Samenvatting Verbintenissenrecht
Cluster C
Naam: Ruth Eikenaar
Jaar : 2013-2014
,Samenvatting Verbintenissenrecht Cluster C
Hoofdstuk 1 – Rechtsfeiten
Verbintenissenrecht/Personenrecht gaat over de relaties tussen personen onderling. De
hoofdrolspelers in het verbintenissenrecht zijn dan ook personen.
Natuurlijke persoon: een mens van vlees en bloed
Rechtspersoon: staat volgens de wet gelijk aan een natuurlijk persoon. Denk hierbij aan een
bedrijf een stichting of een vereniging. Maar ook de Nederlandse staat of een gemeente.
Een verbintenis is een rechtsrelatie tussen twee personen, waarbij de ene
partij(schuldenaar) verplicht is om een prestatie te leveren, terwijl de andere partij hier recht
op heeft(schuldeiser).
Rechtsfeiten kunnen opgedeeld worden in blote rechtsfeiten(zonder feitelijke handeling) en
rechtens relevante handelingen.
Wilsuiting: de handelende persoon laat duidelijk blijken dat hij de bedoeling heeft het
rechtsgevolg tot stand te brengen.
Oogmerk: Art. 3:33 BW ‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil
die zich door een verklaring heeft geopenbaard.
, Hoofdstuk 2 – Rechtshandelingen en overeenkomsten
Handelingsbekwaam: (art. 3:32 lid 1 BW) ieder natuurlijke persoon die bekwaam is tot het
verrichten van rechtshandelingen, voor zover de wet niet anders bepaalt.
Handelingsonbekwaam:
- minderjarigen (art 1:234BW)
- iemand onder curatele (art 1:378 BW) – curatelenregister (openbaar)
Beschikkingsbevoegdheid: het recht om te vervreemden. De eigenaar van de zaak is
bevoegd de zaak aan een ander over te dragen.
Een wilsverklaring is..
1 zijn wil is gericht op een bepaald rechtsgevolg
2 hij openbaart zijn wil door een verklaring
stilzwijgende wilsverklaring: een wilsuiting die uit een bepaalde gedraging blijkt, zoals een
handgebaar. Of iemand stelt zich meegaand op zonder dit uitdrukkelijk te verklaren.
Vertrouwensbeginsel: art 3:35 BW : wanneer iemand een verklaring doet waaraan een ander
een bepaalde betekenis geeft, die hij daar redelijkerwijs aan mag geven, dan kan de
handelende persoon zich er vervolgens niet op beroepen dat hij de verklaring zonder een
daarmee overeenstemmende wil heeft gedaan.
1. verklaring richting een persoon
2. deze persoon heeft een bepaalde betekenis gegeven aan die verklaring
3. gelet op de omstandigheden mocht deze persoon die betekenis daar redelijkerwijs aan
toekennen
hieraan voldaan? Dan treedt het vertrouwensbeginsel in werking
4. kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met de verklaring
overeenstemmende wil.
Derdenbescherming: art.3:36BW
1. Er is een verklaring of gedraging gedaan
2. Op grond daarvan heeft een derde het ontstaan, bestaan of tenietgaan van een bepaalde
rechtsbetrekking aangenomen
3. gelet op de omstandigheden mocht de derde redelijkerwijs aannemen dat die
rechtsbetrekking bestond
4. op basis hiervan heeft de derde in redelijk vertrouwen gehandeld.
Cluster C
Naam: Ruth Eikenaar
Jaar : 2013-2014
,Samenvatting Verbintenissenrecht Cluster C
Hoofdstuk 1 – Rechtsfeiten
Verbintenissenrecht/Personenrecht gaat over de relaties tussen personen onderling. De
hoofdrolspelers in het verbintenissenrecht zijn dan ook personen.
Natuurlijke persoon: een mens van vlees en bloed
Rechtspersoon: staat volgens de wet gelijk aan een natuurlijk persoon. Denk hierbij aan een
bedrijf een stichting of een vereniging. Maar ook de Nederlandse staat of een gemeente.
Een verbintenis is een rechtsrelatie tussen twee personen, waarbij de ene
partij(schuldenaar) verplicht is om een prestatie te leveren, terwijl de andere partij hier recht
op heeft(schuldeiser).
Rechtsfeiten kunnen opgedeeld worden in blote rechtsfeiten(zonder feitelijke handeling) en
rechtens relevante handelingen.
Wilsuiting: de handelende persoon laat duidelijk blijken dat hij de bedoeling heeft het
rechtsgevolg tot stand te brengen.
Oogmerk: Art. 3:33 BW ‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil
die zich door een verklaring heeft geopenbaard.
, Hoofdstuk 2 – Rechtshandelingen en overeenkomsten
Handelingsbekwaam: (art. 3:32 lid 1 BW) ieder natuurlijke persoon die bekwaam is tot het
verrichten van rechtshandelingen, voor zover de wet niet anders bepaalt.
Handelingsonbekwaam:
- minderjarigen (art 1:234BW)
- iemand onder curatele (art 1:378 BW) – curatelenregister (openbaar)
Beschikkingsbevoegdheid: het recht om te vervreemden. De eigenaar van de zaak is
bevoegd de zaak aan een ander over te dragen.
Een wilsverklaring is..
1 zijn wil is gericht op een bepaald rechtsgevolg
2 hij openbaart zijn wil door een verklaring
stilzwijgende wilsverklaring: een wilsuiting die uit een bepaalde gedraging blijkt, zoals een
handgebaar. Of iemand stelt zich meegaand op zonder dit uitdrukkelijk te verklaren.
Vertrouwensbeginsel: art 3:35 BW : wanneer iemand een verklaring doet waaraan een ander
een bepaalde betekenis geeft, die hij daar redelijkerwijs aan mag geven, dan kan de
handelende persoon zich er vervolgens niet op beroepen dat hij de verklaring zonder een
daarmee overeenstemmende wil heeft gedaan.
1. verklaring richting een persoon
2. deze persoon heeft een bepaalde betekenis gegeven aan die verklaring
3. gelet op de omstandigheden mocht deze persoon die betekenis daar redelijkerwijs aan
toekennen
hieraan voldaan? Dan treedt het vertrouwensbeginsel in werking
4. kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met de verklaring
overeenstemmende wil.
Derdenbescherming: art.3:36BW
1. Er is een verklaring of gedraging gedaan
2. Op grond daarvan heeft een derde het ontstaan, bestaan of tenietgaan van een bepaalde
rechtsbetrekking aangenomen
3. gelet op de omstandigheden mocht de derde redelijkerwijs aannemen dat die
rechtsbetrekking bestond
4. op basis hiervan heeft de derde in redelijk vertrouwen gehandeld.