Recht P2
3.1 Aanbod en aanvaarding
Een overeenkomst is volgens de wet (art. 6:213 BW lid 1) een meerzijdige rechtshandeling waarbij
één of meer partijen jegens één of meer andere partijen een verbintenis aangaan. Voordat de
overeenkomst tot stand is gekomen, zijn een bedrijf en een klant binnen zekere grenzen vrij om te
doen en laten wat ze willen. Maar op het moment dat er een overeenkomst is, ontstaan er rechten
en verplichtingen over en weer. De verkoper moet leveren en de koper betalen. Er is dus een
moment in de tijd waarop partijen aan elkaar verbonden worden, waarop ze rekening hebben te
houden met elkaar.
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.
Twee vereisten: aanbod en aanvaarding. De ene partij biedt iets aan en op het moment dat de
andere partij dat aanbod accepteert, ontstaat de overeenkomst en ontstaan de rechten en
verplichtingen naar elkaar toe.
Een aanbod kan in het beginsel worden herroepen zo lang het nog niet is aanvaard. (art. 6:219 lid 2)
Op het moment dat een aanbod wél aanvaard is kan het dus niet meer worden ingetrokken. Een
vrijblijvend aanbod kan nog wel na aanvaarding worden ingetrokken of gewijzigd. Soms geeft een
bedrijf aan zijn klanten een bepaalde periode om te beslissen of ze een aanbod willen aanvaarden,
maar door het stellen van een termijn beperkt het bedrijf zichzelf ook. Want zo lang de termijn loopt,
kan het aanbod niet worden ingetrokken (art. 6:219 lid 1). Wil hij van het aanbod af, zal hij moeten
wachten totdat de termijn is verstreken en niemand het aanbod heeft aanvaard.
Het vervallen van het aanbod is anders dan het herroepen van een aanbod. In het eerste geval is dat
er geen actieve handeling is geweest van de aanbieder, en bij het 2e wel.
Aantal gevallen waarin een aanbod vervalt, de manier waarop het aanbod is gedaan, speelt een
belangrijke rol (art. 6:221 lid 1):
- Mondeling aanbod (zonder termijn) dan vervalt het als het niet direct wordt aanvaard
- Schriftelijk aanbod (zonder termijn) dan vervalt het aanbod na een “redelijke tijd”, dit zal
afhangen van de omstandigheden zoals de aard van het aangebodene en de prijs
- Een aanbod met een termijn vervalt, of het nu schriftelijk of mondeling gebeurt, alleen als
de termijn afloopt
- Het aanbod kan ook vervallen als de aanbieder het verwerpt (art. 6:221 lid 2)
3.2 Wilsovereenstemming
Als er een aanbod is en dat is aanvaard, is er in principe een overeenkomst. Een bijkomende vereiste
is dat wat de aanbieder en aanvaarder verklaart, ook echt is wat ze willen verklaren. Er moet een
wilsovereenstemming zijn (art. 3:33)
Als de wil en de verklaring niet overeen komen is er geen wilsovereenstemming en daardoor geen
overeenkomst. Hij verklaart wat anders als hij wilde verklaren.
Van deze regeling kan makkelijk misbruik worden gemaakt. De wet heeft dat voorzien door in art.
3:35 het vertrouwensbeginsel op te nemen in de wet. Als voor de andere partij in de gegeven
omstandigheden niet duidelijk was, en ook niet duidelijk hoefde te zijn, dat de verklaring niet
overeenkwam met de wil, dan kan geen beroep worden gedaan op artikel 3:33.
,3.3 Handelingsonbekwaamheid
Als het aanbod aanvaard is en er is een wilsovereenstemming, dan is er een overeenkomst. Dat wil
niet zeggen dat er in sommige gevallen geen mogelijkheden zijn om iets te doen tegen de
verplichtingen die op dat moment zijn ontstaan. Een voorbeeld hiervan is de vernietiging van de
overeenkomst. Vernietiging houdt in dat de gevolgen die de overeenkomst in eerste instantie heeft,
weer ongedaan moeten worden gemaakt. Dit kan alleen als een handelingsonbekwame een
overeenkomst sluit (art 3:32 lid 2) of als er een wilsgebrek is (art 3:44 en 6:228).
