Hoofdstuk 1: Wat is sport?
-Sport kan op twee manieren gedefinieerd worden:
• Essentialistische benadering= Wordt vooral gezocht naar het wezen( de essentie) van sport. Sport
wordt hier gezien als een eigen wereld en met eigen kenmerken die onafhankelijk functioneren van
de sociale en culturele verbanden waarin sport zich beweegt.
• Instrumentele benadering= Sport is vooral een middel om andere, buiten de sport gelegen doelen
te realiseren. Sport is in deze opvatting geen geïsoleerd verschijnsel: zij is onlosmakelijk verbonden
me de samenleving en met individuen.
* Beiden maken gebruik van sport om bepaalde doelstellingen te realiseren.
Essentialistische benadering+ instrumentele benadering= het dubbelkarakter van sport
• Het woord sport is afgeleid van het Latijnse desportare→ zich verstrooien, zich ontspannen, zich
vermaken
• Het Franse desport en het Engelse disport zijn va dit Latijnse woord afgeleid→ oefeningen en
ontspanning die vaardigheid en kracht vorderen en bevorderen
-Sport= Een vaardigheidsspel gericht op het bereiken van een bepaald doel, waarbij fysieke
kwaliteiten van mensen worden getest in wedstrijdvorm en waarbij gespeeld wordt volgens regels,
binnen institutionele kaders.
-Sport heeft 6 kenmerken, namelijk:
• Sport is een vaardigheidsspel
→Technische vaardigheden( Vermogen om bepaalde handelingen bekwaam uit te voeren)
→Tactische vaardigheden ( Mogelijkheden om de technische vaardigeden zo toe te passen dat er
spelvoordelen gerealiseerd worden
→Morele vaardigheden( Spel spelen volgens de regels)
→Mentale vaardigheden( Met tegenslagen om kunnen gaan)
• De sporter probeert een intern doel te realiseren
• Sport heeft een fysiek karakter
Dit houdt in dat de sportactiviteit een beroep doet op de lichamelijke vermogens van de mens. Als
we bij sport spreken over een lichamelijke activiteit, is het lichamelijke aspect dominant.
• Bij sport is er sprake van testen in wedstrijdvorm
→Spel als play= gaat om een speelse houding. Is niet gebonden aan een bepaalde activiteit. Spelen
is het doel. Middelen staan niet vast en er is geen extrinsiek doel.
→Spel als game= wel sprake van intrinsieke en/of extrinsieke doelen. Middelen liggen vast en er
zijn regels.
• Sport heeft regels
→Regels over wie de wedstrijd wint
→Regels over bewegingstechnieken die gehanteerd mogen worden
→Regels over middelen die gebruikt mogen worden
→Regels over ruimte en tijd waarbinnen de sport beoefend mag/moet worden
*Regels creëren obstakels , ze beperken de sporter, maar creëren ook mogelijkheden
• Bij sport is er altijd sprake van institutionalisering
→ Machts- gezagsstructuur →Taakstructuur
→ Middelenstructuur
,-De sportfamilie
• De harde kern van sport wordt gevormd door physical gams.
Physical games→ fysieke spelvormen met een wedstrijdkarakter.
De harde kern kan aangevuld worden met twee andersoortige activiteiten:
→Non physical games= Spelvormen met als kenmerk vaardigeden, een doel, competitie, regels en
institutionalisering, maar zonder fysieke activiteit in de zin van verplaatsend bewegen.
→Physical activities=Bewegingsactiviteiten, zonder competitie element.
Sport kan op verschillende manieren worden ingedeeld:
•Resultaatgeoriënteerde en vormgeoriënteerde sporten
Resultaatgeoriënteerde sporten= Gaat om resultaat en is de manier waarop de prestatie wordt
geleverd niet belangrijk.
Vormgeoriënteerde sporten= De manier waarop de prestatie geleverd wordt is essentieel
→ Refereed sports= De uitslag wordt vastgelegd door een scheidsrechter. VB: tafeltennis
→Judged sports= Gaat om de beoordeling van de wijze waarop de prestatie geleverd is door een
jury. VB: Schoonspringen
→ Hybride sports= De prestatie en de wijze waarop is belangrijk. VB: Schansspringen
•Actieve en passieve sportbeoefening
Actieve sportbeoefening= Sporter zelf
Passieve sportbeoefening= De kijker van de sport
• Topsport en breedtesport
Aanjaagfunctie topsport voor breedtesport door voorbeeldwerking worden anderen ook
gemotiveerd om te sporten
Aanjaagfunctie topsport is dus een aanvoerfunctie voor de breedtesport
•Amateursport en beroepssport
Verschil tussen inkomensverwerving en sporten omwille van sociale contacten
- 2 soorten motieven om te sporten:
Intrinsieke motieven motieven die verband houden met de sport zelf
Extrinsieke motieven motieven die buiten de sport zelf
Individueel
Sociaal
- Mediasport = de door sportmarketing- en omroeporganisaties op commerciële basis voor
televisie geconstructueerde topsport zoals die aan het kijkerspubliek wordt aangeboden
, Hoofdstuk 2: Geschiedenis van de moderne sport
Twee landen zijn de bakermat van de moderne sport: Engeland en Duitsland
•Engeland
- Werd al in het begin van 19e eeuw gesport op de kostscholen en in de kazernes
- De elite van de samenleving werd groot gebracht op de kostscholen
- In de kazerne werd sport door de hogere militairen doorgegeven aan de lagere standen en klassen
- De mensen die aan de basis stonden van de moderne sport en de OS, waren afkomstig uit de
hogere sociale klassen en standen.
