Rationalisme: kennis is ontstaan door onze redeneer capaciteiten. Onze mogelijkheid tot denken
geneert ideeën die niet door alleen onze zintuigen zouden ontstaan.
empirisme: de zintuigen zijn de bron van kennis. De zintuigen vertellen ons hoe het er daadwerkelijk aan
toe gaat.
Plato rationalisme.
Socrates claimde dat het niet weten de enige zekerheid is.
essentie: unieke eigenschappen van een bepaald ding
metafysica: tak van de filosofie die antwoord geeft op vooraanstaande filosofische vragen, waarom is er
iets in plaats van niets? Waaaruit bestaat de wereld? Onderzoek naar dit soort vragen: ontologie
Heraclites verandering (flux) is het hart van ons bestaan: niets is, alles wordt.
Parmenides de realiteit is ondeelbaar, onveranderlijk. Zijn is echt, verandering niet
Plato kennis wordt relatief voor de waarnemer en zijn voorstelling en overtuigingen. Plato had het
idee van de ideeënwereld. Leren is herinneren je leert het door
anamnesis: geheugen
Ideeënwereld: de echte wereld is een bovennatuurlijk rijk die bestaat uit eeuwige en perfecte vormen
(ideeën).
Nativist: aangeboren ideeën is kennis dat wij al tot ons hebben vanaf de geboorte, we zijn in het bezit
van alle kennis. onze zielen behoorde toto de wereld van de ideeën.
Aristoteles empirist. Er is maar 1 wereld, die waarin we leven. We krijgen kennis door de natuur te
observeren.
peripatetic axiom: er is niets in de geest, wat niet eerst in de zintuigen was.
Tabula Rasa: onze geest is een onbeschreven blad.
Deductie: van een algemene onbegrensde regel naar een specifiek geval.
Inductie: procedure waarin we van het concrete (specifieke) naar het abstracte (algemene) gaan. MAAR
we hebben nooit genoeg waarnemingen.
Aristoteles doctrine:
1. formal cause: de vorm
2. material cause: materiaal waar het uit bestaat
3. Efficient cause: de primaire bron van verandering
4. final cause: het doel.
Bacon kwam met ‘plus ultra’ wetenschap wordt niet geleid door observatie en ervaringen i.p.v. de
kerk en geloof.
Ptolemy bevestigde geocentrisch wereldbeeld.
Copernicus ondermijnde dit wereldbeeld: en praatte over het
heliocentrisme: De aarde en alle planeten draaien om de zon.
geocentrisme: de zon en de planeten draaien rondom de aarde.
Bacon men moet oppassen voor “idolen”.
Idols of the tribe: vaste voorstellingen die zijn aangeboren en worden gedeeld door alle mensen.
(Vergissen bij een visuele illusie).
Idols of the cave: valse voorstellingen die ontstaan door opvoeding of training.
Idols of the marketplace: valse voorstellingen die ontstaan doordat we taal gebruiken.
Idols of the theatre: valse voorstellingen die ontstaan door geaccepteerde dogma’s en methodes van
oude denkrichtingen.
,Bacons positieve benadering: is een nieuwe methode dat als een hulpmiddel fungeert om de idols weg te
houden en tot echte kennis te komen.
René Descartes ging in tegen Michel de Montaigne. Hij ontkende echte kennis. Het is uiteindelijk niet
perceptie (voorstelling) maar de menselijke rede dat tot kennis leidt. Hij accepteerde wel dat er
ingeboren ideeën waren.
Methode van de twijfel: alles dat betwijfeld kan worden, is niet zeker en is daarom ook geen echte
kennis. Descartes stelt dat er een krachtige gemene demon is: Malin genie.
“Ik denk dus ik ben”.
res cogitans; een immaterieel denkend ding.
Res extensa: een fysiek ding.
Ingeboren ideeën
-Descartes geloofde ook dat ideeën ingeboren kunnen zijn.
-Hij maakt een verschil tussen:
(1) ingeboren ideeën (driehoek, god = kun je niet waarnemen)
(2) verworven ideeën (zon, maan, maan is klein (in het echt is deze groot))
(3) verzonnen ideeën. (Pegasus)
Het verschil met Plato is duidelijk; niet alle ideeën zijn ingeboren!!
1: ik denk dus ik besta 2: God bestaat.
Hume’s analyse van oorzakelijkheid
1) nabijheid van oorzaak en gevolg (kan je waarnemen) botsen biljartbal
2) juiste tijdsvolgorde (kan je ook waarnemen).
3) noodzakelijk verband: het kan niet anders dan dat als de ene bal tegen de andere botst dat deze dan
gaat rollen. (Mug op flat). Je moet toeval uitsluiten.
