Hoofdstukken: 4, 7, 8, 9, 10.4.4, 12, 13, 14, 16
Begrippenlijst
Samenvatting hoofdstuk 4:
Soorten hulpverleners
Lijst veelvoorkomende hulpverleners
- Maatschappelijke werkers en sociaalpedagogische hulpverleners bieden ondersteuning bij het
oplossen van problemen en hoe hiermee om te gaan. MWD individueel, SPH groepsverband;
- Creatief therapeuten werken met mensen die zich niet verbaal kunnen uiten, maken gebruik van
non-verbale communicatie;
- Psychomotorisch therapeuten hanteren een behandelmethode die de lichamelijkheid en het
bewegen als aanknopingspunt van haar benadering neemt;
- HBO-psychologen denk hierbij aan groepsbegeleider GGZ;
- Sociaalpsychiatrische verpleegkundigen zijn gespecialiseerd in de geestelijke gezondheidzorg.
Sleutelfiguur voor ambulante zorg;
- Ergotherapeuten helpen mensen die door lichamelijke, geestelijke, zintuigelijke of emotionele
aandoeningen problemen hebben in het dagelijks leven. Werkt met leefomgeving patiënt;
- Sociaaljuridische dienstverleners werken met mensen met juridische problemen;
- Nurse practitioners Vrij nieuw in NL. Het zijn gespecialiseerde verpleegkundigen met als taak om de
huisarts te ontlasten;
- Verpleegkundig specialisten werken in de geestelijke gezondheidzorg.
Psychotherapie
Psychotherapie is een systematische interactie tussen een patiënt en een therapeut die berust op
psychologische principes en die tot doel heeft bepaalde veranderingen teweeg te brengen in het gedrag,
de gedachten en de gevoelens van de patiënt. Het heeft de volgende kenmerken:
- Systematische interactie de interacties van de therapeut met de patiënt over het vormgeven die
overeenstemt met zijn visie;
- Psychologische principes hier baseren zij hun behandeling op;
- Gedrag, gedachten en gevoelens
- Afwijkend gedrag, problemen oplossen en persoonlijke groei
Gemeenschappelijke kenmerken psychotherapie:
- verbale interactie met de patiënt;
- therapeut is actieve luisteraar;
- de therapeut geeft de patiënten het gevoel dat er hoop is op verbetering;
- het vermogen tot empathie van de therapeut.
Psychoanalyse en psychodynamische therapie
Sigmund Freud was de eerste die een vorm van psychotherapie heeft ontwikkeld, die psychoanalyse
heette. Nu heet dit psychodynamische therapie. Deze therapie helpt individuen om inzicht te krijgen in
en een oplossing te vinden voor onbewuste conflicten uit de jeugd.
,Droomanalyse
Volgens Freud zijn dromen de ‘koninklijke weg naar het onbewuste’. Tijdens de slaap is de afweer van
het ego minimaal.
Overdracht
Freud ontdekte dat patiënten niet alleen op hem als behandelaar reageerden, maar dat die reacties ook
een weerspiegeling vormden van hun gevoelens en attitudes tegenover andere belangrijke mensen in
hun leven. Freud meende dat de overdrachtsrelatie een manier is om conflicten die tijdens de kindertijd
tussen de patiënt en zijn ouders zijn ontstaan opnieuw beleven. Er is hier altijd sprake van
tweerichtingsverkeer. Hij besefte dat hij onbewust ook onderliggen gevoelens overdroeg. Dit noemt hij
ook wel een tegenoverdracht (zie begrippenlijst). Hoewel de analyse van overdracht een cruciaal
element is van de psychoanalytische therapie, duurt het gewoonlijk maanden of jaren voordat een
overdrachtsrelatie ontstaat.
Humanistische therapie
Humanistische therapeuten leggen het accent op de subjectieve, bewuste ervaringen van hun cliënt. De
belangrijkste vorm van humanistische therapie is de persoonsgerichte therapie (ook wel cliëntgerichte
therapie genoemd). Persoonsgerichte therapie is non-directief. Dit bekent dat de cliënt bepaalt en niet
de therapeut. De therapeut gebruikt hierbij: reflectie, herformuleren, parafraseren. Onvoorwaardelijke
positieve waardering, empathie, oprechtheid en congruentie zijn sleutelbegrippen in de therapie en
relatie met de patiënt.
