Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting strafrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
48
Geüpload op
06-07-2021
Geschreven in
2019/2020

Een uitgebreide en beknopte samenvatting van het strafrecht

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1. Algemene inleiding

Strafrecht bestaat uit formele en materiele bepalingen die opgenomen zijn in het commune
en het bijzondere strafrecht.

Materieel strafrecht = welk gedrag is strafbaar + welke sanctie volgt
Formeel strafrecht = hoe de strafprocedure wordt gevoerd

 Wetboek van Strafrecht (materieel) en wetboek van Strafvordering (formeel).

Commuun strafrecht = het algemene straf- en strafprocesrecht.
Bijzonder strafrecht = strafrechtelijke bepalingen die over heel specifieke onderwerpen
gaan. (meeste materiaal)

4 doelen strafrecht: handhaving
 Vergelding: slachtoffer het gevoel geven dat er wraak voor hem wordt genomen

 Voorkomen eigenrichting: niet willen dat iemand zelf de dader of wraak neemt of
eigen richting nemen.

 Preventie: voorkomen van straffen (bang maken).

Generale preventie: afschrikken van gehele maatschappij door sanctienormen neer
te zetten.
Speciale preventie: afschrikken van dader zelf, gericht op individu.  taakstraf bv.

Het strafrecht werkt bij speciale preventie op 3 wijzen:
- afschrikking voor dader
- verbetering in het gedrag van de dader
- de samenleving gaat erop vooruit nu dader tijdelijk uit samenleving is
verwijderd.

 Resocialisatie: mensen proberen terug te laten keren in de maatschappij (na 2/3 van
straf beginnen)

Ultimum remedium gedachte = belangrijk uitgangspunt in Nederlandse rechtsorde. Latijn
voor laatste oplossing. Het strafrecht bestaat vanuit gedachte dat het pas moet worden
toegepast als er geen redelijke alternatieve oplossingen kunnen worden toegepast.


Legaliteitsbeginsel: geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande
strafbepaling. Niks mag strafbaar gesteld worden totdat het in de wet staat.

5 betekenissen van legaliteitsbeginsel:
 Geen strafbaar feit zonder wet: slechts gedragingen die wettelijk strafbaar zijn
gesteld, kunnen door de rechter worden bestraft

,  Geen straf zonder wet: een burger mag niet worden veroordeeld wanneer zijn
gedrag niet onder een bepaalde wettelijke strafbepaling valt.
 Geen terugwerkende kracht: gedragingen kunnen een burger nooit met
terugwerkende kracht strafrechtelijk worden verweten. Alleen een handeling die op
dat moment van handeling met wet in strijd is. Als er iets veranderd gaat het om
moment van de handeling. En andersom  in voordeel van dader.
BV. als dader voor 10 jaar vastzit voor iets dat veranderd in 5 jaar dan 5 jaar.

 Geen analogische redeneringen: duidelijk moet zijn welke gedragingen strafbaar zijn
en wat de gedragingen precies inhouden.
 Wetten moeten duidelijk genoeg zijn (lex certa): als bepaalde gedragingen schriftelijk
in de wet strafbaar is gesteld, dan moet die ook duidelijk genoeg worden
omschreven.


Hoofdstuk 2. Materieel strafrecht
Wanneer spreek je van strafbaar feit (voorwaarden/eisen):
 Menselijke gedragingen: gedragingen die uit jezelf komt als menselijk individu en
verricht zijn door een mens.
Aanvulling:
 Nalaten
 Rechtspersonen
 Deelnemingsvormen (meer personen)

 Delictsomschrijving: voldaan zijn aan elementen/bestandsdelen uit de wet. De
delictsomschrijving (omschrijving van een gedraging) en sanctienorm (de negatieve
reactie op het gedrag). = samen strafbepaling
Delictsomschrijving  wijst gedrag aan dat strafbaar is
Sanctienorm  geeft aan welke sanctie mag worden opgelegd bij overtreding van
delictsomschrijving

 Wederrechtelijkheid: is het wel strafbaar? Het gedrag moet in strijd zijn met het
objectieve recht. Er is geen rechtvaardiging voor de gedraging.

 Verwijtbaar/schuld: de persoon van de dader moet een verwijt kunnen worden
gemaakt van zijn gedrag.


Bestanddelen zijn voorwaarden voor de strafbaarheid die in de wettelijke
delictsomschrijving zijn terug te vinden.

Elementen zijn voorwaarden voor de strafbaarheid die niet zijn opgenomen in een wettelijke
delictsomschrijving.
2 elementen in het Nederlandse strafrecht:
 Wederrechtelijkheid = in strijd met het recht (objectief/algemeen recht) en letter van
het recht.
 Schuld = de dader moet ook schuld hebben aan zijn daad

,Het materiele strafrecht kent verschillende delictsvormen:
 Formele delicten: bij formele delicten wordt in de delictsomschrijving de actieve
handeling ten aanzien van een bepaalde gedraging strafbaar gesteld. Er wordt
niet gekeken naar de eventuele gevolgen.
BV. bij diefstal is het wegnemen verboden. Het is een strafbaar feit op moment
dat het wordt weggenomen.

