- Paragraaf 4.1 Verwarmen
Energie-stoomdiagram = chemische energie/ elektrische energie -> bijv. warmte,
licht enz.
De hoeveelheid energie blijft altijd hetzelfde (wet van behoud van energie), de
kwaliteit veranderd wel.
Soortelijke warmte = de hoeveelheid warmte die nodig is om 1 gram van een stof 1
graden in temperatuur te laten stijgen.
Q = c ⋅ m ⋅ ΔT
Q = warmte in joule (J)
c = soortelijke warmte in joule per gram per graad Celsius (J/(g⋅°C)
m = massa in gram (g)
ΔT = temperatuurverschil in graad Celsius (°C)
- Paragraaf 4.2 Energiebronnen
Fossiele brandstoffen = Aardolie, aardgas, steenkool, ze leveren chemische
energie
Biomassa = materiaal van planten of dieren wordt verwerkt in een biogasinstallatie,
of verbrand, er ontstaat biogas of bijvoorbeeld koolzaad
Zon = zonnecollector: stralingsenergie -> warmte, zonnecellen: stralingsenergie ->
elektrische energie
Aardwarmte = warm water wordt omhoog gepompt, via een tweede put wordt het
hete deel gebruikt.
Wind = windturbines: produceren elektrische energie
Kernenergie = kerncentrale zet energie van spijten van kern van atoom om in
elektrische energie
- Paragraaf 4.3 Isoleren
Warmte-isolatie = men probeert een of meer van de drie vormen van warmte
transport te voorkomen.
Warmtegeleiding is in vaste stoffen
Warmtestroming is in vloeistoffen en gassen
Warmtestraling is in gassen en vacuüm