Gedragstherapie
Gedragstherapie is de systematische toepassing van de principes van leren op de behandeling van
psychische stoornissen. Het accent ligt op het veranderen van gedrag en niet op het veranderen van de
persoonlijkheid of diep graven. Hierdoor duurt het vaak relatief kort. Gedragstherapie maakt onder
meer gebruik van technieken als systematische desensitisatie, geleidelijke blootstelling en modeling.
(Deze vier begrippen staan in de begrippenlijst). Andere gedragstechnieken zijn:
- aversieve conditionering gebruikt in de behandeling van verslavingsproblemen;
- sociale-vaardigheidstraining gebruikt in de behandeling van sociale angsten en tekorten in deze
vaardigheden die samenhangen met schizofrenie;
- zelfcontroletechnieken gebruikt in de behandeling van mensen die willen afvallen of stoppen met
roken.
Cognitieve therapie
Cognitieve therapeuten helpen hun patiënten bij het identificeren en corrigeren van inefficiënte
opvattingen, automatische gedachten en contraproductieve attitudes die emotionele problemen
creëren of versterken.
Rationeel-emotieve (gedragstherapie) (RET)
Albert Ellis geloofde dat negatieve emoties als angst en depressie worden veroorzaakt door de
irrationele, contraproductieve manieren waarop we negatieve gebeurtenissen interpreteren of
beoordelen.
De cognitieve therapie van Beck
De cognitieve therapie van Beck concentreert zich, nog sterker dan RET, op de contraproductieve
,cognities van de patiënt die zijn stemming beïnvloeden en zijn gedrag verstoren. Cognitieve therapeuten
moedigen hun patiënt aan om denkfouten onder ogen te zien en te corrigeren.
Cognitieve gedragstherapie (CGT)
Cognitieve gedragstherapeuten maken zowel gebruik van gedragsmatige als van cognitieve technieken.
Ze proberen mensen te helpen om niet alleen hun uiterlijke gedrag te veranderen, maar ook hun
onderliggende gedachten, opvattingen en attitudes. CGT heeft al indrukwekkende resultaten bereikt
met de behandeling van een breed scala aan emotionele stoornissen (depressie, paniekstoornis, etc.).
Tabel 4.1 Overzicht van de belangrijkste soorten psychotherapie zie boek pagina 93
Groepstherapie
In groepstherapie komt een groep patiënten samen onder leiding van een of twee therapeuten. Het
heeft verschillende voordelen:
- het is goedkoper, omdat meerdere mensen tegelijkertijd worden behandeld;
- het is effectiever;
Gezinstherapie en de systeembenadering
In gezinstherapie is het gezin, en dus niet het individu, het onderwerp van de behandeling. De
gezinstherapeut helpt gezinnen met problemen om hun onderlinge conflicten op te lossen en een beter
gezin te vormen. Bij het in kaart brengen van de manieren waarop een gezin functioneert en welke
problemen zich daarbij voordoen, kiezen veel gezinstherapeuten voor een systeembenadering.
Evaluatie van psychotherapeutische methoden
De effectiviteit van psychotherapie is uitgebreid door onderzoeken bewezen en er bestaat veel
literatuur over. In de eerste maanden wordt vaak de grootste vooruitgang geboekt. (Zie pagina’s 96, 97
voor onderzoeksresultaten)
Etnische aspecten van psychotherapie
In onze multiculturele samenleving hebben therapeuten niet alleen te maken met de persoonlijke
achtergrond, maar ook met hun cultuur, normen en waarden. Daarom zouden therapeuten ook kennis
moeten hebben van allerlei culturen.
Medicatie
Psychofarmaca (Psychotrope) werken in op de neurotransmittersystemen in de hersenen, waar ze het
kwetsbare chemische evenwicht beïnvloeden dat verantwoordelijk is voor het transport van
zenuwimpulsen van het ene neuron naar het andere.
