Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Reader+Hoorcolleges+Werkcolleges Historiografie B2

Rating
-
Sold
2
Pages
29
Uploaded on
17-12-2014
Written in
2014/2015

Samenvatting van 29 pagina's voor het vak Historiografie aan de RU

Institution
Course

Content preview

Dossier Oudheid
Wat de mens zelf in de Oudheid over de Oudheid schreef. Men moet de behoefte en de capaciteit
hebben om geschiedenis op te schrijven.
Vroege Griekse voorlopers geschiedschrijving (orale traditie):
- Homerus
- Hesiodus (Theogonie, Werken en Dagen)
- Mythen (stichtingsmythen)
Verklaren aan de hand van goden.

5e eeuw voor Chr.: er wordt nagedacht over historiografie
- Herodotus(ca. 485-425/20 v. Chr.)
 Perzische Oorlogen.
 ‘vader van de geschiedenis’: introduceert ‘historia’.
 Historiën: alles omvattende geschiedenis aan de hand van onderzoek. Eerste Griekse
prozaboek dat in tact bewaard is gebleven.
 Geeft aan hoe hij te werk is gegaan/inzicht in zijn manier van bronnen onderzoeken.
Vertelt wat hem de ‘waarheid’ lijkt  revolutionair in die tijd.
 Behoefte aan geschiedschrijving: centrale rol Athene in de Griekse wereld (‘Kijk ons
eens!’), wil de prestaties van mensen niet verloren laten gaan (zowel van Grieken als
van ‘barbaren’)
 Zoekt terug naar oorsprong grote conflict(causaliteit), de epische prestaties van hun
voorouders.
 Reiziger: werk is totaalplaatje van de bekende wereld, met geografie, gewoonten,
overtuigingen.
 Beïnvloed door: Homerus(oorlog en conflict) en Hecataeus(vrede en begrip)
 Zag geschreven documenten niet als belangrijke bronnen  orale geschiedenis
(sight & hearing), vergelijkt alleen als versies uit verschillende plaatsen afkomstig
zijn.
 Informatie zowel uit politiek als uit volksverhalen, stijl ook als volksverhalen: grote
invloed van goden.
 Logos-maker, logos kan ook worden vertaald als ‘verhaal’.
- Thucydides(ca. 460-400 v. Chr.) (Rivaliteit met Herodotus)
 Peloponnesische Oorlog (generaal Athene/ooggetuige)  contemporaine
geschiedenis. Geeft een zeer precies begin- en eindpunt van de oorlog. Chronologie
aan de hand van campagneseizoenen (zomers en winters).
 Sterkere bewustwording/rationeler dan Herodotus: focus meer op mensen dan op
goden voor verklaringen voor de oorlog. ‘niemand heeft schuld aan de oorlog, het
ligt in de natuur van de mens’.
 Reflecteert sterker op wat geschiedschrijving nou precies is/niet klakkeloos
overnemen anderen. Ook kritischer op bronnen van ooggetuigen maar meer
sociaalwetenschapper dan historicus.
 Redenvoeringen (Pericles) in eigen stijl noteren vanuit praktisch en stilistisch
oogpunt.
 Geobsedeerd door methodologie, wil bewijzen dat ‘zijn oorlog’ groots is door
eerdere oorlogen klein te maken.
 Niet objectief: persoonlijke vooroordelen, bijvoorbeeld heel positief over
Athene(eigen polis, verliest ook dus pessimistisch) en Pericles en negeert ook het
belang van Perzië. Ook niet zo goed in eigen politieke analyse, veel bezig met
problemen van moraliteit.

, - Xenophon (zet het werk van Thucydides voort)
 Ooggetuige en deelnemer aan de evenementen die hij beschrijft.
 Hellenica (Greek History), vervolgt het werk van Thucydides ( 411) tot het einde
van de oorlog in 404 en verder tot de slag bij Mantinea in 362 v. Chr. (Spartaans
leiderschap en val en Thebaans leiderschap)
 Claimde memoires te schrijven, geen geschiedenis.
 Weglatingen interessanter dan inhoud maar in de Oudheid populair door frisse en
makkelijke stijl.
 Na Xenophon nog meer Hellenica (Histories of Greece)
(Aristoteles: geschiedschrijving(beschrijven wat op zichzelf staat) vs. Poëzie(komt vanuit jezelf, dus
filosofischer en serieuzer als bezigheid))

Hellenistische geschiedschrijving:
Ca. einde 4e eeuw v. chr. (Alexander aan de macht) tot 31 v. Chr. (dood Cleopatra)
- Veel lokale geschiedenis(kleinschalig, niet meer alleen orale traditie maar ook geschreven
archief als bron en kwam voort uit burgertrots: polis!)
- Grote geschiedenis (van Hellenica naar Phillipica (geschiedenis voor/tegen een wereld
beheerst door koningen) bijvoorbeeld ook Alexander de Grote die eigen biograaf meenam
op tocht, veel schreven zijn memoires, ook Alexanderromans(sprookjesachtig).)

