door Morris Bennis
§2.1: Kopen is kiezen
De vraag naar goederen
Vraaglijn: verzameling prijzen met bijbehorende
gevraagde hoeveelheid. Het geeft bij iedere prijs aan
hoeveel stuks de consumenten bij die prijs willen
kopen (zie bron 1). Prijs daalt → gevraagde
hoeveelheid stijgt → vraaglijn is dalend.
Gevraagde hoeveelheid: aantal stuks bij een
bepaalde prijs, dat je kunt aflezen in de grafiek, of kunt
berekenen met de vergelijking.
Een verandering LANGS de vraaglijn
Bij prijsverandering kun je op de vraaglijn aflezen hoeveel de gevraagde hoeveelheid
verandert (zie bron 3).
Prijsverandering product → verandering langs de vraaglijn.
Een verandering VAN de vraaglijn
Voorbeeld: inkomen Nederlanders stijgt → positief effect op koopkracht van
Nederlanders + vraaglijn bioscoopkaartjes schuift naar rechts (zie bron 6).
Verschillende oorzaken van een verschuiving van de vraaglijn.
- inkomen consument verandert
- smaak consument verandert
- aantal consumenten verandert
- prijs van concurrent verandert
, §2.2: Winst is winst
Omzet en winst
TO = verkoopprijs x afzet
Afzet = aantal verkochte stuks
Omzet = totale opbrengst (TO) of verkoopwaarde
Van omzet moet totale kosten (TK) betaald worden. Het restant is de totale winst
(TW)
TW = TO - TK
Vaste en variabele kosten
Totale kosten:
- vaste kosten: kosten die niet afhangen van aantal geproduceerde
goederen/diensten.
- bijv.: de huur van een pand
- variabelen kosten: kosten die afhangen van het aantal geproduceerde
goederen/diensten. Productie van goed/dienst stijgt → variabele kosten
stijgen.
- bijv.: een kleding fabrikant heeft ingekochte katoen
Kostprijs: variabelen kosten per product/dienst, afhankelijk van hoeveelheid
producten.
Het aanbod van goederen
Bedrijven hebben belang bij hoge prijs: des te hoger de prijs, hoe hoger de
aangeboden hoeveelheid, en hoe hoger de winst → aanbodlijn is stijgend.
Bij de aanbodlijn kan er ook verschuiving langs of van de lijn zijn.