Angstremmers
Angstremmers (anxiolitica) en slaapmiddelen bestrijden angst, verminderen de spierspanning en
induceren slaap. De werking loopt uiteen van licht ontspannend zoals medicijnen uit de benzodiazepine-
klasse, waaronder diazepam en alprazolam, tot zwaardere slaapmiddelen zoals flurazepam. Deze
medicatie zorgt ervoor dat de activiteit in bepaalde delen van het centrale zenuwstelsel (CZS)
verminderen. Deze medicijnen kunnen ook verslavend zijn. Daarom werkt er vaak valium gebruikt.
Mensen die plots stoppen met het gebruik van benzodiazepinen kunnen epileptische aanvallen krijgen.
Bijwerkingen zijn: vermoeidheid, slaperigheid en verslechterde motorische coördinatie.
Onttrekkingsangst is een probleem dat voorkomt bij langdurig gebruik van angstremmers.
,Antipsychotische medicijnen
Antipsychotische medicijnen, ook wel neuroleptica genoemd, worden veel gebruikt om symptomen van
schizofrenie en andere psychotische stoornissen onder de duim te houden. Veel van deze medicijnen,
de phenotiazinen., zijn in de jaren ’50 op de markt gekomen: chlorpromazine, thioridazine en
fluphenazine. Langdurig gebruik van antipsychotica kan lijden tot een mogelijk onomkeerbare en
beperkende motorische stoornis genaamd tardieve dyskinesie. Deze stoornis kenmerkt zich door
onbeheerst knipperen met de ogen, grimassen, smakken met de lippen en andere onwillekeurige
bewegingen met de mond, ogen en ledematen. Bij de behandeling van depressie maken therapeuten
gebruik van medicijnen uit drie belangrijke klassen van antidepressiva: tricyclische verbinden, MAO-
remmers (monoamine oxidase) en SSRI’s (selectieve serotonineheropnameremmers). Tricyclische
verbindingen en MAO-remmers vergroten de beschikbaarheid van de neurotransmitters norepinefrine
en serotonine in de hersenen. Enkele veelgebruikte tricyclische verbindingen zijn: imipramine,
amitriptyline en doxepine. SSRI’s hebben vooral invloed op het functioneren van serotonine in de
hersenen.
Stemmingsstabilisatoren
Mensen met een bipolaire stoornis kennen tijden van manie en depressie. Hiervoor krijgen zij
lithiumcarbonaat, een zout van het metaal lithium in tabletvorm, heeft in veel gevallen een
stabiliserende werking op de dramatische stemmingswisselingen waar mensen met een bipolaire
stoornis last van hebben. Aangezien lithium giftig is, moet hun bloed regelmatig nagecheckt worden.
Tabel 4.3 belangrijkste psychotrope medicijnen blz. 103
Andere biologische interventies
Lichttherapie is een vorm van therapie die zich richt op het synchroniseren van slaap-waakritmes.
Transcraniële magnetische stimulatie (TMS) is een vorm van therapie waarbij met een sterke magneet
de hersenschors gestimuleerd wordt. Mogelijk alternatief voor ECT. ECT staat voor
elektroconvulsietherapie en is een vrij controversiële methode waarbij (meestal) een elektrode op de
beide slapen wordt gezet. Nadat de patiënt onder narcose is gebracht, krijgt deze een elektrische
prikkel. Er bestaat duidelijk bewijs dat deze behandeling effectief is bij mensen met een ernstige
depressie waarbij psychotherapie of antidepressiva geen verlichting gaven.
Begrippenlijst hoofdstuk 4:
- Multidisciplinair behandelteam Team van specialisten om iemand te begeleiden en te behandelen:
psychiaters, GZ-psycholoog, psychotherapeuten, verpleegkundigen, creatief therapeuten,
ergotherapeuten en psychomotorisch therapeuten. Zo kan men vanuit verschillende invalshoeken kijken
naar de patiënt en een zo goed mogelijke behandeling aanbieden.
