Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Hoorcolleges, Werkgroepen en Casuscolleges Beginselen Strafrecht

Rating
-
Sold
1
Pages
126
Uploaded on
15-12-2014
Written in
2014/2015

Collegedictaat van 126 pagina's voor het vak Beginselen strafrecht aan de VU

Institution
Course

Content preview

Hoorcolleges
Hoorcollege 1 Beginselen Strafrecht ( 27 oktober )

Formeel Strafrecht
Wat is een verdachte?
onschuldpresumptie! = onschuldig tot het tegendeel bewezen is
Hoe zit het met aanhouden van verdachten? Wie, wanneer, waar mag het?
Welke opsporingshandelingen mogen politie en justitie verrichten?
Wanneer en hoe mag iemand vervolgd worden voor een strafbaar feit? (Dagvaarding?)
Transactie? (= dat de verdachte een boete betaald en dan niet verder vervolgd wordt)
Vooral wetboek van Strafvordering (Sv)

Materieel Strafrecht
Materieel strafrecht bepaalt welke gedragingen strafbaar zijn en op welke wijze deze kunnen
worden bestraft.
Belangrijkste bron: Wetboek van Strafrecht (Sr).

Een strafbepaling bestaat uit een delictsomschrijving, een kwalificatie en een strafbedreiging.
Voorbeeld:
Diefstal, art. 310 Sr:
Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen (= delictsomschrijving), wordt, als schuldig aan diefstal
(=kwalificatie), gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde
categorie (= strafbedreiging).

Materieel strafrecht bepaalt ook de uitbreidingen en beperkingen van strafbaarheid.

Uitbreidingen van strafbaarheid
Bijvoorbeeld poging tot of medeplichtigheid
(bijv. poging, art. 45 Sr)
‘Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van
uitvoering heeft geopenbaard.‘

Beperkingen van strafbaarheid
Strafuitsluitingsgronden, verdedigen, noodweer, zelfverdeging  strafbaarheid vervalt
(bijv. noodweer, art. 41 Sr)
‘Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens
anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke
aanranding.’

Formeel Strafrecht
Formeel strafrecht bepaalt de regels van het strafproces.
Belangrijkste bron: Wetboek van Strafvordering (Sv). Omvat onder andere:
Rechten van verdachte (bijv. zwijgrecht, art. 29 lid 1 Sv)
‘De verdachte is niet tot antwoorden verplicht.’
Dwangmiddelen (bijv. aanhouding bij heterdaad, art. 53 lid 1 Sv )
‘In geval van ontdekking op heeterdaad is ieder bevoegd den verdachte aan te houden.’
Procedureregels Wanneer begint een zaak(bijv. dagvaarding, art. 258 lid 1 Sv)

,‘De zaak wordt ter terechtzitting aanhangig gemaakt door eene dagvaarding vanwege den officier
van justitie aan den verdachte betekend; het rechtsgeding neemt hierdoor een aanvang.’

Strafbaar feit
Een strafbaar feit is een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een wettelijke
delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten.
Schematisch:
1. Menselijke gedraging
Gedrag, dus niet alleen de intentie/gedachte
Gedrag kan bestaan uit actief handelen (commissiedelict) of juist nalaten te
handelen(omissiedelict
‘mens’ is zowel natuurlijke persoon als rechtspersoon
Officier van justitie stuurt een dagvaarding met daarin beschreven de concrete gedraging die
de verdachte zou je hebben verricht
2. Wettelijke delictsomschrijving
Voor delictsomschrijving kijk je in het wetboek van strafrecht
3. Wederrechtelijk
Wederrechtelijk = in strijd met het recht, in strijd met een (on)geschreven norm
Wederrechtelijkheid is een voorwaarde voor strafbaarheid. Bij het vervullen van de
delictsomschrijving wordt deze wederrechtelijkheid verondersteld.
Soms is er echter een reden die de wederrechtelijkheid wegneemt. (een goede reden
waarom je het delict hebt gepleegd
Zo’n reden heet een rechtvaardigingsgrond. Wie zich daarop kan beroepen had het recht een
delictsomschrijving te vervullen en handelde dus niet wederrechtelijk.
4. Verwijtbaar
Verwijtbaarheid = je had anders kunnen en moeten handelen
Verwijtbaarheid is een voorwaarde voor strafbaarheid. Bij het vervullen van de
delictsomschrijving wordt deze verwijtbaarheid verondersteld.
Soms is er echter een reden die de verwijtbaarheid wegneemt.
Zo’n reden heet een schulduitsluitingsgrond. Wie zich daarop kan beroepen kan geen enkel
verwijt worden gemaakt en handelde dus niet verwijtbaar. (bijv. ontoerekeningsvatbaar)
Als een van de componenten weg valt is er GEEN strafbaar feit
Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn voorwaarden om van een strafbaar feit te kunnen
spreken
De rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden tezamen vormen de

