Onderwerp 1. De discussie over internet en democratie (bijeenkomst 1)
Dijk, J.A.G.M. van (2006). Politics and power. In: The network society. Social aspects of new
media. (pp. 95-126). London: Sage. [Hieruit: pp. 95-108].
De 6 modellen van democratie en de daarbij horende verwachtingen en voorkeuren
van ICT.
Model Kern Rol/Bijdrage ICT
1. Legalistische Ziet de wet als de basis van ICT moet zorgen voor een
democratie democratie. Het gaat bij dit beter bestuur, veiligheid en
model van democratie om vertrouwen.
rechtshandhaving.
2. Competitieve Bij deze democratie strijden ICT zorgt voor een goede
democratie partijleiders om de steun van informatievoorziening voor
het volk. Het gaat om de de kiezers. Deze informatie
selectie van de beste kan gebruikt worden tijdens
leiders. Deze democratie verkiezingen.
benadrukt representatie en
efficiënt besluiten nemen.
3. Plebicitaire Dit is een radicale vorm van ICT biedt de mogelijkheid tot
democratie directe democratie. Deze een directe democratie.
democratie draait om Door ICT kan er online
besluitvorming middels gevraagd worden om de
directe volksraadplegingen. mening van het volk en er
kunnen discussies gehouden
worden.
4. Pluralistische Bij deze democratie gaat het ICT zorgt diversiteit in het
democratie er niet om dat alleen de publieke debat. Door middel
mening van de meerderheid van internet kan iedereen in
gehoord wordt, er moet online discussies zijn mening
rekening gehouden worden laten horen.
met de minderheden. Bij
deze democratie draait het
om vertegenwoordiging van
diverse groepen.
5. Participatie Deze democratie promoot Door middel van ICT komen
democratie actief burgerschap. Het gaat er allerlei diverse vormen
erom dat iedereen zich van debat en inspraak en
bezighoudt met de politiek ‘crowd sourcing’. Het wordt
en dat iedereen een mening voor iedereen mogelijk
over allerlei issues kan gemaakt inspraak te hebben
vormen. Een socialisatie van en politiek actief te zijn.
, politiek.
6. Libertaire democratie Lijkt redelijk op de ICT zorgt in deze democratie
pluralistische en plebicitaire voor vrije communicatie en
democratie. Bij deze meningsvorming. Burgers
democratie draait het om kunnen door middel van
maximale individuele internet en de vele
vrijheid. De burgers kunnen mogelijkheden die het biedt
zelf politiek beoefenen door (telepolling,
middel van de teleconversation) hun
communicatiemogelijkheden mening laten horen.
van het internet.
Bij de eerste twee vormen van democratie draait het om het versterken van de instituties
van de politiek. En bij de laatste vier vormen van democratie draait het om de socialisatie
van politiek, iedereen moet inspraak kunnen hebben in de politiek.
Het verschil tussen E-government en Digital Democracy
E-government= Comprises all processes of information processing, communication and
transaction that pertain to the tasks of the government (the political and public
administration) and that are realized by a particular application of ICT. ICT vergemakkelijkt
alle taken die horen bij de politiek, dit wordt E-government genoemd. Voorbeelden hiervan
zijn DigID en online je belastingformulieren invullen. Innovaties die de overheid beter laten
functioneren. LET OP! E-government brengt geen democratie teweeg. Processen die bij de
overheid horen, worden vergemakkelijkt. Het maakt de dingen die verplicht zijn voor
burgers, makkelijker om uit te voeren. Het zorgt niet voor meer politieke participatie.
Digital democracy (niet overheden, maar burgers)= An attempt to practice democract
without the limits of time, space and other physical conditions, using digital means, as an
addition, not a replacement for traditional ‘analogue’ political practices. Digitale democratie
stimuleert participatie in politiek. Digitale democratie maakt het makkelijker voor de burgers
politiek actief te zijn. ICT stimuleert politieke participatie op drie manieren (zie volgende
punt). Het wordt makkelijker voor burgers politiek actief te zijn, omdat deze niet meer
gehinderd worden door tijd, ruimte en andere fysieke condities. Digitale middelen zijn een
aanvulling op de politieke praktijken. Hierdoor draagt het bij aan de democratie. Het nodigt
uit tot politieke participatie. Voorbeelden van digitale democratie zijn: e-petities, e-
campagnes en online forums voor plannen voor een beleid.
De drie beloftes van de digitale democratie volgens van Dijk
1. Verbetering van politieke, relevante informatie en de uitwisseling daarvan.
2. Verbreding en verdieping van het publieke debat, politieke deliberatie en
gemeenschapsvorming.
3. Het stimuleren en verbeteren van politieke participatie, beleidsontwikkeling en
besluitvorming (directe democratie).
, De redenen om sceptisch te zijn over deze beloften
1. Er kan wel een verbetering van politieke, relevante informatie zijn. Maar deze
informatie komt niet automatisch bij elke burger terecht. Veel burgers zijn alsnog
niet op de hoogte van deze informatie. Informatie komt niet altijd binnen. Ook wordt
deze informatie niet altijd gebruikt, burgers hebben een keuze gebruik te maken van
de beschikbare informatie. Ook al is informatie benaderbaar, het betekent nog niet
automatisch dat iedereen toegang tot deze informatie heeft. Er zijn genoeg burgers
die geen toegang tot het internet hebben. Als laatste betekent een teveel aan
informatie dat burgers deze informatie niet goed meer kunnen verwerken, er is
sprake van een ‘information overload’.
2. Dat er nu online publiek debat mogelijk is, betekent dat iedereen hier opeens gebruik
van gaat maken. De meeste mensen zijn passieve deelnemers, zij maken geen
gebruik van publiek debat. De actieve deelnemers die meedoen aan online publiek
debat, waren ook al actief in offline publiek debat.
3. Onderzoek bevestigt niet dat ICT zorgt voor meer publieke participatie. De personen
die publiek participeren waren ook al offline actief. De actieven waren al actief. De
personen die passief waren worden niet door ICT publiek actief.
Morozov, Evgeny (2011). The Google doctrine. In: The Net Delusion. Now not to liberate the
world. (pp. 1-32). London: Allen Lane.
De stelling van de Google Doctrine
Het enthousiaste geloof in de bevrijdende kracht van internet en technologie. Het geloof dat
internet democratie teweeg kan brengen.
De manieren waarop de Iraanse regering ICT heeft gebruikt om de opstand van 2009
neer te slaan
- De Iraanse regering vormde een ‘cybercrime team’ en ging op zoek naar ‘valse
informatie’ over de regering op internet. De personen die deze informatie
verspreidden werden opgepakt.
- Ook zocht de Iraanse regering foto’s van de mensen die protesteerden op internet en
verspreidde deze. Ze vroegen om hulp bij het identificeren van deze protesteerders.
- Politie en personen die de Iraanse regering steunden, zochten persoonlijke details
van Iranezen die buiten Iran woonden (vooral via Facebook). Ze zochten contact met
deze personen en vertelden dat ze de opstand beter niet konden steunen, want
anders zouden ze familieleden die nog in Iran woonden kwaad doen.
- Ook werden bewoners van Iran gewaarschuwd om weg te blijven van ‘social
networking sites’ die de opstand steunden.
- De Iraanse regering smste inwoners van Iran weg te blijven van protesten.
- De Iraanse regering beschuldigde CNN en Twitter van het promoten van cyber
criminaliteit en het promoten van rellen. Dit deden ze via kranten en media.