- Psychotherapie Gestructureerde vorm van psychologische behandeling op basis van een
psychologisch denkmodel (bijvoorbeeld psychodynamische of gedragstherapie). De behandeling bestaat
uit een of meer gesprekken of behandelsessies tussen een patiënt en een therapeut.
- Niet-specifieke behandelfactoren factoren die niet specifiek zijn voor een bepaalde vorm van
psychotherapie, zoals de aandacht en steun van de therapeut, maar die wel positieve verwachtingen
oproepen over mogelijke veranderingen.
- Psychoanalyse Methode van psychotherapie die is ontwikkeld door Sigmund Freud.
- Psychodynamische therapie Therapie die mensen helpt om inzicht te verwerven in, en oplossingen
te vinden voor onbewuste conflicten.
,- Droomanalyse Volgens Freud zijn dromen ‘De koninklijke weg naar het onbewuste.’ Droom
interpretatie was een van zijn belangrijkste technieken om onbewust materiaal aan de oppervlakte te
brengen.
- Vrije associatie Methode waarbij gedachten onder woorden worden gebracht zodra ze in de patiënt
opkomen, zonder bewuste pogingen om ze te bewerken of te censureren.
- Overdrachtsrelatie in de psychoanalyse de overdracht of generalisatie van gevoelens en attitudes
van de cliënt tegenover belangrijke mensen in zijn leven naar de analyticus.
- Tegenoverdracht in de psychoanalyse de overdracht van gevoelens of attitudes van de analyticus
tegenover andere mensen in zijn leven naar de cliënt.
- Persoonsgerichte therapie Het opbouwen van een warme, accepterende therapeutische relatie die
de cliënt de ruimte geeft om zichzelf te exploreren en te accepteren.
- Onvoorwaardelijke positieve waardering De uitdrukking van onvoorwaardelijke acceptatie van de
fundamentele waarde van de ander als persoon.
- Empathie Het vermogen om iemands ervaringen en gevoelens te begrijpen vanuit het standpunt
van diegene
- Oprechtheid het vermogen om de eigen ware gevoelens te erkennen en uit te drukken.
- Congruentie De overeenstemming tussen de eigen gedachten, gedragingen en gevoelens.
- Gedragstherapie therapeutische toepassing van op leren gebaseerde technieken.
- Systematische desensitisatie Een gedragstherapeutisch programma om fobieën mee te behandelen.
De patiënt wordt blootgesteld aan steeds angstwekkende stimuli (imaginair of door dia’s) terwijl hij
ervoor zorgt dat hij ontspannen blijft.
- Geleidelijke blootstelling Een gedragstherapeutische techniek waarbij de patiënt ter behandeling
van zijn fobie doelbewust de confrontatie met steeds angstwekkendere stimuli (imaginaire vorm of in
werkelijkheid) opzoekt.
- Modeling Een gedragstherapeutische techniek waarmee de patiënt nieuw gedrag kan aanleren
doordat de therapeut of iemand anders het gewenste gedrag voordoet, waarna de patiënt dat gedrag
imiteert.
- Token economy Behandelprogramma waarbij een gecontroleerde omgeving zodanig wordt
ingericht dat mensen die gewenst gedrag vertonen bekrachtiging ontvangen in de vorm van fiches die ze
kunnen inwisselen voor gewenste beloningen.
- Rationeel-emotieve (gedrags)therapie (RET) Therapeutische benadering waarbij de therapeut de
patiënt helpt om irrationele, contraproductieve opvattingen te vervangen door andere, passender
opvattingen.
- Cognitieve therapie Een therapievorm waarbij de therapeut de patiënt helpt bij het identificeren en
corrigeren van inefficiënte cognities (gedachten, opvattingen en attitudes) waarvan men denkt dat ze
ten grondslag liggen aan de emotionele problemen en het contraproductieve gedrag van de cliënt.
- Cognitieve gedragstherapie (CGT) Op leren gebaseerde therapeutische benadering die
gebruikmaakt van zowel cognitieve als gedragsmatige technieken.
- Eclectische therapie Psychotherapeutische benadering die gebruikmaakt van principes of
technieken van verschillende systemen of theorieën.
- Groepstherapie Een vorm van therapie waarbij een groep patiënten onder leiding van een
therapeut bij elkaar komt.
- Gezinstherapie Vorm van therapie waarbij het gezin, en dus niet het individu, wordt behandeld.
- Relatietherapie Vorm van therapie waarbij de nadruk ligt op het oplossen van conflicten tussen
,partners.
- Psychofarmacologie Wetenschapsgebied dat de effecten onderzoekt van therapeutische of
psychotrope medicijnen.
- Angstremmers Medicijnen tegen angst en hoge spierspanning.
- Tolerantie Lichamelijke gewenning aan een middel, zodanig dat bij regelmatig gebruik hogere doses
nodig zijn om dezelfde effecten te bereiken.
- Onttrekkingsangst hevige angst na staking van het gebruik van een angstremmer.
- Anti psychotische medicijnen Medicijnen worden gebruikt in de behandeling van schizofrenie en
andere psychotische stoornissen.
- Antidepressiva Medicijnen worden gebruikt bij de behandeling van depressie. Zo beïnvloeden de
beschikbaarheid van neurotransmitters in de hersenen.
- Elektroconvulsietherapie (ECT) Een methode om een ernstige depressie te behandelen door een
elektrische schok toe te dienen aan het hoofd.
- Evidence-cased practice (EBP) omvat behandelingen waarvan de effectiviteit in goed uitgevoerde,
gecontroleerde onderzoeken is aangetoond.
- Metaboolsyndroom kun je krijgen van atypische antipsychotica. Kan leiden tot gewichtstoename,
kans op diabetes en een hoge bloeddruk.
- Psychochirurgie doormiddel van chirurgische ingrepen worden de hersenen aangepast, met als doel
om ernstige psychotische stoornissen te behandelen. De bekendste is de lobotomie, waarbij een priem
door de oogkas wordt ingebracht. Ze willen met deze behandeling de zenuwen vernietigen die
verantwoordelijk zijn voor emoties.
Samenvatting hoofdstuk 7:
Cognitieve stoornissen
Cognitieve stoornissen (zie begrippenlijst) zijn het gevolg van lichamelijke aandoeningen, inclusief drugs
en medicijngebruik of onthouding, die invloed hebben op het functioneren van de hersenen. De omvang
en de ernst van de verslechtering in functioneren is afhankelijk van de hoeveelheid beschadigd
hersenweefsel. De locatie van de schade is ook essentieel, omdat veel hersenstructuren of gebieden een
gespecialiseerde functie hebben. Zo hangt schade aan de temporaalkwab samen met defecten in
geheugen en aandacht, terwijl letsel van de occipitaalkwab tot fouten in de visuele-ruimtelijke sfeer kan
leiden. Agnosie is Grieks voor ‘zonder betekenis’. Als je last hebt van visuele agnosie dan is er een
gebrek aan visuele kennis en kun je objecten niet meer herkennen. Sommige mensen die aan een
cognitieve stoornis lijden, worden voor hun basale behoeften (eten, wc, verzorging) op den duur
volledig afhankelijk van verzorgers.
Delirium
Het woord delirium stamt uit het Latijn: de- (‘van’) en lira (‘lijn’ of ‘spoor’). Delirium betekent dus ‘uit
het goede spoor raken’ in perceptie, cognitie en gedrag. Delirium is een toestand van extreme
geestelijke verwarring, waarbij de betrokkene moeite heeft om zich te concentreren en niet duidelijk en
samenhangend kan praten. Slachtoffers van een delirium hebben soms moeite om irrelevante stimuli
weg te filteren of om hun aandacht op een nieuwe taak te richten. Ze praten opgewonden, maar het
heeft vaak weinig betekenis. Ze krijgen last van desoriëntatie in tijd en in het herkennen van personen.
