KWALITEIT
SAMENLEVINGSTHEORIE B
Inhoud
Samenlevingstheorie B........................................................................................................................................1
College 1....................................................................................................................................................................3
College 2....................................................................................................................................................................6
College 3....................................................................................................................................................................9
College 4..................................................................................................................................................................11
College 5..................................................................................................................................................................14
College 6..................................................................................................................................................................15
College 7..................................................................................................................................................................16
College 1..................................................................................................................................................................22
Leerdoel 14: je weet wat sociale kwaliteit is en je weet wat de voorwaarden zijn voor sociale kwaliteit....22
Leerdoel 15: je kan de juridische bevoegdheden herkennen die een ouder heeft........................................22
Leerdoel 16: je weet hoe een mensbeeld van invloed is op de opvoeding....................................................22
Leerdoel 17: je kent de juridische aspecten van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling......23
College 2..................................................................................................................................................................23
Leerdoel 18: je kunt de invloed van sociaal-economische omstandigheden beschrijven..............................23
College 3..................................................................................................................................................................24
Leerdoel 19: je kent de theorie van Durkheim over sociale cohesie..............................................................24
Leerdoel 20: je kent de theorie over leefwereld, systeemwereld en het driewereldenmodel van Habermas.
.........................................................................................................................................................................24
College 4..................................................................................................................................................................25
Leerdoel 21: je kent relevante sociale wetgeving voor het sociaal werk. .....................................................25
College 5..................................................................................................................................................................27
Leerdoel 22: je kent verschillende machtsstructuren in de samenleving......................................................27
College 6..................................................................................................................................................................28
Leerdoel 23: je kent verschillende machtsstructuren binnen relaties...........................................................28
College 7..................................................................................................................................................................28
Leerdoel 24: je kan de invloed van verschillende netwerken op het individu beschrijven............................28
Leerdoel 25: je kent de juridische aspecten rondom echtscheiding..............................................................29
Leerdoel 26: je bent je bewust van de grenzen van autonomie. ...................................................................30
1
,Namen (kort):..................................................................................................................................................30
2
, COLLEGE 1
Sociale kwaliteit= Versterken van de sociale kwaliteit van de samenleving = bevorderen van
de kwaliteit van het leven van individuele mensen in relatie/wisselwerking met de kwaliteit
van hun sociale omgeving. Dus het bevorderen van het welzijn. Welzijn is subjectief: voor
sommige mensen is naar het strand gaan bevorderend, maar voor anderen daarentegen is
het een nachtmerrie.
Wat is nu precies sociale kwaliteit: Mensen kun je niet los zien van hun omgeving. Wie je
bent of kunt worden en wat de kwaliteit van je leven is, wordt mede bepaald door je sociale
omgeving. En zelf ben je ook weer van invloed op het leven en de omstandigheden van
mensen om je heen en op de kwaliteit van de samenleving.
Voorwaarden sociale kwaliteit:
1) Bestaansminimum = Sociaal Economische Zekerheid
2) Mee mogen doen = Sociale Inclusie
3) Verbondenheid = Sociale Cohesie
4) Versterken = Sociale Empowerment
Sociaal economische zekerheid= gericht op sociale rechtvaardigheid. Het verwijst naar het
borgen van de basisbehoeften van de mens via mensenrechten, wetgeving en voorzieningen.
De toegang tot socio-economische zekerheid, beschermt mensen tegen onder andere
armoede en biedt een sociaal vangnet. Een bepaalde mate van sociaal economische
zekerheid vormt een basisvoorwaarde om bijvoorbeeld sociale cohesie te realiseren.
Sociale inclusie= gericht op gelijkwaardigheid. Enerzijds het tegengaan van mechanismen
van uitsluiting, anderzijds stimulering van ontmoeting en toegankelijkheid van groepen,
gemeenschappen en systemen. Het is belangrijk dat mensen sociale insluiting ervaren in
belangrijkste instituties als gemeenten, openbare voorzieningen en maatschappelijke
organisaties.
Sociale cohesie= heeft solidariteit (=onderlinge betrokkenheid) als onderliggende waarde en
dit gaat over samenhang op basis van gedeelde normen en waarden, (h)erkenning en
respect en wederkerigheid. Het gaat ook over verrijking of verschraling van sociale
netwerken.
Sociale empowerment= gericht op menselijke waardigheid. Dit komt tot uitdrukking in de
mogelijkheden tot zelfbeschikking (eigen keuzes kunnen maken) en persoonlijke
ontwikkeling, ondersteund en versterkt door relaties en structuren. Het duidt ook op het
ontwikkelen van “eigen kracht”, “burgerkracht” en zelfredzaamheid.
Mensbeelden= 2 overheersende mensbeelden: autonoom en zorgend mensbeeld.
Autonoom mensbeeld uitgangspunten:
1) Mensen zelfstandig en vrij zijn en over hun eigen leven kunnen beslissen.
2) Vrijheid belangrijker is dan solidariteit.
3) Mensen verantwoordelijk zijn voor hun handelen.
4) Grootste bedreiging voor mensen met een autonoom mensbeeld: inmenging in de
bestaansvrijheid.
Zorgend mensbeeld uitgangspunten:
3