College Huid en lymfestelsel
Huid
functie:
- bescherming
- temp. regeling
- vorming en opslag voedingsstoffen
- zintuiglijke gewaarwording
- uitscheiding en afscheiding
Onderdelen huid:
epidermis
=opperhuid
- gelaagd plaveiselepitheel
- verschillende cellagen: dikke huid→ 5 lagen (handpalm en voetzolen),
dikke huid→ 4 lagen (rest lich.)
meerlagig, buigzame barrière die:
- vochtverlies voorkomt
- bescherming tegen UV-straling
- vitamine D3 produceert
- beschadiging door uitschuring, chemicaliën en ziektekiemen tegengaat
cellagen:
- kiemlaag met….
- ….basaalmembraan
- laag met stekelcellen
- laag met creatine korrels
- doorzichtige laag
- hoornlaag
dermis
=lederhuid
- biedt mechanisch sterkte, buigzaamheid en bescherming voor onderliggende
weefsels
- is goed doorbloed
- verscheidenheid aan zintuiglijke receptoren die informatie over de externe omgeving
leveren
papillaire laag:
- ligt op opperhuid
- genoemd naar huidpapillen
- los bindweefsel
- steunt en voedt opperhuid
- bevat gevoelszenuwen, lymfevaten en haarvaten
reticulaire laag
- stevig, dichte en vezelige laag
- collageenvezels→ beperken buigzaamheid
- elastische vezels→ zorgen voor flexibiliteit
- versmelt met papillaire laag (erboven) en subcutane laag (eronder)
hypodermis
=onderhuidse laag
=subcutane laag
, - los bindweefsel
- stabiliseert positie van huid
- bevat veel vetcellen
- geschikt voor injecties
Accessoire structuren
- haar
- haarfollikels
Exocriene klieren
- talgklieren
- zweetklieren
pigmentatie opperhuid en doorbloeding lederhuid
melanocyten (vooral in opperhuid)
- maakt melanine
- melanine= beschermt tegen UV-stralen
- maakt de huid roodbruin tot donkerbruin
caroteen
- maakt huid oranjegeel
- komt uit voedsel
hemoglobine
- bloedpigment
Huidherstel
Fase 1: ontstekingsreactie gevormd door mestcellen als reactie op de bloeding.
Doorbloeding is belangrijk zodat fagocyten kunne arriveren om indringers tegen te gaan.
Fase 2: korstvorming. Cellen van kiemlaag verplaatsen naar de randen van de wond.
Fagocyterende cellen verwijderen de celresten. Door toegenomen bloedtoevoer naar de
wond worden er meer fagocyten aangevoerd. Het gebied wordt geïsoleerd door stolling rond
de randen van het beschadigde weefsel. Fibroblasten gaan onder de korst nieuwe dermis
vormen.
Fase 3: celdeling en - verplaatsing. Opperhuidcellen verplaatsen zich naar bovenkant van
netwerk dat door activiteit van fibroblasten is gevormd. Activiteit van fagocyten rond de wond
is beëindigd en het fibrinestolsel valt uit elkaar.
Fase 4: littekenvorming. Korstje is afgestoten van de en de opperhuid is weer compleet. Een
kleine indeuking markeert nog de gewonde plaats. Fibroblasten in de lederhuid blijven
littekenweefsel vormen waardoor de bovenliggende opperhuid geleidelijk naar boven wordt
verplaatst. Hierdoor gaat de indeuking wat meer weg.
leeftijdgebonden veranderingen
- toename beschadigingen en infecties→ verminderde aanmaak witte
bloedcellen
- minder cellen immuunsysteem
- gevoeliger voor zon→ afname activiteit melanocyten
- huid wordt dun en schilferig→ meer afgeplatte cellen, minder gevulde
cellen
- haar wordt dun en grijs
- huid wordt slapper en rimpelig
- warmteafgifte vermindert
Huid
functie:
- bescherming
- temp. regeling
- vorming en opslag voedingsstoffen
- zintuiglijke gewaarwording
- uitscheiding en afscheiding
Onderdelen huid:
epidermis
=opperhuid
- gelaagd plaveiselepitheel
- verschillende cellagen: dikke huid→ 5 lagen (handpalm en voetzolen),
dikke huid→ 4 lagen (rest lich.)
meerlagig, buigzame barrière die:
- vochtverlies voorkomt
- bescherming tegen UV-straling
- vitamine D3 produceert
- beschadiging door uitschuring, chemicaliën en ziektekiemen tegengaat
cellagen:
- kiemlaag met….
- ….basaalmembraan
- laag met stekelcellen
- laag met creatine korrels
- doorzichtige laag
- hoornlaag
dermis
=lederhuid
- biedt mechanisch sterkte, buigzaamheid en bescherming voor onderliggende
weefsels
- is goed doorbloed
- verscheidenheid aan zintuiglijke receptoren die informatie over de externe omgeving
leveren
papillaire laag:
- ligt op opperhuid
- genoemd naar huidpapillen
- los bindweefsel
- steunt en voedt opperhuid
- bevat gevoelszenuwen, lymfevaten en haarvaten
reticulaire laag
- stevig, dichte en vezelige laag
- collageenvezels→ beperken buigzaamheid
- elastische vezels→ zorgen voor flexibiliteit
- versmelt met papillaire laag (erboven) en subcutane laag (eronder)
hypodermis
=onderhuidse laag
=subcutane laag
, - los bindweefsel
- stabiliseert positie van huid
- bevat veel vetcellen
- geschikt voor injecties
Accessoire structuren
- haar
- haarfollikels
Exocriene klieren
- talgklieren
- zweetklieren
pigmentatie opperhuid en doorbloeding lederhuid
melanocyten (vooral in opperhuid)
- maakt melanine
- melanine= beschermt tegen UV-stralen
- maakt de huid roodbruin tot donkerbruin
caroteen
- maakt huid oranjegeel
- komt uit voedsel
hemoglobine
- bloedpigment
Huidherstel
Fase 1: ontstekingsreactie gevormd door mestcellen als reactie op de bloeding.
Doorbloeding is belangrijk zodat fagocyten kunne arriveren om indringers tegen te gaan.
Fase 2: korstvorming. Cellen van kiemlaag verplaatsen naar de randen van de wond.
Fagocyterende cellen verwijderen de celresten. Door toegenomen bloedtoevoer naar de
wond worden er meer fagocyten aangevoerd. Het gebied wordt geïsoleerd door stolling rond
de randen van het beschadigde weefsel. Fibroblasten gaan onder de korst nieuwe dermis
vormen.
Fase 3: celdeling en - verplaatsing. Opperhuidcellen verplaatsen zich naar bovenkant van
netwerk dat door activiteit van fibroblasten is gevormd. Activiteit van fagocyten rond de wond
is beëindigd en het fibrinestolsel valt uit elkaar.
Fase 4: littekenvorming. Korstje is afgestoten van de en de opperhuid is weer compleet. Een
kleine indeuking markeert nog de gewonde plaats. Fibroblasten in de lederhuid blijven
littekenweefsel vormen waardoor de bovenliggende opperhuid geleidelijk naar boven wordt
verplaatst. Hierdoor gaat de indeuking wat meer weg.
leeftijdgebonden veranderingen
- toename beschadigingen en infecties→ verminderde aanmaak witte
bloedcellen
- minder cellen immuunsysteem
- gevoeliger voor zon→ afname activiteit melanocyten
- huid wordt dun en schilferig→ meer afgeplatte cellen, minder gevulde
cellen
- haar wordt dun en grijs
- huid wordt slapper en rimpelig
- warmteafgifte vermindert