•Duitsland
- In het begin van de 19e eeuw ontstond een beweging om de bevolking aan het turnen te krijgen
- Grote voorganger Duitse turnbeweging was Friedrich Ludwig Jahn (1778-1852)
- De eerste Nederlandse gymnastiekorganisatie ontstond in 1830
- OS 1896 in Athene liet zien dat de Engelse+ Duitse sporten invloeden hadden op de moderne
maatschappij
* De Nederlandse sportcultuur aan het einde van de 19e eeuw was opgebouwd uit een drietal
bronnen:
- De Duitse sportcultuur ( turnen)
- De Engelse sportcultuur ( typisch Engelse sporten
- De inheemse sportcultuur ( traditionele sporten)
•Schaatsen was een belangrijke oud- Hollandse sport
- Eerste wedstrijden in 17e eeuw
- Nederlandse schaatsbond opgericht in 1882
- 1885 Internationale wedstrijden in Leeuwarden
•Handboogschieten was ook een belangrijke oud- Hollandse sport
- 1849 telde Noord- Brabant 57 handboogschutterijen, en in heel NL 86
- Belangrijke sociëteiten zijn: Harmonie in Eindhoven, de Unie in ‘s- Hertogenbosch en de
Philharmonie in Tilburg
* In de 19e eeuw en begin 20e eeuw is er in Europa sprake van sportificering( versporting)
-Sportificering/versporting= Een proces waarbij volkse sportachtige vermaken en militaire
activiteiten door middel van organisatie, institutionalisering en reglementering worden omgebouwd
tot sport.
Duitse en Engelse invloeden:
- Belangrijke mijlpaal: invoering va het vak lichamelijke opvoeding in NL in 1863
- 1886 eerste atletiekwedstrijd in NL
- Engelse sporten kregen eind 19e eeuw en begin 20e eeuw meer bekendheid
- 1892 eerste grote evenement in Scheveningen
•Pim Mulier(1865-1954)
- Had veel invloed om de Engelse sporten naar Nederland te halen
-Sport kan op twee manieren gedefinieerd worden:
• Essentialistische benadering= Wordt vooral gezocht naar het wezen( de essentie) van sport. Sport
wordt hier gezien als een eigen wereld en met eigen kenmerken die onafhankelijk functioneren van
de sociale en culturele verbanden waarin sport zich beweegt.
• Instrumentele benadering= Sport is vooral een middel om andere, buiten de sport gelegen doelen
te realiseren. Sport is in deze opvatting geen geïsoleerd verschijnsel: zij is onlosmakelijk verbonden
me de samenleving en met individuen.
* Beiden maken gebruik van sport om bepaalde doelstellingen te realiseren.
Essentialistische benadering+ instrumentele benadering= het dubbelkarakter van sport
• Het woord sport is afgeleid van het Latijnse desportare→ zich verstrooien, zich ontspannen, zich
vermaken
• Het Franse desport en het Engelse disport zijn va dit Latijnse woord afgeleid→ oefeningen en
ontspanning die vaardigheid en kracht vorderen en bevorderen
-Sport= Een vaardigheidsspel gericht op het bereiken van een bepaald doel, waarbij fysieke
kwaliteiten van mensen worden getest in wedstrijdvorm en waarbij gespeeld wordt volgens regels,
binnen institutionele kaders.
-Sport heeft 6 kenmerken, namelijk:
• Sport is een vaardigheidsspel
→Technische vaardigheden( Vermogen om bepaalde handelingen bekwaam uit te voeren)
→Tactische vaardigheden ( Mogelijkheden om de technische vaardigeden zo toe te passen dat er
spelvoordelen gerealiseerd worden
→Morele vaardigheden( Spel spelen volgens de regels)
→Mentale vaardigheden( Met tegenslagen om kunnen gaan)
• De sporter probeert een intern doel te realiseren
• Sport heeft een fysiek karakter
Dit houdt in dat de sportactiviteit een beroep doet op de lichamelijke vermogens van de mens. Als
we bij sport spreken over een lichamelijke activiteit, is het lichamelijke aspect dominant.
• Bij sport is er sprake van testen in wedstrijdvorm
→Spel als play= gaat om een speelse houding. Is niet gebonden aan een bepaalde activiteit. Spelen
is het doel. Middelen staan niet vast en er is geen extrinsiek doel.
→Spel als game= wel sprake van intrinsieke en/of extrinsieke doelen. Middelen liggen vast en er
zijn regels.
