Versatesten
Inhoudsopgave
Week 1: Huiduitslag ......................................................................................................................................... 2
Efflorescentieleer ................................................................................................................................................ 2
Auto-immuun huidziekten .................................................................................................................................. 8
Week 3 – Vlindervormig erytheem ................................................................................................................. 26
Het urinaire systeem ........................................................................................................................................ 26
Epitheelweefsel................................................................................................................................................. 32
,Week 1: Huiduitslag
Efflorescentieleer
Primaire efflorescentie = originele, onaangetaste en meest kenmerkende manifestatie van
een huidziekte.
- Macula = vlakke, circumscriptie, niet-palpabele
kleurverandering van de huid (vlek).
o Bijvoorbeeld:
▪ Erytheem = weg-drukbare roodheid, die
berust op tijdelijke vaatverwijding.
▪ Purpura = niet-wegdrukbare roodheid door
zichtbare bloeding.
- Papel = verheven, solide, palpabele laesie (≤1
cm diameter) in de vorm van een bol (A+B) /
vlak en het oppervlak kan glad / papillomateus
(C) / verruceus zijn.
- Plaque = circumscriptie palpabele laesie (≥1 cm in diameter), ontstaan door
confluentie van papels.
,- Nodus = verheven, solide, palpabele laesie (≥ 1 cm in diameter), voornamelijk in de
dermis en/of subcutis. Het grootste deel van de laesie kan of exofytisch (uitwendig)
liggen of juist beneden het niveau van de huid.
o Papel heeft altijd een dermale of epidermale component en is zichtbaar
verheven; een nodus kan ook onder de huid zitten.
- Urtica = een tijdelijke zwelling van de huid door
dermaal oedeem. Meestal bleek in het centrum
en erythemateus aan de rand.
- Vesikel = blaasje = zichtbare holte van ≤1 cm in
diameter, gevuld met helder vocht.
- Bulla = blaar = zichtbare holte van ≥1 cm in diameter gevuld met vocht.
o Inhoud: helder vocht (sereus) (A) / gelig vocht (purulent/pus) / blauw-rood
bloed (hemorragisch) (B)
- Pustel = puist = zichtbare holte gevuld met purulent vocht,
pus. (≤1 cm)
, - Comedo = mee-eter.
o 2 varianten:
▪ Open comedo (blackhead): verwijd haar-
infundibulum met geoxideerd keratineus
debris. (Hoornprop vult verwijde
uitvoergang van het haarzakje)
▪ Gesloten comedo (whitehead): verwijd
haar-infundibulum door keratineus debris;
meestal geen verbinding met het huid
oppervlak. (vernauwde afvoergang van het
haarzakje)
Secundaire efflorescenties = huidmanifestatie door exogene factoren (krabben/zalven) of
door de tijd (indrogen).
- Crusta = ingedroogd serum, bloed of
pus aan het oppervlak van de huid.
- Squama = schilfer = zichtbare
ophoping van keratine (= dode
huidcellen)
- Erosie = het verlies van gehele of gedeeltelijke
epidermis (geen bloedverlies).