Examen B1-K1-W1: Inventariseert behoeften en wensen van het kind
Werkproces : B1-K1-W1
Voornaam en achternaam : Monika van der Klooster
Studentnummer :
Cohort : 2019-2020
Opleiding : Gespecialiseerd pedagogisch medewerker
Klas :
BPV naam en plaats :
Examinatoren :
Monika van der Klooster B1-K1-W1 | 1
, Inleiding
In dit examen op mijn werkplek – peuterspeelzaal, heb ik een kind uitgekozen en heb diverse
observaties afgenomen om zijn behoeften en wensen achterhalen. Daarna heb ik een
rapportage over de verschillende ontwikkelingsgebieden, de behoeften en wensen van het
kind gemaakt. Als laatste heb ik de rapportage met mijn team en de locatie manager
gedeeld.
Ik ga het kind Lilly noemen, dit is een fictieve naam.
Doelstelling
Binnen 3 weken heb ik geleerd hoe ik objectief kan observeren en uit verschillende bronnen
informatie over Lilly en haar ontwikkeling te verzamelen om vervolgens haar wensen en
behoeftes te achterhalen om daarna alles in een rapportage te verwerken.
Ik ben pas klaar met observaties as ik weet wat de wensen en behoeftes van Lilly zijn.
Oriënteren
Als eerste heb ik de opdracht goed doorgelezen en gekeken wat de opdracht inhoudt en hoe
ik het ga uitvoeren. Als ik de observaties heb gedaan ga ik de wensen en behoeftes van het
kind in kaart brengen en dat heb ik nodig om te weten hoe ik het kind optimaal kan
begeleiden zodat ze helemaal tot hun recht komen op de groep. Daarom is het belangrijk dat
wij als pedagogisch medewerkers de kinderen in onze groep goed leren kennen. Kennis
hebben van, en een goed zicht hebben op de cognitieve, motorische en sociaal-emotionele
ontwikkeling van het kind is hier noodzakelijk. Met deze opdracht leer ik hoe ik objectief
observeer, rapporteer en hoe ik deze informatie kan verwerken in wat de wensen en
behoeften van het kind zijn.
Deze opdracht voer ik uit en tegelijkertijd hou ik oog op de gebruikelijke werkzaamheden op
het speeltaalhuis.
Ik loop stage op peuterspeelzaal de Vosjes, 3 dagen in de week. Dit is een groep met
kinderen van 2 tot 4 jaar, de meeste hebben een VVE-indicatie. Er zijn twee kinderen zonder
VVE-indicatie. Elk kind in de groep heeft een eigen mentor. De pedagogisch medewerker
observeert (met Kijk! 0-4 jaar methode) zijn mentorkind op verschillende ontwikkelingslijnen
en zet zijn observaties in het Kijk-dagboek.
De Kijk! observaties op de peuterspeelhuis zijn als volgt:
1. Kind 2 jaar oud komt binnen en krijgt een mentor.
2. Kind wordt komende 3 maanden door zijn mentor geobserveerd, daarna volgt een
nulmeting geëvalueerd en een gesprek met de ouders over de wenperiode, hoe alles
is gegaan. Hier worden de wensen en behoeftes van het kind al gesignaleerd en
vastgelegd. Kind is 2 jaar en 3 maanden.
Monika van der Klooster B1-K1-W1 | 2