Imperiale geschiedenis en politieke biografie kwam pas echt op gang onder Romeinse schrijvers.

Romeinse geschiedschrijving:
Begint vrij laat (na Tweede Punische Oorlog (218-201 v. Chr.), als soort legitimatie expansie Rome.
- Annales (jaarboeken) traditie:
 Analytische korte droge beschrijvingen van elk jaar.
- Polybius(ca. 200- ca. 117 v. Chr.)
 Griekse gijzelaar in Scipio familie
 Pro-Romeins: niet objectief maar wel de eerste die Romeinse geschiedenis schrijft.
 Historiae (40 boeken, 5 over) geschiedenis Rome 220-146 v. Chr.
 Geloofde dat het mogelijk was een universele geschiedenis te schrijven die zowel
samenhangende als verklarende waarde bezat, zowel verleden als contemporain.
 Kritisch over andere schrijvers maar vindt de eigen participatie van de histoticus ook
belangrijk (objectief maar wel eigen politieke en militaire ervaring gebruiken(politici
en generaals moeten geschiedenis schrijven, niet mannen in bibliotheken))
 Zet zichzelf af tegen antiquaren en hellenistische tragedieschrijvers
 Waarheid boven retoriek
 Inconsistent over rol fortune(lot) in de opkomst van Rome
 Annales(Ancient) vs. Historiae(causale analyse, contemporain)
- Sallustius(86-35 v. Chr.)
 Partijgenoot/aanhanger Caesar
 Contemporaine geschiedenis over oorlog in Noord-Afrika
 Geeft mening over onderwerp maar ook over hoe anderen erover schrijven.
 Stilistisch innovatief
 Niet enkel individuen maar ook delen van de samenleving.
 Zowel nadruk op de Romeinse militaire glorie als op de morele corruptie die volgens
hem een rol heeft gespeeld bij de expansie van het Romeinse Rijk.
 Ondeugd en verval net zo belangrijk als deugden en overwinningen.
 Expansie mede mogelijk gemaakt door gebrek aan buitenlandse vijanden.
- Livius(59 v. Chr. -17 n. chr.)

,  Tijd van onrust: overgang republiek – keizertijd
 (in de Annales traditie maar minder droog) ab Urbe condita: vanaf de stichting tot 9.
V. Chr. (142 boeken)
 Laatst grote annalistische geschiedenis van de Republiek in Latijn, aanpak
conservatie(traditioneel bij annalisten)
 Hoe verder weg hoe mythischer, hoe dichter bij hoe betrouwbaardere bronnen.
 Probeert waarheidsgetrouw te werken, focus op betrouwbaarheid bronnen en
stilistische vaardigheden(leesbare Romeinse geschiedenis)
 Schreef in tijd van Rome op het toppunt van imperiale macht.
 Emotie, tragedie-aanpak meer dan pragmatische aanpak
- Tacitus(ca. 55 – ca. 116)
 Tijd van de keizers  melancholisch over Republiek maar politieke carrière onder
Titus en Dometianus.
 Historiae: Flavische tijd (69-96)
 Annales ab excessu Divi Augusti (jaarboeken vanaf dood Augustus (14-68), Annales
stijl maar met intriges en verhalen.
 Weet dat hij objectief moet zijn maar is het niet, schrijft ironisch en dubbelzinnig
 Past taalgebruik speech Claudius aan om in eigen stijl te passen
 ‘geschiedenis op 2 manieren corrupt beïnvloed: vleierij voor huidige keizer en
kleinering van zijn voorgangers.
 Had geen militaire ervaring (weinig onrust in zijn tijd) maar kan slagen toch uitvoerig
beschrijven(emotie)
- Cicero
 geschiedschrijving vs. Welsprekendheid. Romeinse geschiedenis minder goede
presentatie(ornatus) dan de Griekse geschiedenis.
- Julius Caesar
 Commentaren, memoires van de Gallische- en de burgeroorlogen met een politiek
doel.
 Stilistisch vooruitgang in vergelijking met voorgangers
 Ook uitgebreid over zijn troepen
- Suetonius
 Biograaf
 Overwinningen en schandalen naast elkaar, met anekdotes.
- Plutarchus
 Gaf in zijn persoonsomschrijvingen ook beschrijvingen van gedrag en
karaktereigenschappen

Reflectie:
- Retoriek speelt belangrijke rol
- Wel/geen contemporaine geschiedenis
- Standplaatsgebondenheid: allemaal uit de top van de samenleving.

