Belastingrecht hoorcollege week 1
Inleiding omzetbelasting
Art. 1 OB: levering van goederen en diensten door een ondernemer.
Stappenplan:
Wie is de ondernemer?
Wat zijn de belaste prestaties?
Waarover moet de omzetbelasting berekend worden?
Hoeveel bedraagt de omzetbelasting?
Is er recht op aftrek van voorbelasting?
Wie is er ondernemer?
Artikel 7 OB
Ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent.
Organisatie van kapitaal en arbeid die erop gericht is om in een duurzaam streven deel te
nemen aan het economische verkeer. (Het doel hoeft niet te zijn om winst te maken, dit is geen
vereisten).
Uitbreiding hierop:
Artikel 7 lid 2 OB
Lid a: Beroep, moet wel een beroep zijn dat zelfstandig uitgeoefend wordt.
Lid b: Exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen.
Bijvoorbeeld als je een huis hebt en je verhuurt het, dan exploiteer je een
vermogensbestanddeel.
Wat zijn de belaste prestaties?
Art. 1 OB: levering van goederen en diensten. Dit is lid a, deze wordt uitgebreider uitgelegd in
artikel 3 +4.
Art. 3 OB: levering van goederen. Sub a, b, c en e kennen, sub d hoeft niet.
Art. 4 OB: levering van diensten. Alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen in de zin
van artikel 3.
Waarover moet omzetbelasting berekend worden?
Artikel 8 OB: over de vergoeding.
Hoeveel bedraagt de omzetbelasting?
Artikel 9 OB.
Omzetbelasting bedraagt 21%.
, Uitzonderingen zijn 6% of 0%, welke dingen hieronder vallen staat in de wettenbundel.
Op blz. 902 staat de tabel 1 voor het 6%-tarief. Tabel 1: levering van goederen staan in lid 1 t/m
50. Daarna nieuwe nummering, vanaf hier zijn het leveringen van diensten.
Op blz. 905 staat de tabel 2 voor het 0%-tarief.
Is er recht op aftrek van voorbelasting?
Artikel 2 + 15 OB: aftrek van door ondernemer betaalde omzetbelasting.
Belastingrecht hoorcollege week 2
Winst uit onderneming (WUO)
-/- ondernemingsaftrek
-/- MKB-winstvrijstelling
_________________________
Belastbaar WUO
Schuingedrukte woorden in wettenbundel, verwijst naar een ander artikel.
Onderneming ondernemer
Ondernemingsbegrip:
- Duurzame organisatie
- Kapitaal en arbeid
- Deelname aan het economische verkeer
- Oogmerk om winst te behalen
- Winst ook redelijkerwijs te verwachten
(Ondernemingsvormen maakt niet uit)
Subjectieve belastingplicht
Eenmanszaak: ondernemer is belastingplichtig
VOF: vennoten zijn ieder apart belastingplichtig
Maatschap: maten zijn ieder apart belastingplichtig
Urencriterium
Ondernemer die voldoet aan urencriterium heeft recht op bepaalde faciliteiten.
Art. 3.6 IB
- Tenminste 1225 uur
- Werktijd grotendeels (50% of meer) besteed aan onderneming: of
- Starter
Dus starter hoeft niet aan de 1225 uren te voldoen.
Artikel 3.76 = zelfstandigenaftrek (7.280 euro)
De 2123 die kan in verhoging gebracht worden, maar kan maximaal 3 jaar.