Handelingsonbekwame hebben wettelijke vertegenwoordigers die het aangaan van een
overeenkomst kunnen tegengaan en zelfs na het sluiten van een overeenkomst kunnen protesteren
en daardoor alles ongedaan kunnen maken. Handelingsonbekwaam is:
1. Persoon die minderjarig is. Minderjarig als hij de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(art. 1:233). Deze minderjarige kan alleen met toestemming van zijn wettelijke
vertegenwoordiger, ouder of voogd, overeenkomsten sluiten (art. 1:234 lid 1). Bedrijven
dienen daar te allen tijde op bedacht te zijn. Het verkopen van spullen aan minderjarigen
zonder dat er een ouder bij is, houdt zeker een risico in. De overeenkomst kan vernietigd
worden. Een winkelier moet in zekere zin ook op kunnen vertrouwen dat hij een bepaalde
overeenkomst mag sluiten en niet bang hoeft te zijn voor de vernietiging. Voor dit soort
situaties staat er in lid 3 van art 1:234 de bepaling dat de toestemming van een
vertegenwoordiger, die eigenlijk steeds expliciet nodig is, in sommige gevallen verondersteld
mag worden. Het gaat dan om handelingen waarvan wij in onze maatschappij vinden dat ze
normaal zijn. Bijv. zakje snoep verkopen aan 10-jarige
2. Persoon die onder curatele staat. Indien een persoon niet voor zichzelf kan zorgen, is het
mogelijk hem onder curatele te stellen (art 1:378). Dit kan als iemand een geestelijke
stoornis heeft, als iemand zijn geld verkwist, of bij drankmisbruik. Zo’n besluit kan alleen
door de rechter worden genomen. Een ondercuratelestelling heeft grote gevolgen, want de
onder curatele gestelde mag zonder toestemming van zijn curator (art 1:381) geen
overeenkomst meer aangaan. Gebeurt dat toch, is de overeenkomst vernietigbaar.
3.4 Wilsgebreken
Een door een handelingsbekwaam persoon gesloten overeenkomst kan ook onder omstandigheden
vernietigd worden. Dat houdt in dat de ene contractspartij (aanvaarder) onder invloed van de andere
partij (aanbieder), tot een aanvaarding is gekomen die onder normale omstandigheden niet had
plaatsgevonden. De wil van de ene partij is dan op een gebrekkige, onzuivere manier gevormd:
bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling (art 3:44 en 6:228).
Een overeenkomst die tot stand is gekomen door bedreiging (3:44 lid 2) kan worden vernietigd. Dit
betekent dat iemand die tot het aangaan van een overeenkomst is gedwongen omdat hij is bedreigd,
de overeenkomst ongedaan kan laten maken. Bedreiging kan zowel fysiek als geestelijk plaatsvinden.
Ook als de ene persoon het niet zo nauw neemt met de waarheid en de ander bedriegt, kan de
overeenkomst vernietigd worden (art 3:44 lid 3). Bedrog is aanwezig wanneer iemand een ander
opzettelijk onjuiste mededelingen doet of opzettelijk zaken verzwijgt.
Wanneer sprake is van een wilsgebrek misbruik van omstandigheden aan de hand van een
voorbeeld. Mevr. Feierabend is een weduwe met psychische en financiële problemen. Het enige dat
ze nodig heeft is haar huis, en daar is ze aan gehecht. Val Elmbt is verzekeringsman en weet
vertrouwen van de vrouw te winnen. Om andere schuldeisers te omzeilen sluit ze met hem een
, overeenkomst voor het overdragen van haar huis (onder specifieke, heel voordelige voorwaarden)
aan hem. Het bedrag dat de meneer moet betalen, ligt ver onder werkelijke waarde. Als mevrouw
later in een helder moment beseft wat ze heeft gedaan wil ze van de overeenkomst af. Het is
mevrouw gelukt om bij de rechter onder de overeenkomst uit te komen. De verzekeringsadviseur
wist van de labiele situatie van de vrouw af en had deze overeenkomst nooit op deze manier mogen
sluiten. Misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4).
