- Paragraaf 6.1 Lading en spanning
Je hebt positieve lading (+) en negatieve lading (-).
Als er evenveel positieve als negatieve lading is, noem je dat neutraal.
+ en + stoten elkaar af
en – stoten elkaar af
+ en – trekken elkaar aan
Spanning (U) = de sterkte van een spannings-bron
Volt (V) = de eenheid van spanning
Lading (Q)
Coulomb (C) = de eenheid van lading
Spanningsbronnen:
Elektrostatische bronnen (elektriseermachine)
Chemische bronnen (accu’s, batterijen)
Elektromagnetische bronnen (dynamo’s)
- Paragraaf 6.2 Weerstand
Weerstand (R) = geeft aan hoe moeilijk een elektrische stroom door materiaal gaat,
eenheid = Ohm Ω
R=U:I
R = weerstand (Ω)
U = spanning (V)
I = stroomsterkte (A)
Wet van Ohm = de spanning en de stroomsterkte zijn recht evenredig
Ohmse weerstand = weerstand heeft een constante waarde, hij is bij elke waarde
van spanning even groot
Bijzondere weerstanden
NTC = als temperatuur stijgt, daalt weerstand
PTC = als temperatuur stijgt, stijgt weerstand
+
LDR = als er meer licht op valt, daalt weerstand
1