H5 Straling en gezondheid
§5.1 Introductie
Straling met voldoende kan een atoom ioniseren: de straling stoot een elektron uit het atoom.
§5.2 Röntgenstraling
Röntgenstraling = energie die wordt overgebracht
- Bestaat uit afzonderlijke hoeveelheden energie, fotonen
- Fotonen hebben zoveel energie dat het door je lichaam gaat
Fotonen
Hoe hoger frequentie, hoe groter fotonenergie:
Ef = h x f (J, h is constante van Planck = 6,626x10-34 J/s, f in Hz)
Hele kleiner de fotonenergie dus wordt vaak iets anders gebruikt: 1 eV = 1,6 x 10-19 J
1MeV = 1 x 106 eV
Absorptie
Het doordringende vermogen is hoe de straling door zacht weefsel gaat. Als de straling niet
dwars door het lichaam heen gaat, is het gevaarlijk. De fotonen hebben genoeg energie om de cel
te beschadigen. Die schade ontstaat doordat de atomen ioniseren = ioniserend vermogen.
Stralingsabsorptie
Donkere gebieden -> veel straling door heen gegaan
Lichte gebieden -> Weinig straling door heen gegaan
Tegenhouden van straling = absorptie
Doorlaten van straling = transmissie
Bij absorptie verdwijnt het foton en wordt de fotonenergie gebruikt om het atoom te ioniseren.
Fotonen worden apart geabsorbeerd, dus er zijn altijd fotonen die door het materiaal heen
dringen.
Intensiteit
Hoe groter de absorptie hoe kleiner de intensiteit (I) van de doorgelaten straling. Intensiteit is
hoeveelheid energie (E) die in 1 s een dwarsdoorsnede van 1m2 passeert. Eenheid = J/(s x
m2)/W/m2
Doorgelaten percentage van intensiteit van straling, de transmissie, hangt af van materiaalsoort
en materiaaldikte.
§5.1 Introductie
Straling met voldoende kan een atoom ioniseren: de straling stoot een elektron uit het atoom.
§5.2 Röntgenstraling
Röntgenstraling = energie die wordt overgebracht
- Bestaat uit afzonderlijke hoeveelheden energie, fotonen
- Fotonen hebben zoveel energie dat het door je lichaam gaat
Fotonen
Hoe hoger frequentie, hoe groter fotonenergie:
Ef = h x f (J, h is constante van Planck = 6,626x10-34 J/s, f in Hz)
Hele kleiner de fotonenergie dus wordt vaak iets anders gebruikt: 1 eV = 1,6 x 10-19 J
1MeV = 1 x 106 eV
Absorptie
Het doordringende vermogen is hoe de straling door zacht weefsel gaat. Als de straling niet
dwars door het lichaam heen gaat, is het gevaarlijk. De fotonen hebben genoeg energie om de cel
te beschadigen. Die schade ontstaat doordat de atomen ioniseren = ioniserend vermogen.
Stralingsabsorptie
Donkere gebieden -> veel straling door heen gegaan
Lichte gebieden -> Weinig straling door heen gegaan
Tegenhouden van straling = absorptie
Doorlaten van straling = transmissie
Bij absorptie verdwijnt het foton en wordt de fotonenergie gebruikt om het atoom te ioniseren.
Fotonen worden apart geabsorbeerd, dus er zijn altijd fotonen die door het materiaal heen
dringen.
Intensiteit
Hoe groter de absorptie hoe kleiner de intensiteit (I) van de doorgelaten straling. Intensiteit is
hoeveelheid energie (E) die in 1 s een dwarsdoorsnede van 1m2 passeert. Eenheid = J/(s x
m2)/W/m2
Doorgelaten percentage van intensiteit van straling, de transmissie, hangt af van materiaalsoort
en materiaaldikte.