De regeling omtrent dwaling staat uitgelegd in art. 6:228. Dit is ook aan de hand van een voorbeeld.
Dwaling houdt het volgende in. Voor aanvaarding is er een bepaalde situatie met betrekking tot het
onderwerp van de overeenkomst die anders is dan een partij (of beide partijen) veronderstellen. Ze
gaan op het moment van sluiten van de overeenkomst uit van een verkeerde voorstelling van zaken.
Maar als de werkelijke situatie bekend zou zijn, zou de overeenkomst nooit zijn gesloten. Dwaling op
een aantal manieren:
- Dwaling is te wijten aan een inlichting van de andere partij (6:228 lid 1)
- De dwaling is te wijten aan het vergeten in te lichten door de andere partij (art. 6:228 lid 1)
- De dwaling is te wijten aan het feit dat beide partijen uitgaan van een onjuiste voorstelling
van zaken (art. 6:228 lid 1)
Bij opzettelijk informatie achterhouden kan de overeenkomst vernietigd worden, niet op grond van
dwaling maar op grond van bedrog. Het is van belang dat het gaat om een essentiële eigenschap van
het onderwerp van de overeenkomst. Als het in verhouding met het onderwerp van de
overeenkomst, slechts gaat om een klein detail, dan zal de overeenkomst vernietigd kunnen worden.
Overeenkomsten die in strijd zijn met de wet met de goede zeden of met de openbare orde zijn
nietig (art. 3:40 BW). Het verschil met vernietigbaarheid zit hem in het feit dat bij nietigheid de
overeenkomst voor de wet nooit heeft bestaan. Bij vernietigbaarheid is dat wel zo en moeten de
gevolgen worden teruggedraaid. Als iemand drugs koopt in een discotheek is er in feite een
overeenkomst tot stand gekomen. Stel dat de koper onwel wordt, dan zal een schadevergoeding niet
tot de mogelijkheden behoren. De overeenkomst is in strijd met de wet en heeft voor de rechter
nooit bestaan.
3.5 Inhoud overeenkomst
De inhoud van de overeenkomst wordt bepaald door wat partijen op papier hebben staan of
mondeling hebben afgesproken. Maar de rechtsgevolgen moeten soms ook buiten het contract
worden gezocht, omdat niet altijd duidelijk is wat de partijen nu precies hebben bedoeld. Soms
komen daar conflicten over, daarvoor is in artikel 6:248 een aanvulling gekomen.
Een rechter die een geschil over een overeenkomst voor zich krijgt, zoekt de oplossing niet alleen in
de tekst van het contract, maar hij gaat het contract ook uitleggen. Bij de uitleg dient de rechter
rekening te houden met het gestelde artikel in 6:248 en daarnaast met de algemene voorwaarden:
1. De wet; het is mogelijk dat partijen tot bepaalde afspraken zijn gekomen die volgens de wet
zijn verboden. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om in een arbeidscontract een opzegging van
de overeenkomst als een vrouw zwanger wordt, of er is geen opzegtermijn opgenomen.
2. De gewoonte; sommige afspraken worden tussen contractspartijen niet meer gemaakt
omdat ze vanzelfsprekend zijn. Het kan zijn omdat er in een branche een specifieke
gewoonte is ontstaan. Bijv. een leraar surveilleert bij tentamens, is niet vastgelegd in het
arbeidscontract maar kan een rechter wel meenemen bij een geschil omdat het een
gewoonte is.