Als zij in een delirium zitten ervaren mensen angstaanjagende hallucinaties, met name visuele. Er treden
vaak perceptuele verstoringen op, zoals een foutieve interpretatie van sensorische stimuli. Periodes van
lethargie en rusteloosheid wisselen elkaar af. Rusteloosheid wordt gekenmerkt door: slapeloosheid,
,geagiteerde, doelloze bewegingen, het uit bed schieten of uithalen naar niet-bestaande objecten
(illusies/foute interpretatie). Een delirium kan het gevolg zijn van verschillende somatische
aandoeningen waaronder hoofdtrauma, stofwisselingsstoornissen zoals hypoglykemie (lage
bloedsuikerspiegel), verstoord evenwicht tussen vocht en elektrolyten, attaques (epilepsie), tekort aan
vitamine b1 (thiamine), hersenbeschadigingen; verschillende ziekten die invloed hebben op het
functioneren van het centrale zenuwstelsel zoals de ziekten van Parkinson en Alzheimer, virale
encefalitis (een vorm van herseninfectie), leverziekten en nierziekten. Het kan ook ontstaan na
blootstelling aan giftige stoffen, na een overdosis drugs of alcohol of als bijwerking van een medicijn. De
algemeenste oorzaak is abrupte onthouding van psychoactieve drugs, met name alcohol. Chronische
alcohollisten die abrupt stoppen met drinken, kunnen terechtkomen in een vorm van delirium die
delirium tremens wordt genoemd. Tijdens een acute episode van delirium tremens wordt het slachtoffer
belaagd door angstaanjagende hallucinaties. Een delirium tremens kan een week of langer aanhouden
en behandeling in het ziekenhuis is het beste. Daar worden ze behandeld met benzodiazepinen. Een
delirium duurt relatief kort, gewoonlijk niet langer dan een week, zelden langer dan een maand.
Amnestische stoornis
Een amnestische stoornis wordt gekenmerkt door een ernstige achteruitgang van de geheugenfunctie
die niet samenhangt met een delirium of dementie. Deze stoornis uit zich in het onvermogen om
nieuwe informatie te leren (defecten in het korte termijn geheugen) of eerder wel toegankelijke
informatie over gebeurtenissen uit het eigen verleden terug te halen (defecten in het lange termijn
geheugen). Een amnestische stoornis heeft een lichamelijke oorzaak. Het is vaak het gevolg van een
traumatische gebeurtenis zoals een klap op het hoofd, elektrische schok of operatie. Retrogade amnesie
is als je niets meer weet van de voorafgaande gebeurtenissen, dit kan bijvoorbeeld gebeuren na een
auto-ongeluk. Mensen met amnesie kunnen last hebben van desoriëntatie, vaak in verband met tijd en
plaats en minder met zichzelf. Vaak vullen ze de gaten in hun geheugen op met imaginaire
gebeurtenissen (confabulatie). Oorzaken van amnestische stoornis zijn:
- hersenoperaties;
- hypoxie (plotselinge onderbreking van de zuurstoftoevoer naar de hersenen;
- herseninfecties en hersenziekten;
- infarcering (blokkade van de bloedvaten die de hersenen moeten bevoorraden);
- langdurig gebruik van grote hoeveelheden van bepaalde psychoactieve middelen (meestal alcohol).
Door alcohol veroorzaakte langdurige amnesie (syndroom van Korsakov)
Thiaminetekorten kunnen leiden tot een onomkeerbare vorm van geheugenverlies. Dit noemen ze het
syndroom van Korsakov. Mensen die al jarenlang van het drinken af zijn, kunnen hier nog steeds last van
hebben. Mensen met dit syndroom hebben grote gaten in hun geheugen. Deze geheugendefecten zijn
mogelijk het gevolg van verlies van hersenweefsel door bloedingen in de hersenen. Het
langetermijngeheugen blijft op zich in tact en ze behouden hun normale intelligentie. Het syndroom van
Korsakov volgt dikwijls op een acute aanval van de ziekte van Wernicke, een andere hersenstoornis die
wordt veroorzaakt door een tekort aan thiamine. Door de hongersnood hadden krijgsgevangen ook wel
is thiamine tekort wat leidde tot het syndroom van Korsakov.
Dementie
Dementie is een ingrijpende verslechtering van de geestelijke functies. Symptomen van de ziekte zijn
ernstige problemen met het geheugen en een of meer van de cognitieve gebreken. (Zie tabel 7.3 op blz.
177). Hieronder de verschillende oorzaken die dementie als gevolg hebben:
, - hersenziekten (ziekte van Alzheimer, ziekte van Pick);
- infecties en aandoeningen die de hersenfuncties beïnvloeden (meningitis, hiv, encefalitis);
Als de dementieverschijnselen worden veroorzaakt door bepaalde soorten tumoren, epileptische
aanvallen, stofwisselingsstoornissen en behandelbare infecties kan er sprake zijn van verbetering of
genezing.
Dementie als gevolg van de ziekte van Alzheimer
De ziekte van Alzheimer is verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle gevallen met dementie.
Vrouwen zijn vatbaarder voor deze ziekte dan mannen. De eerste stadia van de ziekte van Alzheimer
kenmerken zich door geringe geheugenproblemen en subtiele veranderingen in de persoonlijkheid.
Vaak heeft de betrokkene moeite met de financiën op orde te houden en om recente gebeurtenissen of
basale informatie te onthouden (telefoonnummers, namen). Ook rekenen gaat steeds moeilijker.
Naarmate de ziekte zich vordert, krijgt de betrokkene last van agitatie, dwalen, depressie,
destructiviteit, incontinentie, schreeuwen, ’s nachts wakker blijven en agressief gedrag. Ze kunnen soms
zelfs thuis de weg niet meer vinden.
Diagnose van de ziekte van Alzheimer
Er is geen eenduidige, definitieve diagnostische test die in de dagelijkse praktijk toepasbaar is om vast te
stellen of iemand de ziekte van Alzheimer heeft.
Oorzakelijke factoren van Alzheimer
Plaques zijn staalwolachtige klontjes in de hersenen van mensen met Alzheimer. Deze bestaan uit een
materiaal dat bèta-amyloïde (vezelachtige eiwitfragmenten) wordt genoemd. Om onbekende reden
breken deze eiwitten tijdens de stofwisseling in langere deeltjes af dan normaal. Vervolgens klonteren
ze samen tot slierten die weer restanten van andere zenuwcellen aantrekken. De plaques zijn
waarschijnlijk verantwoordelijk voor het afbreken van nabij gelegen hersenweefsel. Genen schijnen ook
een belangrijke rol te spelen. Het eiwit apolipoproteine. Dit eiwit zorgt voor het transport van
cholesterol door de bloedvaten. Mensen met een defect in deze genen vertonen vaak tekenen van
verval in de hersenen nog voordat er sprake is van geheugenproblemen.
Behandeling en preventie van Alzheimer
De medicijnen die momenteel beschikbaar zijn voor de behandeling van Alzheimer genezen niet, maar
leiden tot een kleine vertraging van de cognitieve achteruitgang en een geringe verbetering van de
cognitieve vermogens. Veelgebruikt hiervoor is donepezil, dit verhoogt het niveau van de
neurotransmitter acetylcholine (ACh). Een ander medicijn, memantine, blokkeert de neurotransmitter
glutamaat, een chemische stof in de hersenen die bij Alzheimerpatiënten in abnormaal hoge niveaus
voorkomt. Memantine is het eerste medicijn dat is bedoeld voor matige tot ernstige Alzheimer en alleen
in combinatie met donepezil lijkt het enige verlichting te geven. Men gelooft dat ibuprofen (of andere
ontstekingsremmers) de kans op Alzheimer kan verkleinen. Dit is ter preventie onderzocht.
Dementie als gevolg van een beroerte
Een beroerte (cerebrovasculair accident (CVA), onderbreking van de bloedtoevoer ) kan ervoor zorgen
dat er delen van de hersenen beschadigd of vernietigd worden, waardoor het slachtoffer
belemmeringen oploopt in zijn motoriek, taal en cognitieve functies. Een afzonderlijke beroerte kan
lijden tot een geheel of gedeeltelijk verlies van het vermogen om taal te begrijpen of zich erin uit te
drukken.