in op individuele behoeften.
Structureel functionalisme Cultuur is aangeleerd gedrag, is gericht op sociale cohesie en
harmonie in de gemeenschap.
(Malionwski, Émile Durkheim, Sociale ongelijkheid wordt gezien als een onvermijdelijk gegeven.
Mauss, Gans) Ritueel op manifest niveau is het individu inzicht verschaffen in zijn
probleem. Op latent niveau dient SW’er het welbegrepen eigen
belang van de samenleving en moet zogen voor rust en harmonie.
Conflictsociologie Cultuur is een dwingende set van normen en waarden die
opgelegd worden door sociale instituten en die leiden tot grotere
(Karl Marx, Max Weber, ongelijkheid tussen verschillende sociale groepen.
Hegel) Maatschappelijke structuur leidt tot conflicten en
maatschappelijke ongelijkheid. Kijken naar de economische
verhoudingen binnen de samenleving. Klassenstrijd staat centraal.
Symbolisch interactionisme Cultuur is een systeem van ‘opvattingen’ uitgedrukt in symbolische
vormen, door middel waarvan mensen communiceren, sociale
(Blumer, Geertz, Goffman) verhoudingen bestendigen en een houding in leven ontwikkelen.
Mensen stemmen hun gedrag af op de betekenis van de situatie en
creëren ze symbolen, religies en rituelen. Dit leidt tot reacties.
1. Mensen reageren op dingen op basis van betekenis;
2. Mensen geven betekenis aan de dingen om hen heen in
interactie met medemensen;
3. De uitkomst van deze interacties bepaalt hoe mensen
omgaan met de sociale realiteit sociale actie.
Diagnoses volgens de drie sociologische stromingen
Structureel functionalisme Diagnose wordt gezien als overgangsritueel, ofwel rite de passage.
Fases overgangsritueel:
(Gennep) 1. Afscheiding symbolisch gedrag waarbij het individu
afgescheiden wordt van een vaste maatschappelijke status
2. Liminaliteit (transitie) status tussen vroegere en
toekomstige identiteiten
3. Re-integratie met nieuwe sociale rol een herintrede
maken in de maatschappij
Conflictsociologie Tegenstander van het diagnosticeren.
Psychiatrische inrichtingen proberen door diagnoses burgers in te
(Abraham de Swaan) delen in normale en abnormale burgers. De staat kan macht over
een lichaam uitvoeren. Er bestaat een politiek correct lichaam,
Biomacht, medicalisering.
Symbolisch interactionisme Nadruk ligt op de actieve patiënt, die vindt dat hij recht heeft op
diagnose en/of bijbehorende behandeling. Actieve patiënt en
(Bernard Stiegler) Psychomacht: medische wereld speelt in op individuele behoeften.