U hebt slechts toegang tot de werkgroepen indien u de voorgeschreven literatuur en rechtspraak
hebt bestudeerd en de volgende voorbereidingsopdrachten hebt gemaakt. Tijdens de werkgroepen
zullen nadere opdrachten worden verstrekt en besproken.
Literatuur
K. Veegens, ‘Het 10-jarig bestaan van de Wet Terroristische misdrijven. Stand van zaken in de
jurisprudentie’, Delikt en Delinkwent 2014, 31
Voorstel Buma verheerlijking van terrorisme (Blackboard)
Handelingen Tweede Kamer 2013-2014, Aanpak Nederlandse jihadstrijders, p. 1-7 (Blackboard)
M. van Noorloos, ‘Verheerlijking van terrorisme’, NJB 2014/1907
Rechtspraak
HR 2 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK5193 (inclusief conclusie AG) (Hofstad)
HR 3 juli 2012, NJ 2012, 658 (inclusief conclusie AG en annotatie Keijzer) (Hofstad)
Elke voorgeschreven bron is te vinden met behulp van het bestand ‘Bronnen zoeken’, op Blackboard
onder ‘Vakinformatie’.
, Voorbereidingsopdrachten
1. Lees HR 2 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK5193 en de conclusie van AG Vellinga.
Arrest: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK5193
Conclusie: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK5193
a. Kunnen twee personen, zonder afhankelijk te zijn van afspraken, regels of hiërarchische
verhoudingen een ‘organisatie’ als bedoeld in art. 140(a) Sr vormen volgens AG Vellinga?
26. Het is de vraag is of de gestructureerdheid van het samenwerkingsverband inderdaad steeds zou
moeten bestaan in meer dan duurzame samenwerking gericht op het plegen van (terroristische)
misdrijven. Juist in de duurzaamheid en het (naaste) doel ligt immers al een bepaalde structuur van
samenwerken opgesloten. Ik wijs in dit verband op HR 22 januari 2008, LJN BB7134, NJ 2008, 72 waar
de Hoge Raad niet spreekt van een duurzaam en een gestructureerd samenwerkingsverband maar
van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en
tenminste één andere persoon.
((( 27. Noch uit de parlementaire geschiedenis noch uit de rechtspraak vloeit voort dat een dergelijke
vorm van samenwerking voor een organisatie als bedoeld in de art. 140 en 140a Sr niet genoeg zou
kunnen zijn.(33) De gepubliceerde rechtspraak kent geen uitspraken van de Hoge Raad waarin de
door een rechter aangevoerde gronden voor een organisatie als bedoeld in art. 140(a) Sr niet
voldoende zijn. De Hoge Raad geeft soms door enkel te overwegen dat het oordeel van het Hof geen
blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting(34), soms door de gronden op te sommen waarom het
Hof terecht heeft geoordeeld dat van een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr sprake is(35), aan
waarom een tegen dat oordeel gerichte klacht ongegrond is. Daarmee is nog niet gezegd dat al de
door het Hof c.q. door de Hoge Raad genoemde gronden steeds onmisbaar zijn om te komen tot het
oordeel dat sprake is van bedoelde organisatie.(36) ))))
28. Naarmate samenwerking inniger en duurzamer is, zal eerder aan het vereiste van een
samenwerkingsverband met een zekere structuur zijn voldaan. Het duidelijkst springt dat in het oog
wanneer wordt bedacht dat ook twee personen duurzaam en gestructureerd, dat wil zeggen, gericht
op een bepaald doel, kunnen samenwerken zonder dat hun samenwerking verder is gestructureerd in
afspraken. Een dergelijk samenwerkingsverband kan toevallig en in de loop der tijd ontstaan omdat
men "werkendeweg" ontdekt dat men een gezamenlijk doel heeft waarvan de realisering met
duurzame samenwerking gediend is. Zo'n samenwerkingsverband is niet afhankelijk van regels,
uitdrukkelijke afspraken of hiërarchische verhoudingen maar kan heel wel duurzaam zijn en aan het
werken aan het gemeenschappelijk doel een bepaalde structuur ontlenen.
Ja, dat kan. Vellinga zegt dat een structuur van samenwerken, dat een organisatie oplevert, ook al
kan bestaan in duurzaamheid en het doel. Hij zegt letterlijk: Zo'n samenwerkingsverband is niet
afhankelijk van regels, uitdrukkelijke afspraken of hiërarchische verhoudingen
Hof gaat uit van strenge omschrijving: er moet sprake zijn van een duurzaam en gestructureerd
samenwerkingsverband. Vellinga zegt het ruimer, een nuanceverschil.
b. Welke eisen had het hof gesteld aan het begrip ‘criminele organisatie’ als bedoeld in art. 140(a)
Sr en hoe luidde het oordeel van de Hoge Raad met betrekking tot die eisen?
Hof: Volgens bestendige jurisprudentie moet onder zo'n organisatie worden verstaan "een
samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten
minste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als