Hoorcolleges TOE Kwalitatief
Inhoudsopgave
Hoorcolleges TOE Kwalitatief............................................................................................................................... 1
Hoorcollege 1..............................................................................................................................................................2
Hoorcollege 2..............................................................................................................................................................6
Hoorcollege 3 ............................................................................................................................................................14
Hoorcollege 4............................................................................................................................................................19
,Hoorcollege 1
In deze les staan de links naar verschillende video-clips van stukken van de hoorcolleges van vorig jaar. Na elke video-clip kun je
een aantal vragen over de inhoud van de video beantwoorden. De onderwerpen die in deze les aan bod komen, zijn:
• Herhaling KOM: Interview
• Vormen van interviews en verloop van een interview
• Focusgroepen
• Vormen van focusgroepen
• Topiclist, fieldnotes en memo's
Herhaling KOM: Interview (REVIEW)
Bij kwalitatief: iteratief te werk; telkens heen en weer tussen fases en meer data verzamelen en analyseren dus je loopt telkens
het cirkeltje door. (ipv lineair bij kwantitatief onderzoek). Een manier was het interview. On-gestructureerd versus structurerend
(alles staat al vast). Bij ongestructureerd heb je niets vastgelegd alleen ‘we gaan het hebben over..’ en gedurende gesprek merk
je waar het naartoe gaat. En tussen semigestructureerd; e weet een aantal onderwerpen en eventueel een topic list maar niet
de volgorde etc.
Menti er kwam uit:
- Reactiviteit, omdat de mensen weten gaan ze zich beter gedragen (vaak
gevolg van interviewen) als je gedrag wilt weten moet je realiseren dat er
sociaal wenselijk wordt. Voornamelijk bij OBSERVATIE ipv interviews maar
nog steeds wel hoor. (als er leraren zijn gedraag je je anders bijvoorbeeld).
Op een bepaald moment naturalisatie; dat je wenst dat je geobserveerd
wordt en dan weer ‘normaal’ doet.
, Let op: De focus groep is niet een manier om even snel een interview uit te voeren. Je hebt veel minder diepte en het
gaat meer om de interactie tussen de groep ipv 1 persoon. ‘moderator’ gaat vaak over de focusgroep. Daar heb je een
rol dat het in goede banen geleid wordt.
Comprehensio Retrieval Judgement Reporting an awnser.
Bij de vraag gaat de respondent denken: wat wil hij weten, vervolgens wat is het antwoord erop, dat moet je onthouden en
vervolgens beoordelen wat je wilt delen en daarna nog dat het gefabriceerd wordt in een antwoord. Soms is het laatste niet
mogelijk; door taal, of niet-verbaal ingesteld etc. dat moet je dan ondersteunen en je moet telkens jezelf afvragen; wat gaat hij
zeggen, wil ik nog een vervolgvraag stellen etc. etc.
Je wil de perspectieven van de respondent gebruiken. Je wilt niet per se beschouwen maar je wilt het perspectief van de
respondent aannemen en begrijpen en verplaatsen in de respondent. Een goed interview:
- Reciprocal interaction: geven en nemen
- Responsiveness: je reageert op elkaar en je past je aan naar de ander
- Truts: vertrouwen opbouwen vanaf het moment van binnenkomen. (rapport opbouwen)
Attributes of interviewer
- Build rapport
- Actief luisteren
- Ask relevant follow up vragen (terug sturen naar waar jij het over wilt hebben)
- DO NOT THINK ABOUT ANALYTICAL CONSTRUCTS
• Vormen van interviews en verloop van een interview
- Face-to face interviews
- Telephone (minder controle om emoties te lezen etc.
- Online (skype of chat, voordeel skype: face to face maar langere afstand maar minder persoonlijk en minder controle
over omstandigheden)
- Go-along interview (kortere vorm van ethnographic (zoals meegaan naar werk, wandeling of in de auto, dus
combineren face to face met observatie en je spreekt iemand op een natuurlijke manier. Want je zit niet in een
vreemde situatie).
- Ethnographic interview (binnen een context van groter onderzoek en je blijft daar voor een langere periode in
bijvoorbeeld die setting, goed om mensen te leren kennen. Goede combinatie tussen observatie/interviews etc)
Stage 1: Arrival and introduction (bij binnenkomst of juist al bij het benaderen van degene) hier geen je ook een introcutie van
jezelf (koetjes en kalfjes).
Stage 2: Introducing the research (consent wordt getekend, wat hun rechten zijn en vertellen wat er gebeurd met hun data
etc.)
Stage 3: Beginning the interview (je bent nog aan het aantasten en hierin nog niet gevoelige onderwerpen maar wel gerelateerd
aan het onderwerp). Feitelijke vragen etc. kan hier met gesloten vragen etc. (broers of zussen, sport etc. leefomgeving etc.)
Stage 4: During the interview (meer de diepte in, vanaf onderwerp 2/3 is dat het grote topic waar je het over wilt hebben. Je
moet samen in vertrouwen en concentratie komen. Je bent vooral geïnteresseerd en geeft waardering (knikken) en laten weten
dat je blij bent met de reactie van de respondent die antwoord geven op de vraag. Maar denk vooral ook aan stiltes.
Stage 5: Ending the interview (weer terugbrengen naar het dagelijks leven etc.)
Inhoudsopgave
Hoorcolleges TOE Kwalitatief............................................................................................................................... 1
Hoorcollege 1..............................................................................................................................................................2
Hoorcollege 2..............................................................................................................................................................6
Hoorcollege 3 ............................................................................................................................................................14
Hoorcollege 4............................................................................................................................................................19
,Hoorcollege 1
In deze les staan de links naar verschillende video-clips van stukken van de hoorcolleges van vorig jaar. Na elke video-clip kun je
een aantal vragen over de inhoud van de video beantwoorden. De onderwerpen die in deze les aan bod komen, zijn:
• Herhaling KOM: Interview
• Vormen van interviews en verloop van een interview
• Focusgroepen
• Vormen van focusgroepen
• Topiclist, fieldnotes en memo's
Herhaling KOM: Interview (REVIEW)
Bij kwalitatief: iteratief te werk; telkens heen en weer tussen fases en meer data verzamelen en analyseren dus je loopt telkens
het cirkeltje door. (ipv lineair bij kwantitatief onderzoek). Een manier was het interview. On-gestructureerd versus structurerend
(alles staat al vast). Bij ongestructureerd heb je niets vastgelegd alleen ‘we gaan het hebben over..’ en gedurende gesprek merk
je waar het naartoe gaat. En tussen semigestructureerd; e weet een aantal onderwerpen en eventueel een topic list maar niet
de volgorde etc.
Menti er kwam uit:
- Reactiviteit, omdat de mensen weten gaan ze zich beter gedragen (vaak
gevolg van interviewen) als je gedrag wilt weten moet je realiseren dat er
sociaal wenselijk wordt. Voornamelijk bij OBSERVATIE ipv interviews maar
nog steeds wel hoor. (als er leraren zijn gedraag je je anders bijvoorbeeld).
Op een bepaald moment naturalisatie; dat je wenst dat je geobserveerd
wordt en dan weer ‘normaal’ doet.
, Let op: De focus groep is niet een manier om even snel een interview uit te voeren. Je hebt veel minder diepte en het
gaat meer om de interactie tussen de groep ipv 1 persoon. ‘moderator’ gaat vaak over de focusgroep. Daar heb je een
rol dat het in goede banen geleid wordt.
Comprehensio Retrieval Judgement Reporting an awnser.
Bij de vraag gaat de respondent denken: wat wil hij weten, vervolgens wat is het antwoord erop, dat moet je onthouden en
vervolgens beoordelen wat je wilt delen en daarna nog dat het gefabriceerd wordt in een antwoord. Soms is het laatste niet
mogelijk; door taal, of niet-verbaal ingesteld etc. dat moet je dan ondersteunen en je moet telkens jezelf afvragen; wat gaat hij
zeggen, wil ik nog een vervolgvraag stellen etc. etc.
Je wil de perspectieven van de respondent gebruiken. Je wilt niet per se beschouwen maar je wilt het perspectief van de
respondent aannemen en begrijpen en verplaatsen in de respondent. Een goed interview:
- Reciprocal interaction: geven en nemen
- Responsiveness: je reageert op elkaar en je past je aan naar de ander
- Truts: vertrouwen opbouwen vanaf het moment van binnenkomen. (rapport opbouwen)
Attributes of interviewer
- Build rapport
- Actief luisteren
- Ask relevant follow up vragen (terug sturen naar waar jij het over wilt hebben)
- DO NOT THINK ABOUT ANALYTICAL CONSTRUCTS
• Vormen van interviews en verloop van een interview
- Face-to face interviews
- Telephone (minder controle om emoties te lezen etc.
- Online (skype of chat, voordeel skype: face to face maar langere afstand maar minder persoonlijk en minder controle
over omstandigheden)
- Go-along interview (kortere vorm van ethnographic (zoals meegaan naar werk, wandeling of in de auto, dus
combineren face to face met observatie en je spreekt iemand op een natuurlijke manier. Want je zit niet in een
vreemde situatie).
- Ethnographic interview (binnen een context van groter onderzoek en je blijft daar voor een langere periode in
bijvoorbeeld die setting, goed om mensen te leren kennen. Goede combinatie tussen observatie/interviews etc)
Stage 1: Arrival and introduction (bij binnenkomst of juist al bij het benaderen van degene) hier geen je ook een introcutie van
jezelf (koetjes en kalfjes).
Stage 2: Introducing the research (consent wordt getekend, wat hun rechten zijn en vertellen wat er gebeurd met hun data
etc.)
Stage 3: Beginning the interview (je bent nog aan het aantasten en hierin nog niet gevoelige onderwerpen maar wel gerelateerd
aan het onderwerp). Feitelijke vragen etc. kan hier met gesloten vragen etc. (broers of zussen, sport etc. leefomgeving etc.)
Stage 4: During the interview (meer de diepte in, vanaf onderwerp 2/3 is dat het grote topic waar je het over wilt hebben. Je
moet samen in vertrouwen en concentratie komen. Je bent vooral geïnteresseerd en geeft waardering (knikken) en laten weten
dat je blij bent met de reactie van de respondent die antwoord geven op de vraag. Maar denk vooral ook aan stiltes.
Stage 5: Ending the interview (weer terugbrengen naar het dagelijks leven etc.)