• Sport heeft regels
→Regels over wie de wedstrijd wint
→Regels over bewegingstechnieken die gehanteerd mogen worden
→Regels over middelen die gebruikt mogen worden
→Regels over ruimte en tijd waarbinnen de sport beoefend mag/moet worden
*Regels creëren obstakels , ze beperken de sporter, maar creëren ook mogelijkheden
• Bij sport is er altijd sprake van institutionalisering
→ Machts- gezagsstructuur →Taakstructuur
→ Middelenstructuur
,-De sportfamilie
• De harde kern van sport wordt gevormd door physical gams.
Physical games→ fysieke spelvormen met een wedstrijdkarakter.
De harde kern kan aangevuld worden met twee andersoortige activiteiten:
→Non physical games= Spelvormen met als kenmerk vaardigeden, een doel, competitie, regels en
institutionalisering, maar zonder fysieke activiteit in de zin van verplaatsend bewegen.
→Physical activities=Bewegingsactiviteiten, zonder competitie element.
Sport kan op verschillende manieren worden ingedeeld:
•Resultaatgeoriënteerde en vormgeoriënteerde sporten
Resultaatgeoriënteerde sporten= Gaat om resultaat en is de manier waarop de prestatie wordt
geleverd niet belangrijk.
Vormgeoriënteerde sporten= De manier waarop de prestatie geleverd wordt is essentieel
→ Refereed sports= De uitslag wordt vastgelegd door een scheidsrechter. VB: tafeltennis
→Judged sports= Gaat om de beoordeling van de wijze waarop de prestatie geleverd is door een
jury. VB: Schoonspringen
→ Hybride sports= De prestatie en de wijze waarop is belangrijk. VB: Schansspringen
•Actieve en passieve sportbeoefening
Actieve sportbeoefening= Sporter zelf
Passieve sportbeoefening= De kijker van de sport
• Topsport en breedtesport
Aanjaagfunctie topsport voor breedtesport door voorbeeldwerking worden anderen ook
gemotiveerd om te sporten
Aanjaagfunctie topsport is dus een aanvoerfunctie voor de breedtesport
•Amateursport en beroepssport
Verschil tussen inkomensverwerving en sporten omwille van sociale contacten
- 2 soorten motieven om te sporten:
Intrinsieke motieven motieven die verband houden met de sport zelf
Extrinsieke motieven motieven die buiten de sport zelf
Individueel
Sociaal
- Mediasport = de door sportmarketing- en omroeporganisaties op commerciële basis voor
televisie geconstructueerde topsport zoals die aan het kijkerspubliek wordt aangeboden
, Hoofdstuk 2: Geschiedenis van de moderne sport
Twee landen zijn de bakermat van de moderne sport: Engeland en Duitsland
•Engeland
- Werd al in het begin van 19e eeuw gesport op de kostscholen en in de kazernes
- De elite van de samenleving werd groot gebracht op de kostscholen
- In de kazerne werd sport door de hogere militairen doorgegeven aan de lagere standen en klassen
- De mensen die aan de basis stonden van de moderne sport en de OS, waren afkomstig uit de
hogere sociale klassen en standen.
•Duitsland
- In het begin van de 19e eeuw ontstond een beweging om de bevolking aan het turnen te krijgen
- Grote voorganger Duitse turnbeweging was Friedrich Ludwig Jahn (1778-1852)
- De eerste Nederlandse gymnastiekorganisatie ontstond in 1830
- OS 1896 in Athene liet zien dat de Engelse+ Duitse sporten invloeden hadden op de moderne
maatschappij
* De Nederlandse sportcultuur aan het einde van de 19e eeuw was opgebouwd uit een drietal
bronnen:
- De Duitse sportcultuur ( turnen)
- De Engelse sportcultuur ( typisch Engelse sporten
- De inheemse sportcultuur ( traditionele sporten)
•Schaatsen was een belangrijke oud- Hollandse sport
- Eerste wedstrijden in 17e eeuw
- Nederlandse schaatsbond opgericht in 1882
- 1885 Internationale wedstrijden in Leeuwarden
•Handboogschieten was ook een belangrijke oud- Hollandse sport
- 1849 telde Noord- Brabant 57 handboogschutterijen, en in heel NL 86
- Belangrijke sociëteiten zijn: Harmonie in Eindhoven, de Unie in ‘s- Hertogenbosch en de
Philharmonie in Tilburg
* In de 19e eeuw en begin 20e eeuw is er in Europa sprake van sportificering( versporting)
-Sportificering/versporting= Een proces waarbij volkse sportachtige vermaken en militaire
activiteiten door middel van organisatie, institutionalisering en reglementering worden omgebouwd
tot sport.
Duitse en Engelse invloeden:
- Belangrijke mijlpaal: invoering va het vak lichamelijke opvoeding in NL in 1863
- 1886 eerste atletiekwedstrijd in NL
- Engelse sporten kregen eind 19e eeuw en begin 20e eeuw meer bekendheid
- 1892 eerste grote evenement in Scheveningen
•Pim Mulier(1865-1954)
- Had veel invloed om de Engelse sporten naar Nederland te halen