Bestaat uit vier componenten, waarvan twee elementen:
1. Menselijke gedraging MG
Bestanddelen
2. Wettelijke delictsomschrijving DO
3. Wederrechtelijk W
4. Verwijtbaar V Elementen
Let op: valt één van de componenten weg? = géén strafbaar feit!

Bestanddelen en Elementen
Bestanddeel is onderdeel van de delictsomschrijving (dus opgenomen in de wet).
Element is niet expliciet opgenomen in de wettekst, maar is voorwaarde voor strafbaarheid.
Voorbeeld: art. 287 Sr (doodslag)
‘Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.’
Drie bestanddelen:
Opzettelijk

, Een ander
Van het leven beroven

Wederrechtelijkheid als bestanddeel
Soms is de wederrechtelijkheid opgenomen in de delictsomschrijving als bestanddeel.
Voorbeeld: art. 282 lid 1 Sr (vrijheidsberoving)
‘Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, wordt gestraft
met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.’
Vier bestanddelen:
Opzettelijk
Iemand
Wederrechtelijk
Van de vrijheid beroven
Wederrechtelijkheid is dan een bestanddeel, geen element!
1. Menselijke gedraging MG
Bestanddelen
2. Wettelijke delictsomschrijving DO (W)
3. Wederrechtelijk W
4. Verwijtbaar V  Element
De delictsomschrijving moeten worden bewezen: ook de wederrechtelijkheid.
De verwijtbaarheid is nog steeds een element en veronderstellen we aanwezig.

Het rechterlijk beslissingsschema
Artikelen 348 en 350 Sv

Grondslagleer (de rechter oordeelt alleen over wat er in de tenlastelegging is geschreven)
Artikel 348 Sv:
‘De rechtbank onderzoekt op den grondslag der telastlegging en naar aanleiding van het onderzoek
op de terechtzitting…’
Artikel 350 Sv:
‘Indien het onderzoek in het voorgaande artikel 348 bedoeld, niet leidt tot
toepassing van artikel 349, eerste lid, beraadslaagt de rechtbank op den
grondslag der telastlegging en naar aanleiding van het onderzoek op de
terechtzitting over de vraag…’

Formele (voor)vragen art. 348 Sv
1. Is de dagvaarding geldig?
‘… de geldigheid der dagvaarding, …’
Interne eisen: aanduiding van feit, een plaats & een tijd (art. 261 Sv). (dit moet erin staan, anders is
de dagvaarding ongeldig; het hoeft niet per sé juist te zijn)
Verder dient zij het wettelijk voorschrift te vermelden waarbij het feit is strafbaar gesteld (hoewel
gebrek niet leidt tot nietigheid)
Externe eisen: geldige betekening (art. 585 e.v. Sv)
Zo nee? Einduitspraak: dagvaarding nietig (art. 349 Sv)
Zo ja? Door naar de tweede formele vraag!
2. Is de rechtbank bevoegd?
‘… hare bevoegdheid tot kennisneming van het telastgelegde feit …’
Relatieve competentie: welke rechter (geografische bevoegdheid, zie art. 2-6 Sv)? Meestal plaats
waar delict is gepleegd.
Absolute competentie: welk soort rechter? Kantonrechter, politierechter, strafrechter meervoudige
kamer, etc. Terug te vinden in de Wet RO
Zo nee? Einduitspraak: rechtbank onbevoegd (art. 349 Sv)

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 15, 2014
Number of pages
126
Written in
2014/2015
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Subjects

$4.11
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
gss4684 Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
334
Member since
11 year
Number of followers
183
Documents
2
Last sold
4 year ago

3.6

30 reviews

5
3
4
13
3
14
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions