Zimbardo H 5 tm 5.2 blz 165 t/m 179 Geheugen
Geheugen: elk systeem (van een mens, dier of apparaat) dat informatie codeert opslaat en
terughaalt.
Informatieverwerkingsmodel: cognitieve benadering van het geheugen, die de nadruk legt op de
wijze waarop informatie systematische verandering ondergaat bij het coderen, opslaan en
terughalen.
1. Coderen: omzetten van informatie in een vorm die het beste in het geheugensysteem past.
2. Opslaan: langdurig bewaren van gecodeerd materiaal.
3. Lokaliseren: en het weer in het bewustzijn terugbrengen van informatie uit het geheugen.
Drie stadia geheugen
- Sensorisch geheugen: korte tijd worden bewaard of geregistreerd
- Werkgeheugen: zeer beperkte capaciteit zonder repeteren worden indrukken van
waargenomen gebeurtenissen of ervaringen 1 minuut bewaard.
Chunking: proces waarbij stukjes informatie georganiseerd worden tot een kleiner aantal
betekenisvolle eenheden.
Repeteren: proces waarbij informatie steeds herhaald wordt om te voorkomen dat de informatie
vervaagt in de tijd dat het in het werkgeheugen zit.
Elaboratie: actief herhalen door verbanden te leggen.
,