Triage
Hoofdstuk 1:
1.2. Triage, doel en uitvoering
- Welke 2 dingen bepaal je bij triage?
o De mate van urgentie
o De bijpassende zorg (consult/telefonisch)
- Welke 2 vragen stel je bij triage?
o Medisch-inhoudelijke vragen (hoe hoog koorts?)
o Vragen m.b.t. de patiënt (boos? Ongerust?)
- Welke vaardigheden heeft een doktersassistente nodig?
o Medisch inhoudelijke kennis
o Communicatieve vaardigheden
1.4. Protocollen, richtlijnen en standaarden
- Is het volgen van een protocol verplicht?
o Het is niet wettelijk verplicht
o Je dient je eraan te houden
o Bij afwijken van het protocol moet dit schriftelijk toegelicht zijn in het dossier
- Welke organisatie heeft protocollen opgesteld voor medische vragen?
o De NHG
1.5. Triage en praktijkorganisatie
- Aan welke eisen moet de praktijk voldoen om veilig te kunnen triëren?
o De contacten met patiënten moeten kunnen worden nabesproken op
dezelfde dag
o Er moet een kort verslag worden gemaakt bij het geven van een
zelfzorgadvies
o Bij twijfel moet er de mogelijkheid zijn om te overleggen met een arts
,1.6. Urgentie en classificatie
- Hoe kan de urgentie worden aangegeven en wat betekent dit?
o U1 – levensbedreigend > alles laten vallen en naar de patiënt gaan
o U2 – spoed (mogelijk bedreigde vitale functies) > de patiënt moet binnen 1
uur gezien worden
o U3 – dringend (reële kans op lichamelijke schade op korte termijn) > de
patiënt moet binnen enkele uren gezien worden
o U4 – routine (kans op lichamelijke schade op korte termijn is
verwaarloosbaar) > de patiënt kan op het eerstvolgende moment gezien
worden + geef zelfzorgadvies- en vangnet
Hoofdstuk 2:
2.2.1. Telefonisch kennismaken
- Wat zijn aandachtspunten bij het telefonisch communiceren?
o Stel jezelf voor bij het opnemen
o Vraag de beleving van de patiënt uit en niet alleen de medische klacht
o Vraag naar de verwachting van de patiënt
o Stel de medisch inhoudelijke vragen
o Reageer op de (non)-verbale signalen (patiënt wordt ongeruster tijdens het
gesprek en benoemt dit tussen de regels door > controleer dit door te vragen
“ik merk dat u ongeruster begint te worden, klopt dat?”)
o Luister aandachtig en bevestig dat je luistert (ja, vertel verder zeggen bv)
2.2.4. Anamnese
- Welke soorten vragen zijn er?
o Open vragen
o Gesloten vragen
o Semi-gesloten vragen
- Wat zijn aandachtspunten bij de anamnese?
o Geen vaktaal gebruiken
o Probeer open vragen te stellen
o Stel bij voorkeur 1 vraag tegelijk
2.2.6. Aandachtig luisteren
- Op welke 2 manieren kan de assistente laten merken dat ze aandachtig luistert?
o De naam van de patiënt benoemen in het gesprek
o Bevestigen dat ze luistert door ‘ja’ of ‘vertelt u verder’ te zeggen
,2.3. Actief adviseren
- Welke aandachtspunten zijn er als je iemand een advies gaat geven?
o Houdt het als een advies en leg het niet iemand op
o Laat de patiënt meebeslissen over wat er gaat gebeuren
o Controleer bij de patiënt of hij het gegeven advies begrijpt
2.3.1. Advies met toelichting
- Wat zijn de aandachtspunten als je iemand adviezen meegeeft?
o Controleer of iemand de adviezen bijhoudt en begrepen heeft
o Laat de adviezen elkaar niet te snel opvolgen
o Geef een korte toelichting waarom je het advies geeft (bijvoorbeeld, kom
vandaag maar op het spreekuur, want u vertelde over het bloed bij de
ontlasting)
2.3.5. Een flexibele houding
- Op welke manieren kan de assistente telefonisch een flexibele houding aannemen?
o Redeneer vanuit de visie van de patiënt en niet vanuit je eigen
o Leg de bal bij de patiënt (“u twijfelt aan mijn advies, waarom?”)
o Geef soms toe aan de wens van de patiënt indien mogelijk (bij ongeruste
ouders bijvoorbeeld)
o Sluit een compromis (bel over 2 uur terug in plaats van een advies geven)
o Schakel bij escalerende gesprekken door naar de arts
2.4. Het gesprek structureren
2.4.1. Structuur: volgorde van gespreksfasen
- Wat zijn de voordelen van een gestructureerd consult?
o Een efficiënt en effectief verloop van het consult
- Wat zijn de verschillende fasen van structuur bij triage?
o Hulpvraag * Achtergrondinformatie
o Advies * Klantreactie
2.4.2. Samenvatten
, - Wat zijn de voordelen van samenvatten tijdens het gesprek?
o De patiënt weet of jij zijn probleem begrepen hebt
o Je kan voor jezelf nagaan of je voldoende informatie hebt
- Op welke 2 momenten in het gesprek is samenvatten belangrijk?
o Wanneer de patiënt zijn probleem heeft vertelt
o Bij het maken van de afspraak
2.4.5. Patiëntvriendelijk telefoneren
- Op welke manier kan je patiëntgericht telefoneren?
o De patiënt bij zijn naam te noemen
o De patiënt krijgt het gevoel dat het over hem gaat
o De assistente zet haar eigen boosheid/ongeduld aan de kant
- Op welke manier kan je patiëntvriendelijk telefoneren?
o Rustig en gelijkmatig spreektempo bij agressieve/gehaaste patiënten
o Vriendelijke toon
o Duidelijk articuleren
Hoofdstuk 3:
3.2. Doel van verslaglegging
- Wat is het doel van de verslaglegging in de SOEP?
o Beoordelen of er het juiste advies gegeven is
o Zorgen voor continuïteit in de zorg
o De patiënt kan elk moment zijn dossier opvragen ter inzage
- Wat is de belangrijkste eis bij het opstellen van de SOEP?
o Dat het een objectieve en volledige rapportage is
3.3 Inhoud van een verslag
- Welke informatie is belangrijk om te noteren in het verslag?
o Om welke patiënt het gaat (persoonsgegevens)
o Eventueel wie er in naam van de patiënt belt
o De vraag + verwachting waar iemand mee belt
o Persoonlijke omstandigheden van de patiënt (ongerust bijvoorbeeld)
o De antwoorden op de getrieerde vragen (hoe hoog was de koorts)
o Welk advies de assistente gegeven heeft
o De reactie van de patiënt op het advies