Probleem 6
Leerdoelen:
1. Wat is een organisatie en hoe werken ze?
2. Wat is een groep en hoe werken ze?
3. Welke sociale verandering hebben er plaatsgevonden?
4. Hoe kan je sociale veranderingen verklaren?
Bronnen:
- H6 en H26
Wat is een organisatie en hoe werken ze?
Formele organisaties: grote, secundaire groepen die georganiseerd zijn om hun
doelen efficiënt te bereiken
- Minder persoonlijke relaties door grote omvang
- Werken om complexe taken te volbrengen en niet om te voldoen aan
persoonlijke behoeften
- Wereldwijde organisaties:
o Transnationale bedrijven (coca cola)
o Niet-gouvermentele organisaties
o Intergouvermentele organisaties (EU, VN)
o Internationle niet-gouvermentele organisaties
Vormen van formele organisaties (Amitai Etzioni)
- Utilitaire organisatie: organisaties waarin de leden werken voor een
inkomen, ze krijgen materiele beloningen
- Normatieve organisaties (vrijwillige organisaties): leden nemen niet
deel voor een inkomen, maar voor doelen die zij moreel gezien de moeite
waard achten, bijv. scoutgroepen, religieuze organisaties, politieke partijen,
dierenbeschermingsorganisaties
- Dwingende organisaties: mensen moeten deelnemen aan organisaties als
vorm van een soort straf of behandeling, bijv. gevangenisstraffen (straf) en
psychiatrische ziekenhuizen (behandeling)
Bureaucratie: een organisatorisch model dat rationeel is ontworpen om complexe
taken efficiënt uit te voeren
6 elementen voor een ideale bureaucratie (Weber):
1. Specialisatie: elke persoon heeft gespecialiseerde plichten
2. Hiërarchie van kantoren: iedereen wordt gecontroleerd door diegene die hoger
in dienst staan
3. Regels en reglementen: regels zorgen voor het goed functioneren van een
organisaties en de omgeving hiervan
4. Technische bekwaamheid: de organisatie verwacht dat ambtenaren over
technische competentie beschikken om hun taken uit te voeren
5. Onpersoonlijkheid: elke cliënt en werknemer worden hetzelfde behandeld
(anonieme bureaucraat)
6. Formele, geschreven communicaties: bureaucratie vertrouwt (ipv op
informele, verbale communicatie) op formele, schriftelijke noties en rapporten.
Problemen bureaucratie:
1. Bureaucratische vervreemding: formele organisaties zijn georganiseerd
om voordeel te halen uit menselijkheid, maar Weber vreest ervoor dat
menselijkheid georganiseerd wordt voor voordeel te halen uit formele
organisaties
2. Bureaucratische inefficiëntie en ritualisme: wanneer het de organisatie
niet lukt om het werk te doen waarvoor ze gemaakt zijn. Red Tape: verwijst
1
, naar een vervelende vooringenomenheid van organisationele routines en
procedures
Bureaucratisch ritualisme (Robert Merton): een vooringenomenheid van
regels en reglementen die de eigenlijke doelen van de organisatie verijdelen
3. Bureaucratische traagheid: de neiging van bureaucratische organisaties
om zichzelf te bestendigen. Zij willen doorgaan met hun baan, ook al is het
doel van de organisatie al lang bereikt. Zij willen gewoon hun baan behouden
4. Bureaucratisch machtsmisbruik:
Oligarchie: de regels voor velen door weinigen
De macht kan misbruikt worden door vooral persoonlijke doelen te bereiken,
waardoor anderen (vaak grotere massa) eronder leiden.
Totale instituties: instellingen waar mensen geïsoleerd zijn van de rest van de
samenleving en gemanipuleerd worden door het personeel. Moeten zich aan vaste
regels houden
Erving Goffman: kenmerken van totale instellingen (gevangenis)
- Personeel houdt alles in toezicht
- Alles is geüniformeerd en geautomatiseerd
- Hoge formalisatie en tijdgebondenheid
Parkinson’s Law -> bureaucratische inefficiëntie: het werk breidt zich uit om de
beschikbare tijd voor de voltooiing ervan te vullen, bijv. als je een hele dag krijgt voor
een taak die een halve dag duurt, dan doe je er de hele dag over
- Medewerkers voelen weinig persoonlijke betrokkenheid en zullen daarom
weinig extra werk zoeken om hun vrije tijd te vullen
- Organisaties nemen daardoor veel meer mensen aan -> zorgt voor
bureaucratische drukte
Peter Principle -> bureaucraten stijgen naar hun niveau van incompetentie.
Werknemers krijgen steeds een hogere positie tot dat ze in een positie komen waar
ze slecht presteren en dan krijgen ze geen promotie meer -> ze zitten op dat
moment wel op een incompetent niveau -> zorgt voor inefficiëntie
Wat is een groep en hoe werken ze?
Sociale groep: twee of meer mensen die zich met elkaar identificeren en
communiceren met elkaar
- Ongeacht de vorm, tot groepen behoren mensen met gedeelde ervaringen,
loyaliteiten en interesses
Soorten: Charles Horton Cooley
- Primaire groepen: een kleine sociale groep wiens leden een persoonlijke en
lange relatie onderhouden. Gevoel van veiligheid. Deze mensen spenderen
veel tijd met elkaar en kennen elkaar goed. Vaak vrienden of familie. Eerder
mensen die ‘bij elkaar horen’, dan die voordelen van elkaar ondervinden.
Mensen uit de primaire groep vinden elkaar onvervangbaar en uniek. Sterke
banden
- Secundaire groepen: een grote, onpersoonlijke sociale groep wiens leden
een specifieke activiteit of interesse nastreven. Minder onderhouden banden,
kennen elkaar vaak niet goed. Duren vaak maar kort. Scorekeeping: wat
bieden we anderen, en wat krijgen we ervoor terug
Kleine steden omvatten vaak primaire groepen en grotere steden omvatten vaak
secundaire groepen
Conformisme
2
Leerdoelen:
1. Wat is een organisatie en hoe werken ze?
2. Wat is een groep en hoe werken ze?
3. Welke sociale verandering hebben er plaatsgevonden?
4. Hoe kan je sociale veranderingen verklaren?
Bronnen:
- H6 en H26
Wat is een organisatie en hoe werken ze?
Formele organisaties: grote, secundaire groepen die georganiseerd zijn om hun
doelen efficiënt te bereiken
- Minder persoonlijke relaties door grote omvang
- Werken om complexe taken te volbrengen en niet om te voldoen aan
persoonlijke behoeften
- Wereldwijde organisaties:
o Transnationale bedrijven (coca cola)
o Niet-gouvermentele organisaties
o Intergouvermentele organisaties (EU, VN)
o Internationle niet-gouvermentele organisaties
Vormen van formele organisaties (Amitai Etzioni)
- Utilitaire organisatie: organisaties waarin de leden werken voor een
inkomen, ze krijgen materiele beloningen
- Normatieve organisaties (vrijwillige organisaties): leden nemen niet
deel voor een inkomen, maar voor doelen die zij moreel gezien de moeite
waard achten, bijv. scoutgroepen, religieuze organisaties, politieke partijen,
dierenbeschermingsorganisaties
- Dwingende organisaties: mensen moeten deelnemen aan organisaties als
vorm van een soort straf of behandeling, bijv. gevangenisstraffen (straf) en
psychiatrische ziekenhuizen (behandeling)
Bureaucratie: een organisatorisch model dat rationeel is ontworpen om complexe
taken efficiënt uit te voeren
6 elementen voor een ideale bureaucratie (Weber):
1. Specialisatie: elke persoon heeft gespecialiseerde plichten
2. Hiërarchie van kantoren: iedereen wordt gecontroleerd door diegene die hoger
in dienst staan
3. Regels en reglementen: regels zorgen voor het goed functioneren van een
organisaties en de omgeving hiervan
4. Technische bekwaamheid: de organisatie verwacht dat ambtenaren over
technische competentie beschikken om hun taken uit te voeren
5. Onpersoonlijkheid: elke cliënt en werknemer worden hetzelfde behandeld
(anonieme bureaucraat)
6. Formele, geschreven communicaties: bureaucratie vertrouwt (ipv op
informele, verbale communicatie) op formele, schriftelijke noties en rapporten.
Problemen bureaucratie:
1. Bureaucratische vervreemding: formele organisaties zijn georganiseerd
om voordeel te halen uit menselijkheid, maar Weber vreest ervoor dat
menselijkheid georganiseerd wordt voor voordeel te halen uit formele
organisaties
2. Bureaucratische inefficiëntie en ritualisme: wanneer het de organisatie
niet lukt om het werk te doen waarvoor ze gemaakt zijn. Red Tape: verwijst
1
, naar een vervelende vooringenomenheid van organisationele routines en
procedures
Bureaucratisch ritualisme (Robert Merton): een vooringenomenheid van
regels en reglementen die de eigenlijke doelen van de organisatie verijdelen
3. Bureaucratische traagheid: de neiging van bureaucratische organisaties
om zichzelf te bestendigen. Zij willen doorgaan met hun baan, ook al is het
doel van de organisatie al lang bereikt. Zij willen gewoon hun baan behouden
4. Bureaucratisch machtsmisbruik:
Oligarchie: de regels voor velen door weinigen
De macht kan misbruikt worden door vooral persoonlijke doelen te bereiken,
waardoor anderen (vaak grotere massa) eronder leiden.
Totale instituties: instellingen waar mensen geïsoleerd zijn van de rest van de
samenleving en gemanipuleerd worden door het personeel. Moeten zich aan vaste
regels houden
Erving Goffman: kenmerken van totale instellingen (gevangenis)
- Personeel houdt alles in toezicht
- Alles is geüniformeerd en geautomatiseerd
- Hoge formalisatie en tijdgebondenheid
Parkinson’s Law -> bureaucratische inefficiëntie: het werk breidt zich uit om de
beschikbare tijd voor de voltooiing ervan te vullen, bijv. als je een hele dag krijgt voor
een taak die een halve dag duurt, dan doe je er de hele dag over
- Medewerkers voelen weinig persoonlijke betrokkenheid en zullen daarom
weinig extra werk zoeken om hun vrije tijd te vullen
- Organisaties nemen daardoor veel meer mensen aan -> zorgt voor
bureaucratische drukte
Peter Principle -> bureaucraten stijgen naar hun niveau van incompetentie.
Werknemers krijgen steeds een hogere positie tot dat ze in een positie komen waar
ze slecht presteren en dan krijgen ze geen promotie meer -> ze zitten op dat
moment wel op een incompetent niveau -> zorgt voor inefficiëntie
Wat is een groep en hoe werken ze?
Sociale groep: twee of meer mensen die zich met elkaar identificeren en
communiceren met elkaar
- Ongeacht de vorm, tot groepen behoren mensen met gedeelde ervaringen,
loyaliteiten en interesses
Soorten: Charles Horton Cooley
- Primaire groepen: een kleine sociale groep wiens leden een persoonlijke en
lange relatie onderhouden. Gevoel van veiligheid. Deze mensen spenderen
veel tijd met elkaar en kennen elkaar goed. Vaak vrienden of familie. Eerder
mensen die ‘bij elkaar horen’, dan die voordelen van elkaar ondervinden.
Mensen uit de primaire groep vinden elkaar onvervangbaar en uniek. Sterke
banden
- Secundaire groepen: een grote, onpersoonlijke sociale groep wiens leden
een specifieke activiteit of interesse nastreven. Minder onderhouden banden,
kennen elkaar vaak niet goed. Duren vaak maar kort. Scorekeeping: wat
bieden we anderen, en wat krijgen we ervoor terug
Kleine steden omvatten vaak primaire groepen en grotere steden omvatten vaak
secundaire groepen
Conformisme
2