Hoofdstuk 1
Investeringsbegroting (blz. 25)
Een overzicht van alle middelen die je nodig hebt om een bedrijf te starten of een aanschafbeslissing
te nemen. (pand, inventaris, auto etc.)
Op het moment dat je bedrijf van start gaat en je omzet gaat maken, komen deze kosten op de
exploitatiebegroting te staan. Dit is een overzicht van toekomstige omzet en kosten die je verwacht
met je bedrijf.
Posten op een investeringsbegroting:
- Vaste activa
- Vlottende activa
- Eigen vermogen (EV)
- Vreemd vermogen lang (VVL)
- Vreemd vermogen kort (VVK)
Vaste activa
Langer dan 1 jaar
Vlottende activa
Bezittingen die binnen een jaar weer in geldvorm beschikbaar komen.
Eigen vermogen
Vermogen dat door de eigenaar ter beschikking gesteld wordt en voor onbepaalde tijd binnen het
bedrijf blijft.
Vreemd vermogen lang
Geleend vermogen, lening duurt langer dan 1 jaar.
Bijvoorbeeld: familielening, hypothecaire lening, banklening.
Vreemd vermogen kort
Geleend vermogen, lening duurt korter dan 1 jaar.
Bijvoorbeeld: rekening-courantkrediet (rood staan), banklening, crediteuren.
Goodwill
Het verschil tussen de marktwaarde die betaald wordt en de (materiële) activa in een bedrijf.
Goodwill is de waarde van ‘de goede naam’ van een onderneming die je overneemt. Met goodwill
druk je eigenlijk de verwachte winstgevendheid van het bedrijf in de toekomst uit. Valt onder de
immateriële vaste activa.
Achtergestelde lening (blz. 15)
Lening die bij een faillissement als laatste wordt terugbetaald.
Een lening die bij een faillissement als laatste wordt terugbetaald. Het is een lening die je afsluit bij
familie, vrienden of kennissen. De voorwaarden van zo’n lening kunnen gunstiger zijn dan die van de
bank.
, Krediettermijn (blz. 23)
Krediet
Een leverancier kan zijn klanten de mogelijkheid van leverancierskrediet geven. hierbij betaalt de
afnemer pas nadat hij de goederen heeft ontvangen. Leverancierskrediet brengt kosten met zich
mee. Het is belangrijk om te beseffen dat leverancierskrediet vaak in 2 vormen voorkomt in de
onderneming:
- Enerzijds geef je zelf krediet aan klanten die niet meteen betalen. Dat zijn debiteuren op
jouw balans.
- Anderzijds krijg je als ondernemer krediet van je leveranciers. Dit staat als crediteuren op
jouw balans.
De termijn die een krediet ‘openstaat’.
Er zijn verschillende maatregelen die je kunt nemen om te zorgen dat de krediettermijn beperkt
blijft.
- Facturen snel na het ontstaan van de vordering toesturen en de betaalstatus van de facturen
opvolgen wanneer de klant niet snel betaalt.
- Leveren met een automatische incasso: dit kan meestal tot een bepaald bedrag per factuur
en je moet dan zelf de bedragen incasseren.
- Betalingskorting verlenen voor snelle betaling. Bijvoorbeeld een korting van 2% wanneer de
klant binnen een week betaalt.
- Een kredietbeperkingstoeslag: de leverancier zet een extra percentage kosten op de factuur.
Betaalt de ontvanger de factuur binnen een bepaalde termijn, dan mag de
kredietbeperkingstoeslag van het totaalbedrag worden afgetrokken.
Gouden balansregel
Vaste activa moet je financieren met eigen vermogen of met vreemd vermogen lang.