Oxidatiegetal (of -toestand) van een atoom: hoeveel ‘te veel of ‘te weinig’ elektronen zijn er op het
atoom?
Elementair atoom (Na, H2, Br2): OG = 0
Één-atomig ion (Na+, Ca2+): OG = ionlading
Moleculaire verbindingen (ongeladen, 2 atoomsoorten):
- Meest elektronegatief atoom: OG = gebruikelijke negatieve lading
- Minst elektronegatief atoom: OG = gebruikelijke positieve lading
De som van de oxidatiegetallen is gelijk aan de lading van de verbinding. Voor ongeladen
moleculen is de som dus 0.
Moleculaire verbindingen (ongeladen, > 2 atoomsoorten)
- Per atoomsoort OG bepalen
- Tip: doe eerst de bekende atomen en onthoudt: als ongeladen molecuul, dan som = 0
Moleculaire verbindingen (geladen, meerdere atoomsoorten)
- Zelfde aanpak, maar houd rekening met lading.
- Reminder: som van OG = lading van de verbinding
OG kan tijdens een reactie veranderen-> redoxreactie. Red (reductie) verlagen OG. Ox (oxidatie)
verhogen OG.
Reductor: veroorzaakt reductie, wordt zelf geoxideerd en gaat in oxidatiegetal omhoog.
Oxidator: veroorzaakt oxidatie, wordt zelf gereduceerd en gaat in oxidatiegetal omlaag.
Oxidator neemt elektronen op
, Halfreacties
Oxidator: elektronen na de pijl
Reductor: elektronen voor de pijl
Redoxreacties herkennen
1. Noteer de reactie (wordt vaak gegeven)
2. Bepaal de oxidatiegetallen van alle atomen (H en O zijn bijna altijd +1 en −2)
3. Van welke atomen in welke stoffen verandert het oxidatiegetal?
4. Welke stof wordt geoxideerd, welke gereduceerd?
5. Wat is de reductor, wat is de oxidator?
Halfreacties oplossen
1. Noteer de (incomplete) halfreacties (worden vaak gegeven)
2. Bepaal de oxidatiegetallen (H en O zijn bijna altijd +1 en −2)
3. Van welke atomen in welke stoffen verandert het oxidatiegetal?
4. Welke stof wordt geoxideerd, welke gereduceerd?
5. Maak de halfreacties compleet: a) Bepaal coëfficiënten zodat de deeltjes kloppen b) Voeg
elektronen toe zodat de lading klopt
6. Vermenigvuldig om aantal elektronen in reductie- en oxidatiereactie gelijk te maken
7. Tel op tot de totaalreactie (in de totaalreactie komen geen elektronen meer voor)
Alkanen
- Simpelste koolstofverbinding
- Alleen C en H atomen
- C is altijd sp3
- Basisstructuur tetrahedraal
- Lineair: CnH2n+2
- Vertakt: CnH2n+2
- Cyclisch: CnH2n
Toestand
- Gasvormig: C1 tot C4
- Vloeibaar: C5 tot C15
- Vast: C16 en langer
Alkenen
- Dubbele binding
o Sigma binding: binding die plaats vindt door overlap van 2 orbitalen, elektronen
kunnen vrij draaien
o Pi-binding: binding waarbij 2 orbitalen interactie met elkaar aangaan, zorgt voor een
dubbele of drievoudige binding, elektronen kunnen niet vrij draaien
- Basisstructuur planar tiangular
atoom?
Elementair atoom (Na, H2, Br2): OG = 0
Één-atomig ion (Na+, Ca2+): OG = ionlading
Moleculaire verbindingen (ongeladen, 2 atoomsoorten):
- Meest elektronegatief atoom: OG = gebruikelijke negatieve lading
- Minst elektronegatief atoom: OG = gebruikelijke positieve lading
De som van de oxidatiegetallen is gelijk aan de lading van de verbinding. Voor ongeladen
moleculen is de som dus 0.
Moleculaire verbindingen (ongeladen, > 2 atoomsoorten)
- Per atoomsoort OG bepalen
- Tip: doe eerst de bekende atomen en onthoudt: als ongeladen molecuul, dan som = 0
Moleculaire verbindingen (geladen, meerdere atoomsoorten)
- Zelfde aanpak, maar houd rekening met lading.
- Reminder: som van OG = lading van de verbinding
OG kan tijdens een reactie veranderen-> redoxreactie. Red (reductie) verlagen OG. Ox (oxidatie)
verhogen OG.
Reductor: veroorzaakt reductie, wordt zelf geoxideerd en gaat in oxidatiegetal omhoog.
Oxidator: veroorzaakt oxidatie, wordt zelf gereduceerd en gaat in oxidatiegetal omlaag.
Oxidator neemt elektronen op
, Halfreacties
Oxidator: elektronen na de pijl
Reductor: elektronen voor de pijl
Redoxreacties herkennen
1. Noteer de reactie (wordt vaak gegeven)
2. Bepaal de oxidatiegetallen van alle atomen (H en O zijn bijna altijd +1 en −2)
3. Van welke atomen in welke stoffen verandert het oxidatiegetal?
4. Welke stof wordt geoxideerd, welke gereduceerd?
5. Wat is de reductor, wat is de oxidator?
Halfreacties oplossen
1. Noteer de (incomplete) halfreacties (worden vaak gegeven)
2. Bepaal de oxidatiegetallen (H en O zijn bijna altijd +1 en −2)
3. Van welke atomen in welke stoffen verandert het oxidatiegetal?
4. Welke stof wordt geoxideerd, welke gereduceerd?
5. Maak de halfreacties compleet: a) Bepaal coëfficiënten zodat de deeltjes kloppen b) Voeg
elektronen toe zodat de lading klopt
6. Vermenigvuldig om aantal elektronen in reductie- en oxidatiereactie gelijk te maken
7. Tel op tot de totaalreactie (in de totaalreactie komen geen elektronen meer voor)
Alkanen
- Simpelste koolstofverbinding
- Alleen C en H atomen
- C is altijd sp3
- Basisstructuur tetrahedraal
- Lineair: CnH2n+2
- Vertakt: CnH2n+2
- Cyclisch: CnH2n
Toestand
- Gasvormig: C1 tot C4
- Vloeibaar: C5 tot C15
- Vast: C16 en langer
Alkenen
- Dubbele binding
o Sigma binding: binding die plaats vindt door overlap van 2 orbitalen, elektronen
kunnen vrij draaien
o Pi-binding: binding waarbij 2 orbitalen interactie met elkaar aangaan, zorgt voor een
dubbele of drievoudige binding, elektronen kunnen niet vrij draaien
- Basisstructuur planar tiangular