Hoofdstuk 3: Sociale filosofie
Utopie
Het woord utopie verwijst naar eutopia (de ideale plaats) en naar outopia (een plaats die niet
bestaat). Het is dus zowel een blauwdruk voor een ideale samenleving als een onmogelijk te
bereiken paradijs. à ideaal, maar niet realiseerbaar.
Nadelen utopie
De keerzijde van de utopische gedachten is dat deze kan ontaarden in een onderdrukkend
regime, met als gevolg dat mensen niets meer te vertellen hebben over de manier waarop ze
willen leven ß antiutopie (dystropie)
Het maatschappelijk contact
Maatschappelijk Hobbes Locke Rousseau
contract
natuurtoestand Oorlog van allen Natuurwetten door Paradijselijke
tegen allen. God gegeven toestand waarbij
Schaarste iedereenvrij is
Rede voor contract Veiligheid en vrede Beschermen Tegengaan privébezit
natuurrechten en hebzucht
Verdeling van de één absoluut heerser twee deling macht Kleine zelfstandige
macht gemeenschappen
Maatschappelijk contract: symbolische overeenstemming van een groep mensen om zich te
onderwerpen aan een staat (niet door god, maar door het volk).
- Volgens Hobbes over het egoïsme van de mens. De mens is gericht op zelfbehoud en
handelt dus egoïstisch. Iedereen is gelijk en mag doen wat hij wil. Hij gaat er ook vanuit
dat er een schaarste is aan goederen en dus is iedereen de vijand van iedereen. Er is
een maatschappelijk verdrag met één heerser (ook deze is egoïstisch), toch is een
heerser beter, anders ligt gevaar natuurtoestand op de loer.
- Locke beschouwde het als een morele toestand. Alle mensen maken deel uit van Gods
schepping en hebben hierdoor bepaalde natuurrechten (recht op leven, gezondheid,
vrijheid en gelijkheid). Morele plicht: niemand hoort een ander in zijn te schaden. Er is
geen staatsgezag, zoals bij Hobbes. Locke maakt scheiding tussen: uitvoerende en
wetgevende macht. Ook is opstand in sommige situaties gerechtvaardigd. Locke gaat uit
van een overvloed, geen schaarste.
- Rousseau ziet privé als bron van alle kwaad. In de natuurtoestand is de mens vrij en kan
het op zijn gevoel vertrouwen en hoeft het niet na te denken. De mens leeft hierin als
eenling, daarna ontstaan primitieve maatschappelijke ordeningen. Het invoeren van
privé-eigendommen maakt dat er verschillen in rijkdom ontstaan. Hierdoor ontstaat
concurrentiestrijd. In het algemene verdrag onderwerpen ze zich niet aan een leider,
maar besturen ze zichzelf volgens het principe van de algemene wil.
Positieve en negatieve vrijheid
Volgens Hobbes is vrijheid de afwezigheid van dwang, zodat je niet gehinderd wordt in wat je
wilt doen. à Negatieve vrijheid: er worden je geen hindernissen in de weg gelegd die je
vrijheid beperken. Echter leveren mensen een deel van hun vrijheid in door zich te
onderwerpen aan een hogere macht. Hierdoor krijgen ze de vrijheid om zonder angst en in
vrede te leven.