Oswyn Murray: Greek Historians
Geschiedenis is geen wetenschap maar een kunstvorm.
Overwinning op Perzië  gevoel van nationale identiteit  Griekse geschiedschrijving.
Geschiedschrijving is de optekening van de grote daden van mannen. Zo ook geschiedschrijving zelf.
Geschiedschrijvers tekenden dan ook hun werk, behalve Xenophon (die wel een sterke mening
geeft) en een andere auteur die het werk van Thucydides vervolgt.
Grieken meer gefocust op het literaire aspect van de geschiedschrijving dan op de bewijskracht, ze
quoten dan ook bijna nooit documenten. Toch zijn ze erg goed in het onderscheiden van feit en
fictie.

,(geschiedenis zonder God)
Poëzie vs. Proza
Mythe geschiedenis
Geografie en etnografie zijn belangrijke componenten in de Griekse geschiedschrijving.
Vóór Herodotus is wel een verlangen om geschiedenis te verlossen van mythen te zien maar ook een
onkunde om de twee te scheiden.

Andrew Lintott: Roman Historians
Romeinse historici hadden veelal een eigen politieke agenda en schreven ook voornamelijk over
politiek.
Behoefte aan geschiedschrijving door uitbreiding macht.
Niet puur seculair maar wel in relatie tot de goden.
Opkomst/stijging Romeinse macht als populair onderwerp maar pas aan het einde van die stijging de
behoefte en middelen daarvoor.
Administratie consuls terug tot 500 v. Chr. Maar discussie over betrouwbaarheid/objectiviteit
annales.
Romeinse geschiedschrijving begon in een tijd van buitenlandse invloeden en nieuwe families die
meer macht wilden. Begon dus vrij conservatief.
Vanaf Cato werd Romeinse geschiedenis in het Latijn geschreven. Nog wel veel Griekse invloeden:
- Antiquarianisme (Oudheiddeskundigen)
- Tragedie aanpak van Hellenistische schrijvers.
- Polybius

Lucianus(ca. 120-180 n. Chr.): Over geschiedschrijving
Lucianus wil geen ‘echte’ geschiedenis schrijven maar enkel advies geven aan geschiedschrijvers. Dit
is een vorm van valse bescheidenheid (kwam veel voor in die tijd) maar tegelijkertijd plaatst hij zich
hiermee ook boven de historici(zelfvertrouwen): raadgever was een belangrijke functie. Ook schrijft
hij voor de toekomst om zo de controverse in de eigen tijd te ontwijken.
De belangrijkste fouten die Lucianus tegenkomt;
- Denken dat iedereen geschiedenis kan schrijven
- Andere ‘grote’ geschiedschrijvers overschrijven/nadoen
- Feiten zonder verhaal
- Zelfverheerlijking
- Te veel details (romantiseren)
- Retorische- of stijlfouten
- Doen alsof je er zelf bij was terwijl dit niet zo is
- Beschrijven van wat nog moet gebeuren
Een goede geschiedschrijver moet 2 kapitale kwaliteiten hebben:
1. Politiek inzicht: daar moet je mee worden geboren
2. Expressievermogen: aan te leren door veel oefening
Hij geeft enkele raadgevingen waardoor dit aanleren sneller zou kunnen gaan. De waarheid moet
bijvoorbeeld het hoogste doel zijn. De geschiedschrijver moet onafhankelijk/onbeïnvloedbaar zijn en
empirisch onderzoek doen. Lucianus lijkt enige verantwoordelijkheid echter af te wijzen. Hij geeft
wel wat praktische raad over schrijfproces/schrijfvaardigheid:
- Feiten laten bijeenkomen in iets nieuws
- Beide kanten van het verhaal tonen
- Pas inleiding schrijven als het verhaal af is
Thucydides, Herodotus en Xenophon spelen een belangrijke rol in het werk van Lucianus omdat zij
als een goed voorbeeld dienen van hoe het wel en niet moet. Iedereen kent ze net als de mythologie
die Lucianus vaak gebruikt om als voorbeeld neer te zetten of om zijn argumenten kracht bij te
zetten.

, Hier komt nog bij dat Lucianus door te laten zien dat hij al die mythen kent, hij wil laten zien dat hij
een bepaalde status heeft, hij plaatst zichzelf zo bij een bepaalde (culturele) elite. Indirect is dit
natuurlijk ook een compliment naar de lezer toe dat die weet waar hij het over heeft. Hij schrijft ook
voor intellectuelen.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 17, 2014
Number of pages
29
Written in
2014/2015
Type
SUMMARY

Subjects

$8.38
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
KarlijnLuk Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
36
Member since
11 year
Number of followers
23
Documents
10
Last sold
5 year ago

3.8

11 reviews

5
0
4
9
3
2
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions