Samenvatting privaatrecht
Privaatrecht benoemt en ordent feiten en omstandigheden van personen
Les 1 en 2 week 5
- Rechtssubject: de drager van rechten en plichten
1. Natuurlijke personen (mensen van vlees en bloed)
Bij de dood eindigt de rechtssubjectiviteit en gaan de rechten en plichten
over op de erfgenamen of teniet.
Zie Boek 1 van BW
2. Rechtspersonen (nauwkeurig omschreven groepen en organisaties van
mensen door het objectief recht aangewezen)
Deze worden onderscheiden in privaatrechtelijke rechtspersonen
(vereniging, de stichting, de BV en de NV) en in publiekrechtelijke
rechtspersonen (Staat, provincies, de gemeenten en waterschappen)
Zie boek 2 van BW
Er is sprake van vertegenwoordiging als een natuurlijk persoon optreedt
namens een rechtspersoon.
- Rechtsfeit: een feit waaraan het recht een of meer rechtsgevolgen
verbindt.
Voorbeeld: De verkoper van een fiets kan zeggen dat hij recht heeft op betaling
van de koopprijs. Dat klopt, want als een koopovereenkomst tot stand is
gekomen, moet de koper de koopprijs betalen. Het rechtsfeit koop leidt dus tot
een rechtsgevolg.
Ander woord voor rechtsgevolg is een verbintenis.
1. Blote rechtsfeiten: Geboorte, dood, naburigheid (bloot betekend in dit
verband niet aan te merken als een actieve menselijke handeling)
2. Menselijke handelingen: koop, aanrijding
Rechtshandeling: > zie boek 3 BW
Het eerste vereiste voor een rechtshandeling is de wil. Die vereiste op zich is
niet genoeg en moet gepaard gaan met een uiting daarvan, een zogenoemde
wilsverklaring. > Art. 3:33 BW
, 1. Eenzijdige rechtshandeling: het beoogde rechtsgevolg wordt door 1
persoon tot stand gebracht, de medewerking van anderen is daarbij niet
vereist.
Voorbeeld: Het testament, opzegging arbeidsovereenkomst, erkenning
van een buiten huwelijk geboren kind onder de 12 jaar.
2. Meerzijdige rechtshandeling: de op elkaar aansluitende wil van 2 of
meer rechtssubjecten is vereist.
Voorbeeld: Koopovereenkomst, huurovereenkomst en
arbeidsovereenkomst.
- Feitelijke handelingen: een handeling waaraan het recht
rechtsgevolg(en) verbindt zonder dat betrokkenen dat wensen. De
belangrijkste is de onrechtmatige daad: iemand brengt een ander op
onrechtmatige wijze schade aan. Je handelt in strijd met een wettelijke
verplichting > zie Art. 6:162 BW
Soms zijn de gevolgen niet beoogd, bijvoorbeeld bij het ingooien van
iemands ruit. Er is opzet in het spel.
Het verschil tussen rechtshandelingen en feitelijke handelingen is dat bij
rechtshandelingen het intreden van het rechtsgevolg wordt beoogd,
terwijl dat oogmerk bij feitelijke handelingen er niet toe doet. Het is bij
feitelijke handelingen niet de wil van een persoon die bepalend is voor
het ontstaan van het rechtsgevolg, maar het is de wet die het
rechtsgevolg verbindt aan een feitelijke gebeurtenis.
Rechtmatige daad: een feitelijke handeling waaraan de wet gevolgen
verbindt zonder dat er sprake is van onrechtmatig gedrag. Ze zijn niet in
strijd met het recht.
Voorbeeld: een onderneming betaald aan een leasebedrijf per ongeluk 2
keer dezelfde kosten. Dit had 1 keer moeten zijn. De betaling wordt
onverschuldigde betaling genoemd. Het leasebedrijf moet dit terug
storten. > art. 6:203 BW
Wanprestatie: het toerekenbaar tekortkomen in de nakoming van een
verbintenis. Handelen in strijd met een zelf aangegane verplichting
Voorbeeld: een schilder die de kozijnen groen verft in plaats van blauw.
Het is niet kenmerkend dat het ertoe doet of zij zijn beoogd.