3.1 Aanbod en aanvaarding
Een overeenkomst is volgens de wet (art. 6:213 BW lid 1) een meerzijdige rechtshandeling waarbij
één of meer partijen jegens één of meer andere partijen een verbintenis aangaan. Voordat de
overeenkomst tot stand is gekomen, zijn een bedrijf en een klant binnen zekere grenzen vrij om te
doen en laten wat ze willen. Maar op het moment dat er een overeenkomst is, ontstaan er rechten
en verplichtingen over en weer. De verkoper moet leveren en de koper betalen. Er is dus een
moment in de tijd waarop partijen aan elkaar verbonden worden, waarop ze rekening hebben te
houden met elkaar.
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.
Twee vereisten: aanbod en aanvaarding. De ene partij biedt iets aan en op het moment dat de
andere partij dat aanbod accepteert, ontstaat de overeenkomst en ontstaan de rechten en
verplichtingen naar elkaar toe.
Een aanbod kan in het beginsel worden herroepen zo lang het nog niet is aanvaard. (art. 6:219 lid 2)
Op het moment dat een aanbod wél aanvaard is kan het dus niet meer worden ingetrokken. Een
vrijblijvend aanbod kan nog wel na aanvaarding worden ingetrokken of gewijzigd. Soms geeft een
bedrijf aan zijn klanten een bepaalde periode om te beslissen of ze een aanbod willen aanvaarden,
maar door het stellen van een termijn beperkt het bedrijf zichzelf ook. Want zo lang de termijn loopt,
kan het aanbod niet worden ingetrokken (art. 6:219 lid 1). Wil hij van het aanbod af, zal hij moeten
wachten totdat de termijn is verstreken en niemand het aanbod heeft aanvaard.
Het vervallen van het aanbod is anders dan het herroepen van een aanbod. In het eerste geval is dat
er geen actieve handeling is geweest van de aanbieder, en bij het 2e wel.
Aantal gevallen waarin een aanbod vervalt, de manier waarop het aanbod is gedaan, speelt een
belangrijke rol (art. 6:221 lid 1):
- Mondeling aanbod (zonder termijn) dan vervalt het als het niet direct wordt aanvaard
- Schriftelijk aanbod (zonder termijn) dan vervalt het aanbod na een “redelijke tijd”, dit zal
afhangen van de omstandigheden zoals de aard van het aangebodene en de prijs
- Een aanbod met een termijn vervalt, of het nu schriftelijk of mondeling gebeurt, alleen als
de termijn afloopt
- Het aanbod kan ook vervallen als de aanbieder het verwerpt (art. 6:221 lid 2)
3.2 Wilsovereenstemming
Als er een aanbod is en dat is aanvaard, is er in principe een overeenkomst. Een bijkomende vereiste
is dat wat de aanbieder en aanvaarder verklaart, ook echt is wat ze willen verklaren. Er moet een
wilsovereenstemming zijn (art. 3:33)
Als de wil en de verklaring niet overeen komen is er geen wilsovereenstemming en daardoor geen
overeenkomst. Hij verklaart wat anders als hij wilde verklaren.
Van deze regeling kan makkelijk misbruik worden gemaakt. De wet heeft dat voorzien door in art.
3:35 het vertrouwensbeginsel op te nemen in de wet. Als voor de andere partij in de gegeven
omstandigheden niet duidelijk was, en ook niet duidelijk hoefde te zijn, dat de verklaring niet
overeenkwam met de wil, dan kan geen beroep worden gedaan op artikel 3:33.
,3.3 Handelingsonbekwaamheid
Als het aanbod aanvaard is en er is een wilsovereenstemming, dan is er een overeenkomst. Dat wil
niet zeggen dat er in sommige gevallen geen mogelijkheden zijn om iets te doen tegen de
verplichtingen die op dat moment zijn ontstaan. Een voorbeeld hiervan is de vernietiging van de
overeenkomst. Vernietiging houdt in dat de gevolgen die de overeenkomst in eerste instantie heeft,
weer ongedaan moeten worden gemaakt. Dit kan alleen als een handelingsonbekwame een
overeenkomst sluit (art 3:32 lid 2) of als er een wilsgebrek is (art 3:44 en 6:228).
