Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Werkcollege 5 Belastingrecht I

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
4
Geüpload op
09-12-2014
Geschreven in
2014/2015

Werkgroep gemaakt na het leren van het tentamen, bevat alle juiste antwoorden en is overzichtelijk om te bestuderen.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Vraagstukken Belastingrecht I Resultaat uit overige werkzaamheden




Vraag 1.
De heer De Goede en mevrouw Steen zijn buiten gemeenschap van goederen gehuwd. De
heer De Goede bezit een bedrijfspand die hij per 1 januari 2008 verhuurt aan de eenmanszaak
van zijn echtgenote, mevrouw Steen. De waarde in het economische verkeer van het
bedrijfspand per 1 januari 2008 bedraagt €300.000. De zakelijke huurprijs bedraagt €24.000
per jaar. Per 1 januari 2013 komt mevrouw Steen te overlijden. De heer De Goede is enig
erfgenaam en zet de onderneming van mevrouw Steen voort. De waarde in het economische
verkeer van het bedrijfspand per 1 januari 2013 bedraagt €350.000.
Wat zijn de gevolgen van bovenstaande feiten voor de heffing van inkomstenbelasting?
De verhuur van het pand aan mevrouw Steen is een resultaat uit overige werkzaamheid, want op
grond van art. 3.90 IB is het geen winst of loon wat hij met de verhuur ontvangt. Specifieker valt het
onder art. 3.91 IB deze werkzaamheid. De verhuur van het pand aan zijn vrouw wordt op grond van
art. 3.91 lid 1 sub a IB als een resultaat uit overige werkzaamheid aangemerkt. Zijn bedrijfspand is
namelijk aan te merken als een vermogensbestanddeel die hij hier ter beschikking stelt aan een met
hem verbonden persoon, namelijk mevrouw Steen. Zij zijn namelijk getrouwd en derhalve op grond
van art. 5a lid 1 sub a Awr echtgenoot en derhalve partners van elkaar. Op grond van art. 3.91 lid 2
sub b onder 1 IB wordt mevrouw Steen als partner van de belastingplichtige aangemerkt als
verbonden persoon.

De heer de Goede ontvangt dus aan rente 24.000 euro welke hij moet opgeven als belastbaar resultaat
uit overige werkzaamheden ingevolge art. 3.1 lid 2 sub c IB. Mevrouw Steen kan deze betaalde rente
echter aftrekken van haar resultaat. Zodoende wordt dit recht getrokken, art. 3.91 IB fungeert dan ook
als misbruikbepaling om te voorkomen dat mevrouw Steen het wel kan aftrekken van haar resultaat en
dat de heer de Goede geen belasting hoeft te betalen (het zgn. Rondpompen wordt daarmee
voorkomen). Van de 24.000 euro huur die de heer de Goede moet opgeven als belastbaar resultaat uit
overige werkzaamheden mag hij ook nog de TBS-vrijstelling aftrekken op grond van art. 3.99b IB,
welke 12% bedraagt. Op grond van art. 3.94 en 3.95 IB moet de heer de Goede daarnaast ook een
werkzaamheidsvermogensbalans opstellen.

In 2013 komt mevrouw Steen echter te overlijden. Dit betekent een einde van de werkzaamheid, de
ter beschikking stelling aan mevrouw Steen. De heer de Goede staakt dus zijn werkzaamheid, en moet
daarover stakingswinst betalen. De stakingswinst bedraagt 350.000 euro minus 300.000 euro is
50.000 euro. Hiervan mag nog de TBS-vrijstelling worden afgetrokken van 12% op grond van art.
3.99b IB, want tot het moment van overlijden heeft hij TBS gesteld. Dan kom je uit op een bedrag van
44.000 euro. Hierover moet worden afgerekend in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden op
grond van art. 3.1 lid 2 sub c IB wat progressief wordt belast op grond van art. 2.10 IB.

De heer de Goede zet de onderneming van mevrouw Steen echter voort. Daarom is art. 3.99 IB van
toepassing. De ROW groeit uit tot een onderneming waaruit de Goede als ondernemer winst geniet.
De werkzaamheid wordt dan geacht niet te zijn gestaakt, en in dat geval wordt bij de onderneming de
boekwaarde van de vermogensbestanddelen gesteld op de boekwaarde daarvan bij de werkzaamheid.
Het vermogensbestanddeel, het bedrijfspand, komt dus gewoon voor 300.000 euro op de balans te
staan. Er hoeft dan dus geen stakingswinst te worden afgerekend.




1

,Vraag 2.
De heer Schoonhoven is directeur enig aandeelhouder van S BV. De heer Schoonhoven bezit
in privé een bedrijfspand dat hij sedert 1 januari 2001 verhuurt aan S BV voor een zakelijke
huur van €45.000 per jaar. De waarde in het economische verkeer van het bedrijfspand
bedraagt per 1 januari 2001 €400.000 en per 1 januari 2013 €500.000. Per 1 januari 2013
trouwt de heer Schoonhoven in gemeenschap van goederen met mevrouw Van Doorne.
Geef de gevolgen weer van bovenstaande feiten voor de heffing van inkomstenbelasting?
De verhuur van zijn bedrijfspand aan S BV is geen winst uit onderneming of loon, en valt daarom
onder ROW o.g.v. art. 3.90 IB. Meer specifiek is dit ter beschikking stellen op grond van art. 3. 92 IB.

De heer Schoonhoven heeft namelijk op grond van art. 4.6 sub a IB een aanmerkelijk belang. Daarom
is 3.92 lid 1 sub a IB van toepassing. Het ter beschikking stellen van zijn bedrijfspand aan zijn BV
waarin hij een ab heeft wordt gezien als het rendabel maken van zijn vermogensbestanddeel en
derhalve als werkzaamheid. Als ROW moet Schoonhoven over de ontvangen huur van 45.000 euro
per jaar dus belasting betalen op grond van art. 3.1 lid 2 sub c IB.

In januari 2013 trouwt hij met mevrouw Van Doorne. Dat wordt dus zijn partner ingevolge art. 5 lid 1
sub a Awr. Mevrouw Van Doorne wordt voor de helft eigenaar van de aandelen in S BV (en heeft dus
ook een AB o.g.v. art. 4.6 sub a IB, want meer dan 5%) en op grond van art. 3.92 lid 4 IB wordt zij
tevens de helft van het vermogensbestanddeel het bedrijfspand.

Dit houdt twee dingen in:
1) Op grond van art. 4.16 lid 1 sub e IB vindt door het huwelijk een fictieve vervreemding plaats.
Over de helft van de aandelen moet dus worden afgerekend o.g.v. art. 4.19 lid 1 en 2 jo. 4.22 IB
(tegenprestatie ontbreekt, want fictieve vervreemding, dus waarde economisch verkeer nemen) door
zowel Schoonhoven als mevrouw Van Doorne, waarna de aandelen overgaan op box 3. Over de
vervreemdingswinst moet dan op grond van art. 4.12 sub b worden afgerekend. Echter, ze kunnen ook
kiezen voor art. 4.17 IB. De overgang krachtens het huwelijk wordt dan niet aangemerkt als
vervreemding. Op grond van art. 4.11 IB houden zij dan een aanmerkelijk belang, waardoor de
aandelen blijven vallen onder het box 2 regime.

2) Op grond van art. 3.92 lid 4 IB wordt het vermogensbestanddeel, het bedrijfspand, toegerekend
voor de helft aan Schoonhoven en voor de andere helft aan Van Doorne ten gevolge van het huwelijk.
Dit houdt dus in dat voor de helft gestopt wordt met het ter beschikking stellen, en over de helft zal
dus moeten worden afgerekend door beide. De stakingswinst 500.000 – 400.000 is 100.000 euro.
Allebei moeten ze over 50.000 euro afrekenen minus de ter beschikkingsvrijstelling van 12% (art.
3.99b IB) als ROW. Echter, op grond van art. 3.98c lid 1 IB vindt in beginsel verplichte
doorschuiving plaats (vanwege het woordje “wordt”). Er vindt geen staking van de werkzaamheid
plaats als het evenredig deel bij de echtgenoot ook tot een werkzaamheid behoort. Dat is i.c. het geval,
want mevrouw Van Doorne gaat haar gedeelte ook ter beschikking stellen aan S BV (althans
tegendeel blijkt niet uit de casus). Er hoeft in dat geval dus geen stakingswinst te worden betaald,
tenzij ze kiezen om art. 3.98c lid 2 IB toepassing te laten vinden. Kiezen zij daarvoor, dan moet
gewoon worden afgerekend over de stakingswinst.

Vraag 3.
De heer Cornelisse is directeur enig aandeelhouder van C BV, een goedlopend bedrijf
gevestigd te Arnhem. In 2013 verstrekt de heer Cornelisse onder zakelijke voorwaarden een
lening aan C BV van €100.000. De hierover verschuldigde zakelijke rente bedraagt 7% van
de hoofdsom.
Wat zijn de gevolgen van vorenstaande feiten voor de heffing van inkomstenbelasting en
vennootschapsbelasting?

2

, De heer Cornelisse heeft op grond van art. 4.6 sub a IB een AB, want hij bezit alle aandelen. Daarom is
art. 3.92 IB hier wederom van toepassing (ook is de rente geen belastbaar loon of winst, zie art. 3.90 IB).
Op grond van art. 3.92 lid 2 sub a IB wordt het aangaan of hebben van een schuldvordering gelijkgesteld
met het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een in het eerste lid bedoelde
vennootschap.

De lening die hij verstrekt aan zijn BV valt dus ook onder het ter beschikking stellen aan zijn BV. De
rente die hij daaruit ontvangt, vermindert met de 12 % ter beschikkings vrijstelling van art. 3.99b, is
derhalve een ROW welke bij de heer Cornelisse in box 1 ingevolge art. 3.1 lid 2 sub c IB zal worden
belast. Voor C BV is de betaalde rente echter weer aan te merken als aftrekpost die dus ten laste van het
resultaat kan worden gebracht. Art. 3.92 IB voorkomt daarmee dus misbruik.

De gevolgen voor de inkomstenbelasting is dus dat de heer Cornelisse belasting moet betalen over het
resultaat uit overige werkzaamheden (de rente die hij ontvangt) en voor de vennootschapsbelasting voor C
BV is het gevolg dat zij de rente die zij betalen ten laste mogen brengen van het resultaat.

Vraagstuk 4.
De heer Houben bezit alle aandelen in A BV. De heer Houben verhuurt per 1 januari 2011
een bedrijfspand, dat hem in privé toebehoort, aan A BV voor een zakelijke huur van €50.000
per jaar. De waarde in het economische verkeer per 1 januari 2011 van het bedrijfspand
bedraagt €500.000. Ter financiering van het pand is de heer Houben een lening aangegaan bij
een bank van €500.000. De in 2011 ter zake van deze lening betaalde rente bedraagt €25.000.
De zaken van A BV gaan zo goed dat het bedrijfspand te klein is geworden en A BV verhuist
per 31 maart 2013 naar een groter pand. In april 2013 wordt het bedrijfspand van de heer
Houben voor €20.000 verbouwd ten behoeve van de nieuwe huurder. De nieuwe huurder (een
derde) gaat het bedrijfspand per 1 mei 2013 huren van de heer Houben. De waarde in het
economische verkeer van het bedrijfspand van de heer Houben per 1 april en per 1 mei 2013
bedraagt €600.000. De huurprijs bedraagt met ingang van 1 mei 2013 €60.000 per jaar.
Geef de fiscale gevolgen weer van bovenstaande feiten.
De heer Houben bezit alle aandelen in A BV, en heeft derhalve een AB op grond van art. 4.6 sub a IB.
De huur die hij ontvangt van de verhuur van zijn bedrijfspand aan A BV is op grond van art. 3.90 IB
geen winst of loon, en meer specifiek een terbeschikkingstelling op grond van art. 3.92 lid 1 sub a IB.
Immers stelt hij zijn pand beschikbaar aan zijn vennootschap waarin hij een AB heeft. De
huuropbrengst, verminderd met de terbeschikkingsvrijstelling van 12% o.g.v. art. 3.99b IB, is dus een
ROW, welke belast wordt ingevolge art. 3.2 lid 2 sub c IB. Aan de andere kant kan A BV de
huurkosten ten laste brengen van het resultaat. Art. 3.92 IB voorkomt dus misbruik. De heer Houben
moet tevens een werkzaamheidsvermogensbalans opstellen op grond van art. 3.94 en 3.95 IB.

Ter financiering van het pand is de heer Houben een lening aangegaan bij een bank van €500.000. De
in 2011 ter zake van deze lening betaalde rente bedraagt €25.000. Op grond van art. 3.95 jo. art. 3. is
de betaalde rente aftrekbaar van het resultaat uit overige werkzaamheden. Vele bepalingen van de
winst uit onderneming zijn namelijk van overeenkomstige toepassing. Ook mag hij dus op grond van
art. 3.95 jo. 3.30a afschrijven op het pand, wat dus ook ten laste mag worden gebracht op het resultaat
uit overige werkzaamheden. De belastbare huuropbrengst (=ROW) wordt hierdoor lager.

De zaken van A BV gaan zo goed dat het bedrijfspand te klein is geworden en A BV verhuist per 31
maart 2013 naar een groter pand. Dit betekent dus een einde van de terbeschikkingsstelling. Daarover
moet stakingswinst worden afgerekend. Dit is 600.000 – 500.000 = 100.000 euro stakingswinst, waar
de terbeschikkingsvrijstelling van 12% ingevolge art. 3.99b IB nog van mag worden afgetrokken. Het
restant wordt belast als resultaat uit overige werkzaamheden op grond van art. 3.2 lid 2 sub c IB.

In april 2013 wordt het bedrijfspand van de heer Houben voor €20.000 verbouwd ten behoeve van de
3

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
9 december 2014
Aantal pagina's
4
Geschreven in
2014/2015
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend
$3.60
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Yoeri Vrije Universiteit Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
284
Lid sinds
13 jaar
Aantal volgers
146
Documenten
39
Laatst verkocht
3 jaar geleden

3.2

9 beoordelingen

5
2
4
3
3
1
2
1
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen