Aardrijkskunde
Kaarten
Papieren werkelijkheid
Als je de aarde vanuit de lucht bekijkt, ziet het er heel anders uit. Als je de
aarde wil weergeven op papier kun je daarvoor luchtfoto’s gebruiken. Hoe
groter het landschap hoe moeilijker te herkennen. Daarom zijn kaarten
toch vaak handiger. Dat is een getekend stukje van het aardoppervlak.
Een kaart van een klein gebied of een stad heet een plattegrond. Alle
straten staan hier goed op aangegeven.
Van gebouwen worden ook tekeningen gemaakt. Zo een bouwtekening
wordt gemaakt door een architect. Ze zijn bedoeld om het de bouwvakkers
duidelijker te maken. Maquette » miniversie van het gebouw dat de
architect ontworpen heeft van hout of karton.
Schaal en legenda
Een kaart is een verkleining van de werkelijkheid. Hoe meer de
werkelijkheid verkleind wordt, hoe meer er weggelaten wordt. De schaal
geeft aan hoeveel maal de werkelijkheid verkleind is. Als je gewoon een
rechte lijn tussen de plaatsen trekt, meet je de afstand hemelsbreed,
zonder rekening te houden met hoe de wegen lopen. Wat de kleuren en
symbolen op de kaart betekenen, staat beschreven in een lijstje naast de
kaart » de legenda
De atlas
Een atlas is een verzameling kaarten. Alle erin opgenomen namen staan
achterin, in het register. In een atlas staan verschillende soorten kaarten.
Verschillende soorten kaarten:
- Staatkundige kaarten » steden en dorpen op staan
- Natuurkundige kaarten » hoogte verschillen in landschap laten zien
- Kaarten die de verschillende grondsoorten en het bodemgebruik van een
gebied weergeven.
,Nederland
Steden en dorpen
Steden en dorpen hebben een gemeente, sommige dorpen vormen samen
één gemeente. Het grondgebied van steden en dorpen is vaak groter dan
de bebouwde kom. In een stad wonen veel meer mensen dan in een dorp.
In een stad zijn meer scholen, bioscopen, theaters en ziekenhuizen. In een
stad zijn meer voorzieningen. In een dorp zijn alleen de
basisvoorzieningen. Dorpen liggen op het platteland » oorspronkelijk de
plaatsen waar de boeren woonden.
Oude woonwijken worden vaak opgeknapt, dit wordt stadsvernieuwing
genoemd. Buiten de stad liggen nieuwe woonwijken en buitenwijken. Daar
zijn nieuwe winkelcentra en scholen. Ook staan er in een stad fabrieken en
kantoren. Fabrieken en bedrijven staan vaak op een bedrijfsterrein.
De vier grootste steden van Nederland liggen in de Randstad. Daar is
sprake van veel woon-werkverkeer, zakenverkeeer en vrachtvervoer. Het
vele verkeer veroorzaakt veel files. Het Groene Hart ligt tussen de grote
steden in » veel boerderijen.
Euregio » grensgebied waar landen samenwerken.
Landschappen
Nederland heeft zijn naam gekregen, omdat het land zo laag ligt. Grote
delen van ons land zijn laagland dat onder de zeespiegel ligt: lager dan
het water van de zee. In het zuiden en oosten van Nederland is meer
reliëf, doordat er heuvels zijn. In het zuidelijkste puntje van het heuvelland
van Limburg ligt het hoogste punt van Nederland, 323 meter.
Langs de kust van Nederland liggen duinen. De Veluwe in Gelderland is
een natuurgebied van het hei en bos. Er staan meer naaldbomen dan
loofbomen.
Grondsoorten en bodemgebruik
In Nederland komen de grondsoorten zand, grind en klei voor. Klei blijft slib
op het land achter als het door de zee en de rivieren overstroomd wordt.
Sommige gedeelte van Nederland ligt onder de zeespiegel. In de ijstijden
was Nederland bedekt door een dikke ijskap. Veen bestaat uit
halfverteerde plantenresten en is ontstaan in de vroeger moerassige delen
van Nederland. Löss is een heel licht grondsoort die door de wind tot
Limburg is geblazen. In gebieden met klei en löss zie je veel landbouw,
akkerbouw, veeteelt en tuinbouw. Op zandgrond zie je vaak bosbouw.
Delfstoffen » steenkool en gas.
Energiebronnen » steenkool, olie en aardgas
Middelen van bestaan
De manieren waarop je mensen in hun inkomen voorzien, noem je
, middelen van bestaan. Je kunt ze in drie groepen verdelen:
1. Alle beroepen op het gebied van akkerbouw, veeteelt, tuinbouw en
bosbouw: de landbouwsector en de visserij.
2. Alle beroepen die te maken hebben met de productie van goederen en
energie: de industriesector.
3. Alle beroepen waarin mensen iets voor iemand doen zoals geld lenen,
post bezorgen, verzekeren, haar knippen, lesgeven, zieken verzorgen en
bijvoorbeeld ook al het werk dat gedaan moet worden om het land te
bestuderen: de dienstsectoren.
Landbouw
Boeren verbouwen allerlei gewassen op hun land of ze houden vee. Veel
producten die op het land worden verbouwd, gaan eerst naar een fabriek.
De boeren gebruiken mest om de gewassen beter te laten groeien. Ze
gebruiken ook kunstmest » chemisch product. Om insecten weg te houden
bij de gewassen gebruiken boeren vaak chemische bestrijdingsmiddelen.
Vroeger hadden boeren een gemengd bedrijf; ze hielden vee en
verbouwden gewassen.
Bio-industrie » veel varkens en kippen worden gehouden op een te kleine
ruimte.
Biologische landbouw » boeren houden hun vee zo natuurlijk mogelijk en
laten dus zoveel mogelijk buiten lopen.
Industrie
Mensen hebben allerlei producten nodig. Die worden geproduceerd in
fabrieken. Alle fabrieken vormen samen de industrie. Dit zorgt voor
werkgelegenheid. Grondstoffen worden naar de fabriek gebracht en de
gemaakte producten worden verkocht. Productieketen » alle handelingen
die nodig zijn om een product te maken. Reclame wordt gemaakt om de
producten te verkopen.
Diensten
Er werken ook mensen in kantoorgebouwen of in andere gebouwen. Deze
mensen hebben een beroep waarbij ze een dienst verlenen aan andere
mensen » dienstverlening. Nederland verdient aan internationale handel
door de gunstige ligging aan zee. Omdat er goed bevaarbare rivieren en
kanalen zijn is de binnenvaart belangrijk. Heel veel goederen komen langs
Rotterdam, vanaf hier werd het doorgevoerd naar het achterland:
Duitsland, België en andere landen in Europa.
Water
Water is nodig voor alles dat leeft. Voor ons drinkwater gebruiken we
rivierwater en vooral grondwater. Dat water komt niet direct uit de kraan,
Kaarten
Papieren werkelijkheid
Als je de aarde vanuit de lucht bekijkt, ziet het er heel anders uit. Als je de
aarde wil weergeven op papier kun je daarvoor luchtfoto’s gebruiken. Hoe
groter het landschap hoe moeilijker te herkennen. Daarom zijn kaarten
toch vaak handiger. Dat is een getekend stukje van het aardoppervlak.
Een kaart van een klein gebied of een stad heet een plattegrond. Alle
straten staan hier goed op aangegeven.
Van gebouwen worden ook tekeningen gemaakt. Zo een bouwtekening
wordt gemaakt door een architect. Ze zijn bedoeld om het de bouwvakkers
duidelijker te maken. Maquette » miniversie van het gebouw dat de
architect ontworpen heeft van hout of karton.
Schaal en legenda
Een kaart is een verkleining van de werkelijkheid. Hoe meer de
werkelijkheid verkleind wordt, hoe meer er weggelaten wordt. De schaal
geeft aan hoeveel maal de werkelijkheid verkleind is. Als je gewoon een
rechte lijn tussen de plaatsen trekt, meet je de afstand hemelsbreed,
zonder rekening te houden met hoe de wegen lopen. Wat de kleuren en
symbolen op de kaart betekenen, staat beschreven in een lijstje naast de
kaart » de legenda
De atlas
Een atlas is een verzameling kaarten. Alle erin opgenomen namen staan
achterin, in het register. In een atlas staan verschillende soorten kaarten.
Verschillende soorten kaarten:
- Staatkundige kaarten » steden en dorpen op staan
- Natuurkundige kaarten » hoogte verschillen in landschap laten zien
- Kaarten die de verschillende grondsoorten en het bodemgebruik van een
gebied weergeven.
,Nederland
Steden en dorpen
Steden en dorpen hebben een gemeente, sommige dorpen vormen samen
één gemeente. Het grondgebied van steden en dorpen is vaak groter dan
de bebouwde kom. In een stad wonen veel meer mensen dan in een dorp.
In een stad zijn meer scholen, bioscopen, theaters en ziekenhuizen. In een
stad zijn meer voorzieningen. In een dorp zijn alleen de
basisvoorzieningen. Dorpen liggen op het platteland » oorspronkelijk de
plaatsen waar de boeren woonden.
