- Paragraaf 2.1 Elektrische energie produceren
Vermogen = de hoeveelheid geleverde (gebruikte) energie per seconde.
P=UxI
P = vermogen in watt (W)
U = spanning in volt (V)
I = stroomsterkte in Ampère (A)
Elektriciteitsverbruik
E=Pxt
E = energie in joule (J)
P = vermogen in watt (W)
t = tijd in seconden (s)
Of
E = energie in kilowattuur (kWh)
P = vermogen in kilowatt (kW)
t = tijd in uur (h)
1 kWh = 3600000 j
- Paragraaf 2.3 Elektriciteit in huis
Meterkast = hierlangs komt de elektrische energie het huis binnen
kWh-meter = hierna splitst de energie zich op in een aantal groepen
Zekering = hiermee is iedere groep beveiligd (schakelt de stroom in deze groep uit, wanneer
de stroomsterkte hoger wordt dan 16A)
Aardlekschakelaar = schakelt alle stroom uit wanneer deze merkt dat er een lek is (dit doet
hij door te controleren of in uitgaande stroom evenveel is als de binnenkomende.)
Overbelasting = de stroomsterkte is te groot doordat er te veel apparaten tegelijk aanstaan
(in een groep mag dit niet hoger zijn dan 3680W), stroom Itot in groep:
Ptot = U x Itot
Kortsluiting = wanneer er een defect is waardoor de stroom een andere weg kan nemen
met een veel lagere weerstand
Draden: fasedraad = bruin, nuldraad = blauw, schakeldraad = zwart
Totale stroomsterkte in een groep berekenen