Locke volgens Locke zijn er geen ingeboren ideeën.
Perceptie is de productie van ideeën in de geest.
de waarneming komt van buiten af en de reflectie gebeurd binnen in.
Primaire kwaliteiten: eigenschappen van de dingen zelf (vormen), bestaan sowieso of je ze nou
waarneemt of niet.
Secundaire kwaliteiten: eigenschappen die alleen bestaan als het object waargenomen wordt (kleuren,
geuren)
tertiaire kwaliteiten: de kracht die objecten hebben om een ander object te veranderen.
Locke secundaire eigenschappen zijn geest-afhankelijk, en zijn primaire eigenschappen zijn geest-
onafhankelijk.
Perceptueel relativisme: voor de een voelt het water warm aan en voor de andere koud. “zijn is
waargenomen worden".
idealisme: de filosofische opvatting dat de werkelijkheid essentieel mentaal is (de werkelijkheid is
afhankelijk van de geest).
immaterialisme: er is een denkende substantie, anders kunnen de ideeën niet bestaan.
David Hume: wetenschap van de menselijke geest is een vereiste voor de vooruitgang van wetenschap
in het algemeen.
De inhouden van de geest zijn percepties: bestaan uit.
Impressies: dit zijn de directe data van de ervaring.
Ideeën: dit zijn flauwe kopietjes van de impressie. (bv als men terugdenkt aan een tomaat)
Hume’s Copy Principle: al onze ideeën zijn niets anders dan kopieën van onze impressies.
, Eem impressie of idee is complex als men hieruit meerdere componenten kan onderscheiden.
Kant rationalisme en empirisme samenvoegen.
Hume concludeert dat er een oorzakelijke relatie bestaat tussen 2 gebeurtenissen (biljartballen).
Wat is een oorzaak?
•nabijheid van oorzaak en gevolg
•juiste tijdsvolgorde
•noodzakelijk verband
Constant conjunction: het kan niet anders dan dat als de ene bal tegen de andere botst dat deze gaan
rollen.
Hume: we kunnen noodzakelijkheid niet waarnemen, en dus zijn empiristen niet gerechtvaardigd.
Transcendentale vraag: de mogelijkheidsvoorwaarde om…
Oordeel: een zin waarin een predikaat toegekend is aan een subject.
Analytisch: als het predikaat in het subject ligt vastgesteld “een vrijgezel is een ongetrouwd persoon”.
Zo’n uitspraak is slechts verhelderend.
Synthetisch: er wordt extra informatie toegevoegd door een predikaat toe te voegen aan het subject.
A priori: deze oordelen zijn onafhankelijk van zintuigelijke ervaring.
A posteriori: deze oordelen zijn afhankelijk van zintuigelijke ervaringen.
Kant
Noumenale wereld: de wereld van de dingen zoals deze in zichzelf zijn.
fenomenale wereld: de wereld zo als het aan ons verschijnt.
Menselijke kennis is altijd kennis van de fenomenale wereld.
Idealistisch: de mens zelf maakt zijn ervaringen mogelijk, en dus ook het bestaan van de objecten zoals
ze aan ons verschijnen.
Copernicaanse wending in Kants filosofie: noodzakelijkheid en universaliteit hebben hun oorsprong in de
rede.
Positivisme: idee dat het onderwerp van de sociale wetenschappen op dezelfde manier moet worden
benaderd als de natuurwetenschappen.
Hermeneuten: wij mensen en de culturele wereld waarin wij wonen kan niet hetzelfde worden
behandeld als de levenloze fysieke objecten.
Augsute Compte & John Stuart Mill: zij waren van mening dat de sociale wetenschappen de methodes
uit de natuurwetenschappen moeten adopteren.
Comte: wet van de 3 stadia:
1. Theologisch stadium: men neemt aan dat alle verschijnselen afkomstig zijn van bovennatuurlijke
wezens.
-Animisme: normale objecten hebben menselijke eigenschappen
-Polytheïsme: de natuur wordt geregeld door meerdere Goden.
2. Metafysisch stadium: bovennatuurlijk oorzaken worden achter wegen gelaten en worden
vervangen door abstracte entiteiten, zoals essentie (wezen), natuur en kracht.
3. Positief stadium: wetenschap kan nu eindelijk gebruikt worden. Door redeneren en observeren
komen wij aan kennis. We willen de wetmatigheden van de natuur onthullen.
Sciëntisme: alles is wetenschappelijk te verklaren.
Positivisten zijn monisten: er is maar één wetenschappelijke methode. Daar tegenover stonden de
hermeneuten: er zijn 2 soorten wetenschappen: de sociale wetenschap verschillen van de
natuurwetenschap.