Oude woonwijken worden vaak opgeknapt, dit wordt stadsvernieuwing
genoemd. Buiten de stad liggen nieuwe woonwijken en buitenwijken. Daar
zijn nieuwe winkelcentra en scholen. Ook staan er in een stad fabrieken en
kantoren. Fabrieken en bedrijven staan vaak op een bedrijfsterrein.
De vier grootste steden van Nederland liggen in de Randstad. Daar is
sprake van veel woon-werkverkeer, zakenverkeeer en vrachtvervoer. Het
vele verkeer veroorzaakt veel files. Het Groene Hart ligt tussen de grote
steden in » veel boerderijen.
Euregio » grensgebied waar landen samenwerken.
Landschappen
Nederland heeft zijn naam gekregen, omdat het land zo laag ligt. Grote
delen van ons land zijn laagland dat onder de zeespiegel ligt: lager dan
het water van de zee. In het zuiden en oosten van Nederland is meer
reliëf, doordat er heuvels zijn. In het zuidelijkste puntje van het heuvelland
van Limburg ligt het hoogste punt van Nederland, 323 meter.
Langs de kust van Nederland liggen duinen. De Veluwe in Gelderland is
een natuurgebied van het hei en bos. Er staan meer naaldbomen dan
loofbomen.
Grondsoorten en bodemgebruik
In Nederland komen de grondsoorten zand, grind en klei voor. Klei blijft slib
op het land achter als het door de zee en de rivieren overstroomd wordt.
Sommige gedeelte van Nederland ligt onder de zeespiegel. In de ijstijden
was Nederland bedekt door een dikke ijskap. Veen bestaat uit
halfverteerde plantenresten en is ontstaan in de vroeger moerassige delen
van Nederland. Löss is een heel licht grondsoort die door de wind tot
Limburg is geblazen. In gebieden met klei en löss zie je veel landbouw,
akkerbouw, veeteelt en tuinbouw. Op zandgrond zie je vaak bosbouw.
Delfstoffen » steenkool en gas.
Energiebronnen » steenkool, olie en aardgas
Middelen van bestaan
De manieren waarop je mensen in hun inkomen voorzien, noem je
, middelen van bestaan. Je kunt ze in drie groepen verdelen:
1. Alle beroepen op het gebied van akkerbouw, veeteelt, tuinbouw en
bosbouw: de landbouwsector en de visserij.
2. Alle beroepen die te maken hebben met de productie van goederen en
energie: de industriesector.
3. Alle beroepen waarin mensen iets voor iemand doen zoals geld lenen,
post bezorgen, verzekeren, haar knippen, lesgeven, zieken verzorgen en
bijvoorbeeld ook al het werk dat gedaan moet worden om het land te
bestuderen: de dienstsectoren.
Landbouw
Boeren verbouwen allerlei gewassen op hun land of ze houden vee. Veel
producten die op het land worden verbouwd, gaan eerst naar een fabriek.
De boeren gebruiken mest om de gewassen beter te laten groeien. Ze
gebruiken ook kunstmest » chemisch product. Om insecten weg te houden
bij de gewassen gebruiken boeren vaak chemische bestrijdingsmiddelen.
Vroeger hadden boeren een gemengd bedrijf; ze hielden vee en
verbouwden gewassen.
Bio-industrie » veel varkens en kippen worden gehouden op een te kleine
ruimte.
Biologische landbouw » boeren houden hun vee zo natuurlijk mogelijk en
laten dus zoveel mogelijk buiten lopen.
Industrie
Mensen hebben allerlei producten nodig. Die worden geproduceerd in
fabrieken. Alle fabrieken vormen samen de industrie. Dit zorgt voor
werkgelegenheid. Grondstoffen worden naar de fabriek gebracht en de
gemaakte producten worden verkocht. Productieketen » alle handelingen
die nodig zijn om een product te maken. Reclame wordt gemaakt om de
producten te verkopen.
Diensten
Er werken ook mensen in kantoorgebouwen of in andere gebouwen. Deze
mensen hebben een beroep waarbij ze een dienst verlenen aan andere
mensen » dienstverlening. Nederland verdient aan internationale handel
door de gunstige ligging aan zee. Omdat er goed bevaarbare rivieren en
kanalen zijn is de binnenvaart belangrijk. Heel veel goederen komen langs
Rotterdam, vanaf hier werd het doorgevoerd naar het achterland:
Duitsland, België en andere landen in Europa.
Water
Water is nodig voor alles dat leeft. Voor ons drinkwater gebruiken we
rivierwater en vooral grondwater. Dat water komt niet direct uit de kraan,