Handelingsonbekwame hebben wettelijke vertegenwoordigers die het aangaan van een
overeenkomst kunnen tegengaan en zelfs na het sluiten van een overeenkomst kunnen protesteren
en daardoor alles ongedaan kunnen maken. Handelingsonbekwaam is:
1. Persoon die minderjarig is. Minderjarig als hij de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(art. 1:233). Deze minderjarige kan alleen met toestemming van zijn wettelijke
vertegenwoordiger, ouder of voogd, overeenkomsten sluiten (art. 1:234 lid 1). Bedrijven
dienen daar te allen tijde op bedacht te zijn. Het verkopen van spullen aan minderjarigen
zonder dat er een ouder bij is, houdt zeker een risico in. De overeenkomst kan vernietigd
worden. Een winkelier moet in zekere zin ook op kunnen vertrouwen dat hij een bepaalde
overeenkomst mag sluiten en niet bang hoeft te zijn voor de vernietiging. Voor dit soort
situaties staat er in lid 3 van art 1:234 de bepaling dat de toestemming van een
vertegenwoordiger, die eigenlijk steeds expliciet nodig is, in sommige gevallen verondersteld
mag worden. Het gaat dan om handelingen waarvan wij in onze maatschappij vinden dat ze
normaal zijn. Bijv. zakje snoep verkopen aan 10-jarige
2. Persoon die onder curatele staat. Indien een persoon niet voor zichzelf kan zorgen, is het
mogelijk hem onder curatele te stellen (art 1:378). Dit kan als iemand een geestelijke
stoornis heeft, als iemand zijn geld verkwist, of bij drankmisbruik. Zo’n besluit kan alleen
door de rechter worden genomen. Een ondercuratelestelling heeft grote gevolgen, want de
onder curatele gestelde mag zonder toestemming van zijn curator (art 1:381) geen
overeenkomst meer aangaan. Gebeurt dat toch, is de overeenkomst vernietigbaar.
3.4 Wilsgebreken
Een door een handelingsbekwaam persoon gesloten overeenkomst kan ook onder omstandigheden
vernietigd worden. Dat houdt in dat de ene contractspartij (aanvaarder) onder invloed van de andere
partij (aanbieder), tot een aanvaarding is gekomen die onder normale omstandigheden niet had
plaatsgevonden. De wil van de ene partij is dan op een gebrekkige, onzuivere manier gevormd:
bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling (art 3:44 en 6:228).
Een overeenkomst die tot stand is gekomen door bedreiging (3:44 lid 2) kan worden vernietigd. Dit
betekent dat iemand die tot het aangaan van een overeenkomst is gedwongen omdat hij is bedreigd,
de overeenkomst ongedaan kan laten maken. Bedreiging kan zowel fysiek als geestelijk plaatsvinden.
Ook als de ene persoon het niet zo nauw neemt met de waarheid en de ander bedriegt, kan de
overeenkomst vernietigd worden (art 3:44 lid 3). Bedrog is aanwezig wanneer iemand een ander
opzettelijk onjuiste mededelingen doet of opzettelijk zaken verzwijgt.
Wanneer sprake is van een wilsgebrek misbruik van omstandigheden aan de hand van een
voorbeeld. Mevr. Feierabend is een weduwe met psychische en financiële problemen. Het enige dat
ze nodig heeft is haar huis, en daar is ze aan gehecht. Val Elmbt is verzekeringsman en weet
vertrouwen van de vrouw te winnen. Om andere schuldeisers te omzeilen sluit ze met hem een
, overeenkomst voor het overdragen van haar huis (onder specifieke, heel voordelige voorwaarden)
aan hem. Het bedrag dat de meneer moet betalen, ligt ver onder werkelijke waarde. Als mevrouw
later in een helder moment beseft wat ze heeft gedaan wil ze van de overeenkomst af. Het is
mevrouw gelukt om bij de rechter onder de overeenkomst uit te komen. De verzekeringsadviseur
wist van de labiele situatie van de vrouw af en had deze overeenkomst nooit op deze manier mogen
sluiten. Misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4).
