Aardrijkskunde samenvatting 3vwo h4 conflicten (buiteNLand)
Gwen van den Berg, a3c
Paragraaf 2: Conflictgebieden in de wereld
Gewapend conflict= Een aanhoudende strijd waarin er in een jaar minimaal 25 doden vallen.
In Afrika, Zuidoost-Azië en in de Islamitische wereld komen er veel gewapende conflicten voor.
Internationaal conflict= Een conflict dat zich tussen minimaal 2 Staten afspeelt.
Intern conflict/burgeroorlog= Een conflict dat zich afspeelt tussen de grenzen van een land. Meestal
zijn het opstandelingen (vrijheidsstrijders, terroristen) die vechten tegen de regering of tegen elkaar
om bijvoorbeeld een politiek of financieel doel te bereiken.
Terrorisme= Geweld om een politiek doel te bereiken.
Regionaal conflict= Een intern conflict dat zich uit heeft bereid tot over landsgrenzen.
Territorium= Het woongebied van een volk.
Volk= Als mensen in een staat voelen dat ze bij elkaar horen, door bijvoorbeeld hun taal, geloof of
gemeenschappelijke geschiedenis vormen ze een volk.
Staat= Een territorium (woongebied) dat binnen een grens ligt. Binnen een staat gelden er wetten
en regels waaraan de mensen zich moeten houden.
Soevereiniteit/zelfbeschikking= De staat oefent zelf de macht uit en andere staten mogen zich er
niet mee bemoeien.
Etniciteit= De indentiteit op gebied van cultuur en afkomst van een volk.
Regionalisme= Een (meestal) niet gewelddadig conflict waarbij het volk zich sterk vasthoud aan de
eigen geschiedenis en cultuur.
Nationalisme= Een conflict met vaak bloederige gevolgen. Het volk streeft naar onafhankelijkheid.
Separatisme= De wens tot afscheiding (onafhankelijkheid).
Autonome regio= Regio in een staat met zelfbeschikking over een aantal zaken zoals onderwijs,
belasting en politie.
Gwen van den Berg, a3c
Paragraaf 2: Conflictgebieden in de wereld
Gewapend conflict= Een aanhoudende strijd waarin er in een jaar minimaal 25 doden vallen.
In Afrika, Zuidoost-Azië en in de Islamitische wereld komen er veel gewapende conflicten voor.
Internationaal conflict= Een conflict dat zich tussen minimaal 2 Staten afspeelt.
Intern conflict/burgeroorlog= Een conflict dat zich afspeelt tussen de grenzen van een land. Meestal
zijn het opstandelingen (vrijheidsstrijders, terroristen) die vechten tegen de regering of tegen elkaar
om bijvoorbeeld een politiek of financieel doel te bereiken.
Terrorisme= Geweld om een politiek doel te bereiken.
Regionaal conflict= Een intern conflict dat zich uit heeft bereid tot over landsgrenzen.
Territorium= Het woongebied van een volk.
Volk= Als mensen in een staat voelen dat ze bij elkaar horen, door bijvoorbeeld hun taal, geloof of
gemeenschappelijke geschiedenis vormen ze een volk.
Staat= Een territorium (woongebied) dat binnen een grens ligt. Binnen een staat gelden er wetten
en regels waaraan de mensen zich moeten houden.
Soevereiniteit/zelfbeschikking= De staat oefent zelf de macht uit en andere staten mogen zich er
niet mee bemoeien.
Etniciteit= De indentiteit op gebied van cultuur en afkomst van een volk.
Regionalisme= Een (meestal) niet gewelddadig conflict waarbij het volk zich sterk vasthoud aan de
eigen geschiedenis en cultuur.
Nationalisme= Een conflict met vaak bloederige gevolgen. Het volk streeft naar onafhankelijkheid.
Separatisme= De wens tot afscheiding (onafhankelijkheid).
Autonome regio= Regio in een staat met zelfbeschikking over een aantal zaken zoals onderwijs,
belasting en politie.