Privaatrecht benoemt en ordent feiten en omstandigheden van personen
Les 1 en 2 week 5
- Rechtssubject: de drager van rechten en plichten
1. Natuurlijke personen (mensen van vlees en bloed)
Bij de dood eindigt de rechtssubjectiviteit en gaan de rechten en plichten
over op de erfgenamen of teniet.
Zie Boek 1 van BW
2. Rechtspersonen (nauwkeurig omschreven groepen en organisaties van
mensen door het objectief recht aangewezen)
Deze worden onderscheiden in privaatrechtelijke rechtspersonen
(vereniging, de stichting, de BV en de NV) en in publiekrechtelijke
rechtspersonen (Staat, provincies, de gemeenten en waterschappen)
Zie boek 2 van BW
Er is sprake van vertegenwoordiging als een natuurlijk persoon optreedt
namens een rechtspersoon.
- Rechtsfeit: een feit waaraan het recht een of meer rechtsgevolgen
verbindt.
Voorbeeld: De verkoper van een fiets kan zeggen dat hij recht heeft op betaling
van de koopprijs. Dat klopt, want als een koopovereenkomst tot stand is
gekomen, moet de koper de koopprijs betalen. Het rechtsfeit koop leidt dus tot
een rechtsgevolg.
Ander woord voor rechtsgevolg is een verbintenis.
1. Blote rechtsfeiten: Geboorte, dood, naburigheid (bloot betekend in dit
verband niet aan te merken als een actieve menselijke handeling)
2. Menselijke handelingen: koop, aanrijding
Rechtshandeling: > zie boek 3 BW
Het eerste vereiste voor een rechtshandeling is de wil. Die vereiste op zich is
niet genoeg en moet gepaard gaan met een uiting daarvan, een zogenoemde
wilsverklaring. > Art. 3:33 BW
, 1. Eenzijdige rechtshandeling: het beoogde rechtsgevolg wordt door 1
persoon tot stand gebracht, de medewerking van anderen is daarbij niet
vereist.
Voorbeeld: Het testament, opzegging arbeidsovereenkomst, erkenning
van een buiten huwelijk geboren kind onder de 12 jaar.
2. Meerzijdige rechtshandeling: de op elkaar aansluitende wil van 2 of
meer rechtssubjecten is vereist.
Voorbeeld: Koopovereenkomst, huurovereenkomst en
arbeidsovereenkomst.
- Feitelijke handelingen: een handeling waaraan het recht
rechtsgevolg(en) verbindt zonder dat betrokkenen dat wensen. De
belangrijkste is de onrechtmatige daad: iemand brengt een ander op
onrechtmatige wijze schade aan. Je handelt in strijd met een wettelijke
verplichting > zie Art. 6:162 BW
Soms zijn de gevolgen niet beoogd, bijvoorbeeld bij het ingooien van
iemands ruit. Er is opzet in het spel.
Het verschil tussen rechtshandelingen en feitelijke handelingen is dat bij
rechtshandelingen het intreden van het rechtsgevolg wordt beoogd,
terwijl dat oogmerk bij feitelijke handelingen er niet toe doet. Het is bij
feitelijke handelingen niet de wil van een persoon die bepalend is voor
het ontstaan van het rechtsgevolg, maar het is de wet die het
rechtsgevolg verbindt aan een feitelijke gebeurtenis.
Rechtmatige daad: een feitelijke handeling waaraan de wet gevolgen
verbindt zonder dat er sprake is van onrechtmatig gedrag. Ze zijn niet in
strijd met het recht.
Voorbeeld: een onderneming betaald aan een leasebedrijf per ongeluk 2
keer dezelfde kosten. Dit had 1 keer moeten zijn. De betaling wordt
onverschuldigde betaling genoemd. Het leasebedrijf moet dit terug
storten. > art. 6:203 BW
Wanprestatie: het toerekenbaar tekortkomen in de nakoming van een
verbintenis. Handelen in strijd met een zelf aangegane verplichting
Voorbeeld: een schilder die de kozijnen groen verft in plaats van blauw.
Het is niet kenmerkend dat het ertoe doet of zij zijn beoogd.