Aantekeningen college 5 ~ responsiecollege
Communicatie binnen en tussen neuronen:
- Elke neuron heeft membraanpotentiaal (= verschil lading binnen en
buiten cel)
- Rustpotentiaal = membraanpotentiaal in rust = -70 mV wordt
veroorzaakt door verhouding ionen binnen en buiten cel
o Kan verstoord worden door postsynaptische signalen die bijv.
bij dendriet ontstaan
- 2 type postsynaptische potentialen (wordt bepaald door
neurotransmitter):
o EPSP (glutamaat belangrijk hiervoor)
Depolarisatie minder negatief grotere kans op
actiepotentiaal
o IPSP
Hyperpolarisatie nog negatiever mindere kans op
AP
- 1 postsynaptisch potentiaal zorgt nog niet voor actiepotentiaal
dat moeten er veel meer zijn voordat rustpotentiaal verstoord wordt
en er een actiepotentiaal plaatsvindt.
- Op 1 synaps meerdere stimulaties opgeteld = temporale
summatie maar 1 type signaal
- Spatiale summatie = op verschillende plekken komen meerdere
(verschillende) signalen binnen meerdere typen signalen
- Inhibitoire (= remmende, belangrijke: GABA) & exitatoire (=
stimulerende, belangrijke: glutamaat) neurotransmitters
Hoe verder je cel in gaat, hoe minder sterk de concentratie wordt
, Myelineschede versnelt overgave informatie. Bij knoop van Ranvier
ontstaat nieuw actiepotentiaal door die ervoor enz… ( actiepotentiaal
springt van knoop van Ranvier naar knoop van Ranvier sneller).
Neurotransmitters hechten aan receptor ionenkanaal gaat open
ionen stromen cel binnen postsynaptisch potentiaal (door spatiale en
temporale summatie kan nieuw actiepotentiaal ontstaan)
Medicatie kan neurotransmitter faciliteren (agonist) of remmen
(antagonist). Bijv. activeren/blokkeren autoreceptor = receptor op
presynaptische neuron die zorgt voor negatieve feedback (zorgen voor
respectievelijk remming of stimulatie neurotransmitters).
Celpotentie
Totipotent = kan differentiëren in alle cellen menselijk lichaam + extra-
embryonaal weefsel
Pluripotent = kan differentiëren in alle cellen menselijk lichaam
Multipotent = in alle typen cellen binnen celsoort (bijv. neuron)
Unipotent = in 1 type cel ( niet echt een stamcel meer)
Axonale groei
Chemoaffinity hypothese
Eindlocatie scheidt stofje uit dat axon volgt
Waarom leggen axonen omweg af?
Blueprint hypothese
Reactie op chemoaffinity hypothese
Pioneer growth cone volgt meerdere chemische stoffen langs route
van growth cone
Fasciculation: andere axonen volgen pad pioneer growth cone
Topograpfical gradient hypothese
Celkern (beginlocatie) en axon (eindlocatie) hebben zelfde
buurcellen topografische oppervlak wordt gekarakteriseerd door
concentraties van bepaalde stoffen axonen zoeken plek met
concentratie die hetzelfde is als die van de beginlocatie
Neuronale sterfte
Apoptose
Actieve celdood = normale ontwikkeling
Genetisch geprogrammeerd
Niet binnenkrijgen van (genoeg) neurotropinen die vrijgegeven
wordt door target (structuur waar neuron naartoe groeit). Bewijs hiervoor:
Communicatie binnen en tussen neuronen:
- Elke neuron heeft membraanpotentiaal (= verschil lading binnen en
buiten cel)
- Rustpotentiaal = membraanpotentiaal in rust = -70 mV wordt
veroorzaakt door verhouding ionen binnen en buiten cel
o Kan verstoord worden door postsynaptische signalen die bijv.
bij dendriet ontstaan
- 2 type postsynaptische potentialen (wordt bepaald door
neurotransmitter):
o EPSP (glutamaat belangrijk hiervoor)
Depolarisatie minder negatief grotere kans op
actiepotentiaal
o IPSP
Hyperpolarisatie nog negatiever mindere kans op
AP
- 1 postsynaptisch potentiaal zorgt nog niet voor actiepotentiaal
dat moeten er veel meer zijn voordat rustpotentiaal verstoord wordt
en er een actiepotentiaal plaatsvindt.
- Op 1 synaps meerdere stimulaties opgeteld = temporale
summatie maar 1 type signaal
- Spatiale summatie = op verschillende plekken komen meerdere
(verschillende) signalen binnen meerdere typen signalen
- Inhibitoire (= remmende, belangrijke: GABA) & exitatoire (=
stimulerende, belangrijke: glutamaat) neurotransmitters
Hoe verder je cel in gaat, hoe minder sterk de concentratie wordt
, Myelineschede versnelt overgave informatie. Bij knoop van Ranvier
ontstaat nieuw actiepotentiaal door die ervoor enz… ( actiepotentiaal
springt van knoop van Ranvier naar knoop van Ranvier sneller).
Neurotransmitters hechten aan receptor ionenkanaal gaat open
ionen stromen cel binnen postsynaptisch potentiaal (door spatiale en
temporale summatie kan nieuw actiepotentiaal ontstaan)
Medicatie kan neurotransmitter faciliteren (agonist) of remmen
(antagonist). Bijv. activeren/blokkeren autoreceptor = receptor op
presynaptische neuron die zorgt voor negatieve feedback (zorgen voor
respectievelijk remming of stimulatie neurotransmitters).
Celpotentie
Totipotent = kan differentiëren in alle cellen menselijk lichaam + extra-
embryonaal weefsel
Pluripotent = kan differentiëren in alle cellen menselijk lichaam
Multipotent = in alle typen cellen binnen celsoort (bijv. neuron)
Unipotent = in 1 type cel ( niet echt een stamcel meer)
Axonale groei
Chemoaffinity hypothese
Eindlocatie scheidt stofje uit dat axon volgt
Waarom leggen axonen omweg af?
Blueprint hypothese
Reactie op chemoaffinity hypothese
Pioneer growth cone volgt meerdere chemische stoffen langs route
van growth cone
Fasciculation: andere axonen volgen pad pioneer growth cone
Topograpfical gradient hypothese
Celkern (beginlocatie) en axon (eindlocatie) hebben zelfde
buurcellen topografische oppervlak wordt gekarakteriseerd door
concentraties van bepaalde stoffen axonen zoeken plek met
concentratie die hetzelfde is als die van de beginlocatie
Neuronale sterfte
Apoptose
Actieve celdood = normale ontwikkeling
Genetisch geprogrammeerd
Niet binnenkrijgen van (genoeg) neurotropinen die vrijgegeven
wordt door target (structuur waar neuron naartoe groeit). Bewijs hiervoor: