Economie Keynes
hoofdstuk 7 & 8
§7.1 Soorten bewegingen
Trendmatige ontwikkelingen : gemiddelde groei over een langere tijd
Conjunctuurbewegingen : schommelingen in de groei door vraag
veranderingen
Seizoensbewegingen : verschillende jaargetijden
Toevallige bewegingen : natuurrampen zoals oorlog
§7.2 De productiecapaciteit
Productiefactoren Kapitaal, Arbeid, Natuur en Ondernemingsschap
Vergoedingen: Rente, Loon, Pacht en Winst
Op korte termijn is alleen Arbeid variabel. Over lange termijn zijn alle
productiefactoren variabel.
Knelpuntsfactor: productiefactor die uiteindelijk bepaalt hoe groot de productie kan
zijn.
Aa = arbeidsaanbod. Wordt in arbeidsjaren genomen
a = gemiddelde arbeidsproductiviteit (apt)
Max productiearbeid : Aa x a
K= kapitaalgoederenvoorraad
k = gemiddelde kapitaalproductiviteit (altijd omdraaien dus 3 wordt 1/3)
Max productiekapitaal : K x k
Als je de kapitaalcoefficent omdraaid heb je de kapitaalproductiviteit
Hoeveel kapitaal heb je nodig voor €1 extra eindproduct? Dat is de
kapitaalcoefficent. Bij een hoge kapitaalcoefficent is er sprake van een relatief
kapitaalintensief productieproces. Bij een laag getal voor de kapitaalcoefficent is het
een relatief arbeidsintensief productieproces.
§7.3 Effectieve vraag
o Gezinsconsumptie:
- Inkomen
- Rentestand (hoe lager, hoe meer er geleend wordt)
- Verwachtingen
o Bedrijfsinvesteringen (oorzaken van hun investeringen):
- Rendement
- Rentestand
- Verwachtingen
o Overheidsbestedingen:
, - Politiek
o Buitenland (saldo import/export):
- Wisselkoers
- Inkomen buitenland / inkomen binnenland
- Prijs van exportgoederen / prijs van importgoederen
§7.4 Economische groei
- Nominaal nationaal inkomen = nationaal inkomen in euro’s per jaar
- Veranderingen: veranderingen in de prijs en veranderingen in productie
- Reeël nationaal inkomen: het voor inflatie gecorrigeerde nationaal inkomen
- Inkomen reeël maken: prijs / prijsinflatie x 100
- Economische groei: toename van het reël nationaal inkomen per hoofd van
de bevolking over langere tijd.
Oorzaken: Arbeid human capital scholing
Kapitaal technische ontwikkeling innovatie
Netto nat. i NIi Pi Bi
2002 700 100 100 100
2003 728 104 102 100,5
(728-700) / 700 x 100% = 4% Nominale stijging
x 100% - 100 = 1.96 % Reeële stijging
101,,5 x 100% - 100 = 1,45% Reëele stijging per hoofd van de bevolking
§7.5 De conjunctuurbeweging
o Overbesteding: de Effectieve vraag > normale bezetting productiecapaciteit
(80%)
Kenmerken: hoogconjunctuur
- Langere levertijden
hoofdstuk 7 & 8
§7.1 Soorten bewegingen
Trendmatige ontwikkelingen : gemiddelde groei over een langere tijd
Conjunctuurbewegingen : schommelingen in de groei door vraag
veranderingen
Seizoensbewegingen : verschillende jaargetijden
Toevallige bewegingen : natuurrampen zoals oorlog
§7.2 De productiecapaciteit
Productiefactoren Kapitaal, Arbeid, Natuur en Ondernemingsschap
Vergoedingen: Rente, Loon, Pacht en Winst
Op korte termijn is alleen Arbeid variabel. Over lange termijn zijn alle
productiefactoren variabel.
Knelpuntsfactor: productiefactor die uiteindelijk bepaalt hoe groot de productie kan
zijn.
Aa = arbeidsaanbod. Wordt in arbeidsjaren genomen
a = gemiddelde arbeidsproductiviteit (apt)
Max productiearbeid : Aa x a
K= kapitaalgoederenvoorraad
k = gemiddelde kapitaalproductiviteit (altijd omdraaien dus 3 wordt 1/3)
Max productiekapitaal : K x k
Als je de kapitaalcoefficent omdraaid heb je de kapitaalproductiviteit
Hoeveel kapitaal heb je nodig voor €1 extra eindproduct? Dat is de
kapitaalcoefficent. Bij een hoge kapitaalcoefficent is er sprake van een relatief
kapitaalintensief productieproces. Bij een laag getal voor de kapitaalcoefficent is het
een relatief arbeidsintensief productieproces.
§7.3 Effectieve vraag
o Gezinsconsumptie:
- Inkomen
- Rentestand (hoe lager, hoe meer er geleend wordt)
- Verwachtingen
o Bedrijfsinvesteringen (oorzaken van hun investeringen):
- Rendement
- Rentestand
- Verwachtingen
o Overheidsbestedingen:
, - Politiek
o Buitenland (saldo import/export):
- Wisselkoers
- Inkomen buitenland / inkomen binnenland
- Prijs van exportgoederen / prijs van importgoederen
§7.4 Economische groei
- Nominaal nationaal inkomen = nationaal inkomen in euro’s per jaar
- Veranderingen: veranderingen in de prijs en veranderingen in productie
- Reeël nationaal inkomen: het voor inflatie gecorrigeerde nationaal inkomen
- Inkomen reeël maken: prijs / prijsinflatie x 100
- Economische groei: toename van het reël nationaal inkomen per hoofd van
de bevolking over langere tijd.
Oorzaken: Arbeid human capital scholing
Kapitaal technische ontwikkeling innovatie
Netto nat. i NIi Pi Bi
2002 700 100 100 100
2003 728 104 102 100,5
(728-700) / 700 x 100% = 4% Nominale stijging
x 100% - 100 = 1.96 % Reeële stijging
101,,5 x 100% - 100 = 1,45% Reëele stijging per hoofd van de bevolking
§7.5 De conjunctuurbeweging
o Overbesteding: de Effectieve vraag > normale bezetting productiecapaciteit
(80%)
Kenmerken: hoogconjunctuur
- Langere levertijden