Chili: het land waar de aarde ophoudt
Hoofdvraag:
Wat is in Chili de invloed van de natuurlijke omgeving op het ingerichte landschap?
par. 1 : Chili beeft [ lesboek ]
Deelvraag: Waarom wordt Chili regelmatig getroffen door zware
aardbevingen?
Zware bevingen
1960: een aardbeving in de Grote Oceaan (kracht: 9,5 op schaal van Richter).
Meeste slachtoffers vielen bij opeenvolgende tsunami.
Sinds 1960 zijn er in Chili meerdere aardbevingen met een kracht van 7 of hoger
geweest.
Spanning op andere plekken langs breuk → na een aardbeving zijn er altijd
naschokken (kunnen weken duren)
Wegduiken
Aardbevingen in Chili ontstaan door breuken in de aardkorst. Hierbij duikt de
Nazcaplaat (oceanisch) weg onder de Zuid-Amerikaanse plaat (continentaal) -
subductie. De naar beneden bewegende plaat trekt bovenliggende plaat een beetje
mee → spanning loopt op → oceanische plaat schiet ineens naar beneden en veert
continentale plaat omhoog.
Drie soorten breuken:
- schuivende breuk: twee stukken aardkorst bewegen langs elkaar
- opschuivingsbreuk: stuk aardorst wordt langs breukvlak naar boven geduwd
- afschuivingsbreuk: gesteente rekt op → breekt → blok zakt langs schuine
breukvlak naar beneden
, Seismisch gat
Na aardbeving bouwt spanning zich weer op.
- aardbeving 1922 → druk langs breuklijn in
noorden werd minder
- aardbeving 1960 → druk langs breuklijn in zuiden
werd minder
→ daartussen (in dit ‘gat’) nam druk enorm toe →
aardbeving 2010
Seismisch gat: gebied waar lang geen zware
aardbeving is voorgekomen, vergeleken met
omringende gebieden.
Het andesgebergte
Diep onder Zuid-Amerikaanse plaat smelt wegduikende
magma Nazcaplaat → opstijgend magma vormt
vulkanen + horizontale gesteentelagen erboven worden
opzij / omhoog geduwd → platen liggen scheef en
worden geplooid → plooiingsgebergte ontstaat.
Langs evenwijdig aan elkaar lopende breuken verschuift
een blok aardkorst te opzichte van het ernaast gelegen
deel naar boven / beneden → gebied met horsten
(hoger gelegen gebieden) en slenken (lager geleden)
ontstaat (breukgebergten).
Oceaanbodem wordt gedwongen naar beneden te
buigen → aan westkust van Chili is een trog ontstaan
(diepste punt: 8066 m).