Actuele Criminologie
Psychologische theorieën: biologische factoren, persoonlijkheid, leerpsychologie en
ontwikkeling (met namen en uitleg)
Sociologische theorieën: maatschappelijke achterstanden, kritische criminologie,
sociale criminologie, deïndividuatie, rationele keuze en
gelegenheid (met namen en uitleg)
,
, PSYCHOLOGISCHE THEORIEËN CRIMINOLOGIE
BIOLOGISCHE FACTOREN PERSOONLIJKHEID LEERPSYCHOLOGIE ONTWIKKELING
Lombroso: ‘aangeboren crimineel’ EYSENCK 3 FACTOREN: Pavlov: Klassieke conditionering David Farrington: ICAP
* Kenmerken van primitieve mensen * Psychoticisme: impulsief, gebrek aan * Significante stimuli: eten -> * Lange en korte termijnen.
* Volgens hem moordenaars bredere empathie kwijlen *Lange termijn:
kaken. * Extraversie: opwinding/stimulatie * Neutrale stimuli : Bel voor eten - Antisociale ouders
* Erfelijke kenmerken. * Neuroticisme: labiel emotioneel, * Bel kwijlen - Armoede
* Aangezichtscriminologie uiterlijke heftig reageren op stress. * Gedrag dreiging straf. - Slecht opvoedstijl/hechting
kenmerken * Géén invloed op psychopaten - Intelligentie
(Hoge pijngrens v.b.)
Sheldon: Lichaamsbouw en temperament Zuckerman: Sensation seeking scale. Operante conditionering Vervolg:
zijn de erfelijke factoren * Thrill & Adventure: op goede * Positieve bekrachtiging: * Korte termijn:
* Endomorfen (kort, rond, vet) manier op zoek naar spanning. bepaald gedrag wordt - Emoties: woede/frustratie
* Mesomorfen (atletisch, gespierd) * Desinhibitie: Spanning op herhaald (door beloning) - Groepsdruk, alcohol, drugs
* Ectomorfen (lang, dun, fragiel) afwijkende manier (criminaliteit) * Negatieve bekrachtiging:
* Criminelen vaak veel mesomorfen. bepaald gedrag wordt
overleving criminele circuit (Behoefte aan sensatie) afgeleerd (door straf)
Temperament gepaard met * Uitdoving: geen beloning op
mesomorfen: assertiviteit, weinig goed gedrag terug slecht
inhibitie motorische responsen, gedrag
onderwerpt zich niet aan Seligman learned helplessness
autoriteit.
Tweelingonderzoeken: vergelijking Gottfredson & Hirschi: Zelfcontrole Sociaal leren Dual Taxonomy model
eeneiig met twee-eiig. theorie * Bandura: Leren door
* Zelfcontrole belangrijkste gebrek observeren imiteren van * Childhood-onset: anti-
* Erfelijk materiaal eeneiig hetzelfde individueel rolmodellen.
sociaal gedrag in
veranderingen ligt aan omgeving. * (Geen) zelfbeheersing inadequate * Rotter: Cognitie denkproces
kindertijd.
* Twee-eiig verschillen genetisch en opvoeding - Verwachting consequenties
eventueel verschillende omgeving. * (Geen) zelfdiscipline genetische eigen gedrag beslissing - Lange termijn fac. van
* Concordant Eenzelfde kenmerk aanleg die door de opvoeding geen maken invloed. (vb opvoeding)
vertonen tegenwicht heeft gehad. * Sutherland: differentiële * Adolescent-onset:
* Discordant Een van de twee associatie. antisociaal in adolescentie
vertoont kenmerk - Gedrag aangeleerd door - Korte termijn fac.
contact met anderen - Stopt overgang naar
- Soort personen met wie volwassenheid plaatsvindt.
iemand in aanraking komt.
Adoptiestudies: Gedrag
voorkomend bij biologisch en kind
genetisch invloed.