Regels voor bronvermeldingen en literatuurlijsten
1: Vermelding in de tekst
Bij alle informatie dat je niet echt zelf bedacht hebt, geef je door middel van een voetnoot aan
waar je de informatie vandaan hebt. In de tekst komt achter de zin dan een nummer, in de
voetnoot de verwijzing naar de tekst.
In principe gebruik je wel je eigen woorden, maar maak je gebruik van informatie van een ander.
Dit wordt ‘parafraseren’ genoemd. Ook als je feiten en cijfers nog weet (bijvoorbeeld vanuit een
eerdere les), zoek je deze gegevens op en verwijs je daar naar. Gebruik een zo betrouwbaar
mogelijke bron, zoals een wetenschappelijk onderzoek of een professionele organisatie.
Soms is het goed om een letterlijke tekst van iemand over te nemen. Vaak gaat het dan om een
veelzeggende uitspraak van een voor die situatie belangrijk persoon (bijvoorbeeld specialist,
politicus, professional of cliënt). Dit ‘citeren’ geef je aan door middel van aanhalingstekens en
schuingedrukte tekst. Maak niet te veel gebruik van citaten.
Boekverwijzing
Auteur, jaartal, paginanummer
Wanneer je dezelfde bron gebruikt met zelfde paginanummer achter elkaar dan mag je ‘idem’
gebruiken met paginanummer erachter. Maar niet als er bronnen tussen zitten.
Wetenschappelijk artikel (ook als je dit op internet hebt gevonden)
Auteur, jaartal, paginanummer
Internetbron
Hoofdwebsite met kernwoorden.
Auteur, ‘tussenhaakjes de titel’, de website, datum
2: Vermelding in de literatuurlijst
Naast de verwijzing in de tekst, zorg je ervoor dat de gebruikte bronnen goed gevonden kunnen
worden. Dit doe je door middel van een literatuurlijst aan het eind van je uitwerking. Hierin geef je
volledige informatie.
In de literatuurlijst zet je alle bronnen op alfabetische volgorde.
Boek
Auteur, Titel. Ondertitel (Serie), Plaats van uitgave: Uitgever jaar.
R. Barents (red.), Aanmeldingsvoorschriften in het vrije goederenverkeer (serie EU-
wetgeving, rechtspraak en documentatie, deel 16), Deventer: Kluwer 2003.
J.A. Ankum, G.C.J.J. van den Bergh & H.C.F. Schoordijk (red.), Plus est en vous.
Opstellen over recht en cultuur (Pitlo-bundel), Haarlem: H.D. Tjeenk Willink 1970.
R.W.H. Hebing & M.I. ’t Hooft, Arbeidsrecht (Editie Cremers), Deventer: Kluwer (losbl.).
1: Vermelding in de tekst
Bij alle informatie dat je niet echt zelf bedacht hebt, geef je door middel van een voetnoot aan
waar je de informatie vandaan hebt. In de tekst komt achter de zin dan een nummer, in de
voetnoot de verwijzing naar de tekst.
In principe gebruik je wel je eigen woorden, maar maak je gebruik van informatie van een ander.
Dit wordt ‘parafraseren’ genoemd. Ook als je feiten en cijfers nog weet (bijvoorbeeld vanuit een
eerdere les), zoek je deze gegevens op en verwijs je daar naar. Gebruik een zo betrouwbaar
mogelijke bron, zoals een wetenschappelijk onderzoek of een professionele organisatie.
Soms is het goed om een letterlijke tekst van iemand over te nemen. Vaak gaat het dan om een
veelzeggende uitspraak van een voor die situatie belangrijk persoon (bijvoorbeeld specialist,
politicus, professional of cliënt). Dit ‘citeren’ geef je aan door middel van aanhalingstekens en
schuingedrukte tekst. Maak niet te veel gebruik van citaten.
Boekverwijzing
Auteur, jaartal, paginanummer
Wanneer je dezelfde bron gebruikt met zelfde paginanummer achter elkaar dan mag je ‘idem’
gebruiken met paginanummer erachter. Maar niet als er bronnen tussen zitten.
Wetenschappelijk artikel (ook als je dit op internet hebt gevonden)
Auteur, jaartal, paginanummer
Internetbron
Hoofdwebsite met kernwoorden.
Auteur, ‘tussenhaakjes de titel’, de website, datum
2: Vermelding in de literatuurlijst
Naast de verwijzing in de tekst, zorg je ervoor dat de gebruikte bronnen goed gevonden kunnen
worden. Dit doe je door middel van een literatuurlijst aan het eind van je uitwerking. Hierin geef je
volledige informatie.
In de literatuurlijst zet je alle bronnen op alfabetische volgorde.
Boek
Auteur, Titel. Ondertitel (Serie), Plaats van uitgave: Uitgever jaar.
R. Barents (red.), Aanmeldingsvoorschriften in het vrije goederenverkeer (serie EU-
wetgeving, rechtspraak en documentatie, deel 16), Deventer: Kluwer 2003.
J.A. Ankum, G.C.J.J. van den Bergh & H.C.F. Schoordijk (red.), Plus est en vous.
Opstellen over recht en cultuur (Pitlo-bundel), Haarlem: H.D. Tjeenk Willink 1970.
R.W.H. Hebing & M.I. ’t Hooft, Arbeidsrecht (Editie Cremers), Deventer: Kluwer (losbl.).