 Materiele delicten: hierbij wordt in delictsomschrijving het laten intreden van een
bepaald gevolg strafbaar gesteld.
BV. het opzettelijk van het leven beroven. Het strafbare feit is gepleegd wanneer
het gevolg intreed  de dood.

 Commissiedelicten: hierbij wordt in de delictsomschrijving een handelen
strafbaar gesteld. Dit zijn specifieke handelingen die strafbaar zijn gesteld.
BV. verkrachting, moord, mishandeling, diefstal, vernieling, discriminatie.

 Omissiedelicten: hierbij wordt in delictsomschrijving een nalaten strafbaar
gesteld.
BV. het niet voldoen aan ambtelijk bevel en het niet verlenen van hulp. Je hebt
iets gedaan wat je wel had behoren te doen.

Variatie op een bepaald strafbaar feit  gronddelict
 Gekwalificeerd delict: hierbij gaat het steeds om ernstigere vormen van een
variatie op het gronddelict. Het gronddelict wordt nader gekwalificeerd. Er staat
een zwaardere sanctienorm.
BV. gronddelict = diefstal, gekwalificeerd delict = diefstal met geweldpleging.

 Geprivilegieerd delict: hierbij gaat het steeds om een afgezwakte vorm van een
variatie op een bepaald delict. Er staat een lichtere sanctienorm dan het
overtreden van een gronddelict.
BV. gronddelict: doodslag
Gekwalificeerd delict: moord
Geprivilegieerd delict: kinderdoodslag

Wetboek van strafrecht bestaat uit 3 boeken:
 Algemene deel
 Misdrijven
 Overtredingen

Normaal gesproken is een misdrijf een ‘zwaarder’ type delict dan een overtreding.
Of iets een misdrijf of een overtreding is wordt bepaald door de plaatsing in boek 2 of boek
3. De wet bepaalt of een gedraging in strijd met een delictsomschrijving als misdrijf of
overtreding moet worden gekwalificeerd.

, Hoofdstuk 3 materieel strafrecht: opzet en schuld

Opzet = de dader is zich bewust geweest van zijn handeling en heeft dit ook gewild.
Ingeblikte opzet = als het woord ‘opzet’ ontbreekt en het moet uit het woordgebruik worden
afgeleid. Opzet is verwerkt in het werkwoord.

Schuldvormen:

Schuld in ruime zin

Opzet (dolus  intentie):
 Oogmerk: willens en wetens. ‘Zwaarste’ schuldvorm. Het uitvoeren van een
bepaalde handeling omdat men ervan overtuigd is dat een gevolg zal intreden. De
dader handelt willens en wetens om een doel te bereiken.
Oogmerk op NAASTGELEGEN doel en niet op het uiteindelijke doel.
BV. als je iets doet wat je niet mag maar je doet het toch ook al is het voor iets
anders.

 Noodzakelijkheidsbewustzijn (zekerheidsbewustzijn): het doel maakt niets uit, je had
de intentie om dat te doen. Wanneer iemand weet dat zijn handelen ook andere
gevolgen kan hebben en hij toch handelt  wetend dat dit gevolg toch intreed.

 Voorwaardelijk opzet: geen intentie maar het boeit je niet (onverschilligheid). Minst
zware vorm van opzet.

 Willens en wetens
 Aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg intreedt en
 Een onverschillige of cynische houding ten opzichte van het gevolg


Schuld (culpa  geen intentie): het gaat om een onvoorzichtig en onoplettend handelen dat
aan de dader wordt verweten.
Culpa lata = aanmerkelijke schuld

Garantstellung = verhoogde norm. bij veelal mensen wordt een hogere maatstraf verlangd
dan de gemiddelde voorzichtigheid en oplettendheid, zoals bij een bepaald beroep
uitoefenen.

 Bewuste schuld: te optimistisch, hopen op een goede afloop. Zwaarste vorm van
schuld. De dader heeft wel stilgestaan bij de mogelijkheid dat zijn handeling tot
bepaald gevolg kan leiden, maar heeft te optimistisch gehandeld bij inschatten.

Bewuste schuld – voorwaardelijke opzet: gemeen dat bij het doen van een
handeling wordt gedacht aan eventuele slechte afloop. Verschil:
 Bij voorwaardelijke schuld interesseert de dader zich niet
 Bij bewuste schuld rekent dader erop dat zijn handelen goed zal aflopen

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
6 juli 2021
Aantal pagina's
48
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.38
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
carlijnvanhooijdonk

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
carlijnvanhooijdonk Hogeschool Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
6
Laatst verkocht
1 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen