Probleem 1, what drives them?
- Wat is motivatie?
- Wat motiveert mensen? (om te werken)
- Theorieën
Motivatie: interne staat die een persoon aanzet tot het uitvoeren van bepaald gedrag.
3 factoren: (perspectief 1)
- Richting de keuze van specifiek gedrag uit een groot aantal mogelijke gedragingen
werken ipv tv kijken.
- Intensiteit hoeveelheid energie/moeite men in een taak steekt
- Duureen gedraging over lange tijd uitvoeren
(perspectief 2) motivatie is het verlangen om een doel te bereiken
Distal motivation; hangt niet samen met gedrag
Proximal motivation; hangt wel samen met gedrag
Theorieën:
Need theory:
Mensen zijn gemotiveerd om bepaalde behoeften bevredigen verschillende manieren
Kritiek:
Vaag
Need hierarchy theory:
maslow piramide
1. Self actualization (alles worden wat je wilt)
2. Esteem (zelf respect)
3. Love
4. Safety
5. Fysiological (overleven)
behoefte laagste level is dominant
Kritiek:
niet iedereen haalt alle levels
ontwikkelingstheorie geen motivatie
weinig onderzoek
pos:
wordt nog veel gebruikt op de werkvloer omdat het erg algemeen is
Two factor theory:
motivatie door de taak zelf, niet door externe factoren.
1. Animal nature/ psychological needs hygiene factor. Basis behoeften (level 1 en 2 malsow)
2. Higher level. motivational factor. Behoefte aan prestatie/erkenning/zelfactualisatie (level
3,4,5)
,Kritiek:
Weinig bewijs
Pos:
Betekenisvol werk focus verschuift
Veel invloed gehad
ERG-theorie:
3 niveaus menselijke behoeften;
1. Existance; primaire behoeften
2. Relatedness; sociale behoeften
3. Growth; zelfactualisatie
Kritiek:
- Vaag
- Niet genoeg bewijs
Pos:
- Meer empirische ondersteuning
Verschil met maslow;
M:
- streven naar selfactualization
- Hiërarchisch
ERG:
- Geen hiërarchie
- Streven naar level waar je in zit
Reinforcement theory:
Skinner:
Niet over interne processen maar verklaard gedrag gedrag als resultaat van
belongingen/bekrachtiging
- Law of effect: beloning/straf vergroot kans op gedrag
- Insensitive system
- Tastbaar of ontastbare beloning
Kritiek:
- Toepassing op werkvloer is onethisch
Vroom’s expectancy theory;
Verklaard waarom beloning leidt tot gedrag.
F force= motivatie
E expectancy= kans op succes
V valantie= waarde die je er aan hecht
I instumentality= kans dat je de beloning krijgt die je wilt, wanneer je het gedrag vertoond
F=E*Σ(I*V)
Kritiek:
- Houdt geen rekening met capaciteiten
- Geen direct verband met gedrag
, - Wordt niet gebruikt bij simpele beslissingen dan moet je teveel stappen doorlopen
- Geen rekening met persoonlijkheid en emotie
Self-efficacy theory;
Bandura;
Hoe mensen met hun gedachten over hun capaciteiten gedrag kunnen beïnvloedden.
- High Self-efficacy: geloof dat je genoeg capaciteiten bezit om de taak succesvol te kunnen
afronden
- Low Self-efficacy; denken niet genoeg capaciteiten te bezitten; niet gemotiveerd.
- Algemeen gevoel, niet specifiek
- Galatea effect; overtuiging leidt tot betere prestatie
Beïnvloedden motivatie:
1. Mastery experience (eerdere ervaringen)
2. Modelling (vergelijken met anderen)
3. Social persuasion (aanmoediging)
4. Lichamelijke staat (vb nacht niet geslapen)
- Staat in verband met andere theorieën
Goal setting theory;
Legt uit hoe doelen/intenties zorgen voor gedrag.
- Gemotiveerd door stellen van doelen
- Specifiek doel werkt beter dan algemeen doel
- Learning orientation = leren
- Performance orientation= uitvoeren teveel focus hierop? Niet meer leren
Goal acceptance; doel wordt opgelegd
Goal commitment: specifiek doel, zelf opgesteld
- Doel moet eerst geaccepteerd worden wil het motiverend werken
Hoe moeilijker het doel, hoe beter de prestatie
Self-set goals effectiever dan organizational goals
Beïnvloedden gedrag:
1. Direction: richten op aandacht
2. Effort: stimuleren
3. Persistance: aanhouden van gedrag
4. Strategy: goede strategie
Feedback: hierop gedrag aanpassen motivatie om doel te beereiken
Beste; situatie simpel/enkele doelen/ simpel werk/ groepen; minder stress
Positief;
- Veel onderzoek
- Effectief
Contol theory;
- Wat is motivatie?
- Wat motiveert mensen? (om te werken)
- Theorieën
Motivatie: interne staat die een persoon aanzet tot het uitvoeren van bepaald gedrag.
3 factoren: (perspectief 1)
- Richting de keuze van specifiek gedrag uit een groot aantal mogelijke gedragingen
werken ipv tv kijken.
- Intensiteit hoeveelheid energie/moeite men in een taak steekt
- Duureen gedraging over lange tijd uitvoeren
(perspectief 2) motivatie is het verlangen om een doel te bereiken
Distal motivation; hangt niet samen met gedrag
Proximal motivation; hangt wel samen met gedrag
Theorieën:
Need theory:
Mensen zijn gemotiveerd om bepaalde behoeften bevredigen verschillende manieren
Kritiek:
Vaag
Need hierarchy theory:
maslow piramide
1. Self actualization (alles worden wat je wilt)
2. Esteem (zelf respect)
3. Love
4. Safety
5. Fysiological (overleven)
behoefte laagste level is dominant
Kritiek:
niet iedereen haalt alle levels
ontwikkelingstheorie geen motivatie
weinig onderzoek
pos:
wordt nog veel gebruikt op de werkvloer omdat het erg algemeen is
Two factor theory:
motivatie door de taak zelf, niet door externe factoren.
1. Animal nature/ psychological needs hygiene factor. Basis behoeften (level 1 en 2 malsow)
2. Higher level. motivational factor. Behoefte aan prestatie/erkenning/zelfactualisatie (level
3,4,5)
,Kritiek:
Weinig bewijs
Pos:
Betekenisvol werk focus verschuift
Veel invloed gehad
ERG-theorie:
3 niveaus menselijke behoeften;
1. Existance; primaire behoeften
2. Relatedness; sociale behoeften
3. Growth; zelfactualisatie
Kritiek:
- Vaag
- Niet genoeg bewijs
Pos:
- Meer empirische ondersteuning
Verschil met maslow;
M:
- streven naar selfactualization
- Hiërarchisch
ERG:
- Geen hiërarchie
- Streven naar level waar je in zit
Reinforcement theory:
Skinner:
Niet over interne processen maar verklaard gedrag gedrag als resultaat van
belongingen/bekrachtiging
- Law of effect: beloning/straf vergroot kans op gedrag
- Insensitive system
- Tastbaar of ontastbare beloning
Kritiek:
- Toepassing op werkvloer is onethisch
Vroom’s expectancy theory;
Verklaard waarom beloning leidt tot gedrag.
F force= motivatie
E expectancy= kans op succes
V valantie= waarde die je er aan hecht
I instumentality= kans dat je de beloning krijgt die je wilt, wanneer je het gedrag vertoond
F=E*Σ(I*V)
Kritiek:
- Houdt geen rekening met capaciteiten
- Geen direct verband met gedrag
, - Wordt niet gebruikt bij simpele beslissingen dan moet je teveel stappen doorlopen
- Geen rekening met persoonlijkheid en emotie
Self-efficacy theory;
Bandura;
Hoe mensen met hun gedachten over hun capaciteiten gedrag kunnen beïnvloedden.
- High Self-efficacy: geloof dat je genoeg capaciteiten bezit om de taak succesvol te kunnen
afronden
- Low Self-efficacy; denken niet genoeg capaciteiten te bezitten; niet gemotiveerd.
- Algemeen gevoel, niet specifiek
- Galatea effect; overtuiging leidt tot betere prestatie
Beïnvloedden motivatie:
1. Mastery experience (eerdere ervaringen)
2. Modelling (vergelijken met anderen)
3. Social persuasion (aanmoediging)
4. Lichamelijke staat (vb nacht niet geslapen)
- Staat in verband met andere theorieën
Goal setting theory;
Legt uit hoe doelen/intenties zorgen voor gedrag.
- Gemotiveerd door stellen van doelen
- Specifiek doel werkt beter dan algemeen doel
- Learning orientation = leren
- Performance orientation= uitvoeren teveel focus hierop? Niet meer leren
Goal acceptance; doel wordt opgelegd
Goal commitment: specifiek doel, zelf opgesteld
- Doel moet eerst geaccepteerd worden wil het motiverend werken
Hoe moeilijker het doel, hoe beter de prestatie
Self-set goals effectiever dan organizational goals
Beïnvloedden gedrag:
1. Direction: richten op aandacht
2. Effort: stimuleren
3. Persistance: aanhouden van gedrag
4. Strategy: goede strategie
Feedback: hierop gedrag aanpassen motivatie om doel te beereiken
Beste; situatie simpel/enkele doelen/ simpel werk/ groepen; minder stress
Positief;
- Veel onderzoek
- Effectief
Contol theory;