Hoofdstuk 1: Wijsgeringe antropologie
Wijsgerige antropologie
• De vraag is ‘Wat is de mens?’
Mensen zitten vast in hun eigen menszijn en kunnen niet voorstellen hoe het is om iets
anders te zijn dan een mens.
In de wijsgerige antropologie is de mens zowel subject (datgene wat blijft bestaan onder
wisselende omstandigheden) en object (materiële of onstoffelijke aard) van het onderzoek.
Aristoteles
• Typeerde de mens als: een dier dat kan denken (animal rationale)
Doordat wij verstand hebben, is ons leven anders te leiden dan dat van dieren. Daarom heet
onze soort homo sapiens (wetende/kennende mens).
Sommige dieren hebben ook zelfbewustzijn, maar het is onduidelijk of dit lijkt op die van de
mens. Dat mensen weten dat ze zullen sterven, maakt dat ze hun leven van een afstandje
kunnen beschouwen.
Nietzsche
• Brak radicaal met het beeld van de mens als redelijk wezen en noemde de rede zelfs
‘ziekmakend’. Hij noemde de mens het ‘nog niet vastgestelde dier’.
• Mensen zijn slecht uitgeruste dieren, ze missen warme vacht, snelheid en kracht.
à Dit wordt gecompenseerd door de intellectuele capaciteiten.
Door Nietzsche wordt de mens in het Duitse wijsgerige antropologie een wezen met een
gebrek genoemd (Mangelwesen).
Nietzsche verklaarde God dood en de mens ‘Meester en vormgever van zichzelf’.
à De mens moet zichzelf uitvinden en hun eigen leven vormgeven. Dieren hoeven dit niet.
Plessner
• De mens is een cultuurschepper: waar mensen zijn worden dingen gebouwd, kunst
gemaakt en wordt nagedacht.
Hij noemt de mens van nature kunstmatig. Naast het eigen leven vormgeven, doen mensen
dit ook bij hun omgeving.
De mens is naast een natuurwezen, dus ook een cultuurwezen, omdat hij afstand kan
nemen van deze natuurlijke behoeften. Mensen proberen via cultuur ‘zin’ te geven aan het
leven, iets wat in de natuur niet aanwezig is. Door de cultuur kan de mens zichzelf leren
kennen.
De mens maakt cultuur à cultuur maakt de mens.
De cultuur heeft invloed op hoe wij denken en hoe we ons leven vormgeven. à Enculturatie:
onze waarde en normen worden voor een groot deel bepaald door de cultuur waarin we zijn
opgegroeid.
Copernicaanse wending
• Volgens Freud heeft het mensbeeld, en daarmee de eigendunk van de mens, drie zware
slagen te verduren gekregen:
1. Copernicus: de aarde vormde het middelpunt, maar eigenlijk is de zon het middelpunt.
Hierdoor staat de mens dus ook niet centraal.
1