H1 verschillende leerprocessen
Blz 24-46
Spontane en andere leerprocessen
Leren is meer en anders dan schoolleren
Leren is betekenisgeving.
Leren wordt steeds gezien als een door en door sociaal proces, dat niet kan worden
begrepen zonder het individu te zien als opgenomen in sociaal geheel.
Spontane leerprocessen kunnen onderling enorm verschillen afhankelijk van 4 factoren:
- mate van bewustzijn
- interactie tussen individu en omgeving
- aansluiting tussen het eerder geleerde en nieuwe, en;
- mate waarin de sociale omgeving de inhoud van het leren vanzelfsprekend vindt
om die verschillen te illustreren worden verschillende spontane leerprocessen verteld:
- alledaags leren
- leren uit eigen beweging
- transformatief leren
- noodgedwongen leren
- leren in een botsing van culturen
leren is een veelvormig verschijnsel dat zich in allerlei situaties voordoet.
Brede definitie in het boek:
Kern van leren is betekenisgeving: het tot stand komen van betekenis of van
verandering in betekenis. Leren is een proces waarin we de wereld om ons heen en
onszelf betekenis toekennen. Die betekenisgeving komt tot stand door en in sociaal-
culturele wereld. Betekenisgeving komt tot uitdrukking en wordt gedeeld in gedrag en
handelen, alsook in de inrichting en vormgeving van de omgeving
Verschillen tussen het spontane- en formele leren, het spontane leren:
1. leren doe je op alle mogelijke plaatsen en gedurende je hele leven
2. leren doe je door directe ervaring, door eigen handelen en door interactie met
anderen
3. leren is een activiteit van de lerende: het construeren van betekenis
4. de volgorde is vaak gedrag en handelen resulteren in leren
5. bij leren zijn belangrijke emotionele kanten betrokken, zowel in leerproces als in
leerresultaten
6. leerprocessen vinden ook ongemerkt plaats. Ook ben je je lang niet altijd bewust
van de leerresultaten
7. je kan ook negatieve of onjuiste dingen leren
8. de inhoud van het leren moet worden gezien als betekenisconstructies waarover
in een bepaalde tijd en omgeving meer/minder overeenstemming is bereikt en
die in een bepaalde tijd en omgeving door meer/minder mensen belangrijk
worden geacht
9. leren vindt plaats op al eerder beschreven lei referentiekader
10. leren kan ook afleren zijn
11. leren is vooral een sociaal proces met sociale resultaten
,redenen voor de belangstelling voor het informele, spontane leren:
- de observatie van succes op de arbeidsmarkt, in het maatschappelijke leven en in
het privéleven is afhankelijk van meer en andere vaardigheden, houdingen en
kennis dan die je op school leert
- het feit dat al het eerder geleerde invloed heeft, dat vormt het referentiekader: de
eerder verworven kennis, houdingen en vaardigheden, de betekenissen die je
hebt leren geven aan verschijnselen in de wereld en aan jezelf. (basis voor
leerprocessen)
verschillende termen in gebruik
Informeel - Formeel leren
Incidenteel - Intentioneel leren
Impliciet - Expliciet leren (bewust)
Spontaan - Formeel leren
Leeractiviteiten
Leren is betekenisgeving- gebeurt in wisselwerking met de omgeving.: er is door
mensen betekenis aan gegeven, ze is door mensen ingericht.
De omgeving waarin we leren is een primair en sociaal-culturele omgeving.
Leeractiviteiten :
De activiteiten waardoor we op persoonlijke wijze gaan delen in en bijdragen aan die
gezamenlijke betekenisgeving.
In de praktijk kunnen leerprocessen uit verschillende categorieen zich afspelen:
1. leren door sociale interactie
2. – door directe ervaring
3. – door het verwerken van theorie;
4. – door nadenken (reflectie)
door sociale interactie
is het leren waarbij samen handelen en actieve uitwisseling van informatie tussen
mensen een centrale rol spelen. Je wordt deelgenoot van de betekenissen in de sociale
interactie die word uitgedrukt in zowel het doen- gedragingen handelen- als in
gesprellen- de manier van met elkaar praten. Het betreft
- uitwisseling van informatie
o discussie
o dialoog
o brainstorm
- participeren in sociaal gedrag
- observeren of nadoen van anderen
o observatie- of model leren (Bandura, 1986)
- omgaan/oplossen van conflicten
hoe een sociale interactie zich afspeelt is afhankelijk van de concrete situatie. Maar leren
door sociale interactie gebeurd overal.
Door directe ervaring
, Leren door handelen: door zelf dingen te doen en te merken wat er gebeurt: zien, voelen,
ruiken wat er goed en verkeerd gaat.
Maar het is ook leren door in een omgeving opgenomen te zijn.
Leren door het verwerken van theorie (abstracte, gegeneraliseerde en
gesystematiseerde informatie die d.m.v. taal en eventueel andere symbolen wordt
gepresenteerd.)
Het is de informatie en uitleg die een ander mondeling en/of door boeken en/of andere
media verstrekt.
Helaas is het een moeilijke manier van leren door de aard van de informatie.
Er kunnen nogal wat problemen ontstaan bij het leren door verwerken van theorie:
1. er vindt geen transfer plaats naar de praktijk (geen verband)
2. kunnen snel misconcepties voorkomen (onjuiste voorspellingen)
3. de enorme hoeveelheid info die in theorie is opgeslagen kan de leren blokkeren
bij pogingen om het verband met de concrete werkelijkheid te leggen.
4. Alle 3 de voorgaande punten brengen motivatieproblemen mee
5. Lerenden verwerven een statisch kennisconcept (‘zo is het en niet anders’)
Leren door nadenken
Door na te denken bij activiteiten leer je ervan. Het nadenken kan heel dicht bij de
handeling zelf liggen en daar praktisch onderdeel van uitmaken ‘reflection- in –
action’, Schön 1987).
- opletten wat je doet
- in de hand houden wat je aan het doen bent
- zorgen dat het goed gaat en bijtijds bijsturen
Resultaat kan nog verder worden ontwikkeld door achteraf na te denken.--> leidt tot
ideeën voor een volgende keer.
Essentieel bij nadenken is het zichzelf en/of elkaar vragen stellen. (overlapt sociale
interactie)
Alle manier van leren vinden plaats in en worden gevormd door het deel uitmaken van
een sociaal-culturele omgeving, waar in concrete praktijken betekenisgeving is
opgeslagen die daarmee ‘als eerste’ ter beschikking komt van de lerende. (zie figuur 1.1)
Verschillen tussen leerprocessen
Leerprocessen verschillen van elkaar
- per individu
- verschillen per proces
4 invalshoeken zijn hierbij van groot belang:
- mate van bewustzijn
- interactie tussen individu en omgeving
- aansluiting tussen het eerder geleerde en nieuwe, en;
- mate waarin de sociale omgeving de inhoud van het leren vanzelfsprekend vindt
mate van bewustzijn van leren en leerresultaten
bewust zijn van :leerdoelen, leeractiviteiten, leerresultaten. Leren is vaak een bijproduct
van de doelen die we in ons leven nastreven.
- leerprocessen kunnen automatismen zijnblinde vlekken: de patronen van doen
en denken waarvan je jezelf niet bewust bent