De regeling omtrent dwaling staat uitgelegd in art. 6:228. Dit is ook aan de hand van een voorbeeld.
Dwaling houdt het volgende in. Voor aanvaarding is er een bepaalde situatie met betrekking tot het
onderwerp van de overeenkomst die anders is dan een partij (of beide partijen) veronderstellen. Ze
gaan op het moment van sluiten van de overeenkomst uit van een verkeerde voorstelling van zaken.
Maar als de werkelijke situatie bekend zou zijn, zou de overeenkomst nooit zijn gesloten. Dwaling op
een aantal manieren:
- Dwaling is te wijten aan een inlichting van de andere partij (6:228 lid 1)
- De dwaling is te wijten aan het vergeten in te lichten door de andere partij (art. 6:228 lid 1)
- De dwaling is te wijten aan het feit dat beide partijen uitgaan van een onjuiste voorstelling
van zaken (art. 6:228 lid 1)
Bij opzettelijk informatie achterhouden kan de overeenkomst vernietigd worden, niet op grond van
dwaling maar op grond van bedrog. Het is van belang dat het gaat om een essentiële eigenschap van
het onderwerp van de overeenkomst. Als het in verhouding met het onderwerp van de
overeenkomst, slechts gaat om een klein detail, dan zal de overeenkomst vernietigd kunnen worden.
Overeenkomsten die in strijd zijn met de wet met de goede zeden of met de openbare orde zijn
nietig (art. 3:40 BW). Het verschil met vernietigbaarheid zit hem in het feit dat bij nietigheid de
overeenkomst voor de wet nooit heeft bestaan. Bij vernietigbaarheid is dat wel zo en moeten de
gevolgen worden teruggedraaid. Als iemand drugs koopt in een discotheek is er in feite een
overeenkomst tot stand gekomen. Stel dat de koper onwel wordt, dan zal een schadevergoeding niet
tot de mogelijkheden behoren. De overeenkomst is in strijd met de wet en heeft voor de rechter
nooit bestaan.
3.5 Inhoud overeenkomst
De inhoud van de overeenkomst wordt bepaald door wat partijen op papier hebben staan of
mondeling hebben afgesproken. Maar de rechtsgevolgen moeten soms ook buiten het contract
worden gezocht, omdat niet altijd duidelijk is wat de partijen nu precies hebben bedoeld. Soms
komen daar conflicten over, daarvoor is in artikel 6:248 een aanvulling gekomen.
Een rechter die een geschil over een overeenkomst voor zich krijgt, zoekt de oplossing niet alleen in
de tekst van het contract, maar hij gaat het contract ook uitleggen. Bij de uitleg dient de rechter
rekening te houden met het gestelde artikel in 6:248 en daarnaast met de algemene voorwaarden:
1. De wet; het is mogelijk dat partijen tot bepaalde afspraken zijn gekomen die volgens de wet
zijn verboden. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om in een arbeidscontract een opzegging van
de overeenkomst als een vrouw zwanger wordt, of er is geen opzegtermijn opgenomen.
2. De gewoonte; sommige afspraken worden tussen contractspartijen niet meer gemaakt
omdat ze vanzelfsprekend zijn. Het kan zijn omdat er in een branche een specifieke
gewoonte is ontstaan. Bijv. een leraar surveilleert bij tentamens, is niet vastgelegd in het
arbeidscontract maar kan een rechter wel meenemen bij een geschil omdat het een
gewoonte is.